Wessel Dikom/Diekom: Van Oost-Friesland naar de Zaanstreek
Ontdek het unieke levensverhaal van klokkenmaker Wessel Dikom (ca. 1708). Van zijn Oost-Friese wortels en een Amsterdams botergeschil tot zijn tijd in Oost-Zaandam.
Het startpunt van historisch onderzoek naar een klokkenmaker is vaak niet meer dan een naam op een wijzerplaat. Bij Wessel Dikom blijkt achter die letters een concreet en boeiend levensverhaal schuil te gaan. In deze serie over Zaanse klokkenmakers duiken we in de archieven om de ambachtslieden achter de uurwerken weer tot leven te brengen. Voor deze aflevering hebben we de geschiedenis van Wessel Diekom/Dikom gereconstrueerd. Lees hier zijn levensverhaal!
De herkomst van Wessel Dikom uit Oost-Friesland
Het verhaal van Wessel Dikom begint, en dat kwam als een verrassing, aan de stormachtige kust van Oost-Friesland, waar hij omstreeks 1708 werd geboren. Bij zijn ondertrouw in Amsterdam, op 10 februari 1736, werd vermeld dat hij 28 jaar oud was en aan de Kerkstraat woonde. Als zijn plaats van afkomst werd ‘Wiebalson‘ genoteerd en als zijn moeder: Geesje Hansen, wonend te ‘Laarlelt‘. Deze achttiende-eeuwse schrijfwijzen waren voor ons historische kompassen die ons rechtstreeks naar de dorpen Wybelsum en Larrelt leiden, destijds gelegen onder de rook van de bloeiende havenstad Emden.
In Oost-Friese genealogische gegevens is het gezin terug te vinden. Hinderk Wessels van Dijkum en Geeske Hansen trouwden op 16 september 1703 in Larrelt. In hun gezin werd in 1708 een zoon Wessel Hinderks van Dijkum geboren. Hoewel we de rechtstreekse doopakte nog niet hebben gevonden sluiten het geboortejaar, de naam van de moeder en de locaties zo nauw aan bij de Amsterdamse bronnen dat deze familiekoppeling zeer aannemelijk is.
De samenstelling van het gezin Van Dijkum
Het gezin woonde in het laagland rond Larrelt en Wybelsum, vlak bij Emden. Vader Hinderk overleed in 1728, waarna moeder Geeske tot haar overlijden in 1771 achterblijft. Het gezin bestond vermoedelijk uit de volgende kinderen:
- Hans Hinderks van Dijkum (1706–1761)
- Wessel Hinderks van Dijkum (geboren 1708)
- Antje Hinderks van Dijkum (geboren 1710)
- Garrebrant Hinderks van Dijkum (geboren ca. 1712)
- Hiske Hinderks van Dijkum (1714–1783)
- Garbrand Hinderks van Dijkum (1716–1800)
- Dirk Hinderks van Dijkum (1718–1784)
- Hinderk Hinderks van Dijkum (1720–1742)
De verwoestende Kerstvloed van 24 op 25 december 1717
De jeugd van Wessel en zijn broers en zussen in de regio Emden werd misschien wel overschaduwd door een van de grootste natuurrampen uit de regionale geschiedenis. In de nacht van 24 op 25 december 1717, toen Wessel een jongen van een jaar of negen was, trof de verwoestende Kerstvloed het kustgebied. De dijken braken, grote delen van het laagland stroomden over en de veestapel en landbouwgronden liepen ongekende schade op.
Als de familie van een boerenbedrijf leefde en daarbij afhankelijk was van melkvee en boterproductie, moet de Kerstvloed van 1717 hen hard hebben getroffen. Een groot deel van het vee en de opbrengst van het land kon in één klap verloren zijn gegaan.
De beurtvaart tussen Oost-Friesland en Nederland
De stap naar Amsterdam was voor Wessel niet zo groot als hij op het eerste gezicht lijkt. Oost-Friesland stond al eeuwen in nauw contact met de Nederlandse gewesten. Sinds de Reformatie was het gebied bovendien overwegend protestants. Via handel, scheepvaart en familiecontacten liep er een voortdurende verbinding over de Eems en de Zuiderzee. Wessel kwam dus in een andere stad in een andere provincie terecht, maar niet in een wereld die hem volledig vreemd was.
De handelsroute tussen Emden en Amsterdam
In de 17e en 18e eeuw vormde het water eerder een verbinding dan een grens. Amsterdam was het middelpunt van een uitgebreid netwerk van beurtvaarten: geregelde scheepvaartverbindingen tussen verschillende steden en havens, waarbij goederen en ook reizigers volgens vaste afspraken werden vervoerd. Ook met Emden bestond zo’n verbinding. Al in 1699 werden afspraken gemaakt over de beurtvaart tussen Amsterdam en Emden.
Tussen de Eems en de Amsterdamse IJ-haven voeren verschillende typen zeilschepen heen en weer. Smakken, kofschepen en galjoten waren vertrouwde verschijningen in deze kustvaart. Deze schepen waren geschikt voor het vervoer van vracht over de Waddenzee en de Zuiderzee en verbonden de Oost-Friese kust met de Nederlandse havens. Ze brachten onder meer agrarische producten, hout en andere handelswaar naar Amsterdam en namen op hun beurt Nederlandse goederen mee terug. Zo ontstond een levendige waterverbinding waarin mensen, goederen en nieuws voortdurend tussen beide gebieden konden bewegen.
Voor een jonge man als Wessel was Amsterdam daardoor goed bereikbaar. Of hij zelf per schip naar Amsterdam is gekomen, weten we niet. Maar de route lag er en werd door handelaren, schippers en reizigers gebruikt. Amsterdam was voor iemand uit de omgeving van Emden geen onbereikbare verre wereldstad, maar een belangrijke haven waarmee zijn geboortestreek al lange tijd rechtstreeks verbonden was.
De schipper van Emden op Amsterdam
Dat deze verbinding niet alleen op papier bestond, blijkt prachtig uit een Amsterdamse notariële akte uit 1746. Daarin wordt naast Wessel Dikom ook Jannes Jentje genoemd, die wordt aangeduid als schipper van Emden op Amsterdam. Hij bracht volgens de akte dagelijks Oost-Friese boter naar Amsterdam. Dezelfde waterwereld die Oost-Friesland met Amsterdam verbond, bracht dus ook jaren later nog dagelijks producten uit Wessels geboortestreek naar de Amsterdamse markt. Meer over deze akte uit 1746 leest u verderop in ons verhaal.
Wessel Dikom vestigt zich als klokkenmaker in Amsterdam
Na zijn aankomst bouwde Wessel succesvol een bestaan op Amsterdam. In 1736 trouwde hij met de toen 29-jarige Helena Vermeij. Bij deze ondertrouw zette hij met vaste hand zijn handtekening: Wessel Dikom. Hij vestigde zich als zelfstandig klokkenmaker en woonde later met zijn vrouw aan de Kerkstraat, nabij de Spiegelstraat.
Wessel Dikom is actief van ca. 1735 tot 1765
Oude gilde- en handelslijsten schatten zijn actieve periode in Amsterdam – op basis van zijn vroegst bekende klokken – traditioneel in op de periode vanaf ca. 1735 tot 1765. Van Wessel Dikom zijn daadwerkelijk uurwerken bekend. Naast grote Amsterdamse staande klokken maakte hij compacte hangklokken met wekkerwerk, in de volksmond ook wel Amsterdammertjes genoemd.
Notenhouten wandklok van Wessel Dikom wordt geveild bij Christie’s
In 2007 veilde het beroemde veilinghuis Christie’s een prachtig voorbeeld van zijn vakmanschap. Dit specifieke uurwerk was afkomstig uit de prestigieuze P.C. Spaans Collection, een hooggewaardeerde verzameling van belangrijke Europese klokken. In de officiële catalogus werd de klok omschreven als een notenhouten wandklok met een dertig-uurs uurwerk, slagwerk en wekkerwerk, toegeschreven aan Wessel Dikom.
Het uurwerk bracht destijds op de veiling € 3.120,- op. Op de zilverkleurige wijzerplaat staat de trotse signatuur gegraveerd: “Wesfel Dikom Amfterdam”. Hoewel de kast en het uurwerk in de loop der eeuwen later bij elkaar zijn gebracht (wat destijds veel voorkwam), blijft het een tastbaar bewijs van zijn verfijnde achttiende-eeuwse vakmanschap.
De klokkenmaker als expert: Het botergeschil van 1746
Wessel Dikoms naam duikt in de decennia daarna vaker op in Amsterdamse documenten. Een unieke en zeer gedetailleerde vermelding dateert van 18 september 1746. Wessel trad die dag op als getuige voor een Amsterdamse notaris, samen met Jannes Jentjes, Willem Verbruggen en Gijsbert van Rossum. Ze deden dit “van competenten ouderdom” (meerderjarig en getuigwaardig) op verzoek van Monsieur Engel van Nassouw, die een vurig juridisch kwaliteitsconflict uitvocht over een partij geïmporteerde Oost-Friese boter.
Dankzij de originele handgeschreven akte weten we vandaag de dag exact waarom klokkenmaker Dikom werd opgeroepen. Wessel werd als getuige gehoord vanwege zijn kennis van de Oost-Friese boterbereiding. In de akte verklaart de notaris dat Wessels ouders in Oost-Friesland woonden en daar “zelfs de Oost-Friese boter bereid hebben”. Wessel kende het ambacht dus van thuis uit. Zijn mede-getuige Jannes Jentjes was bovendien schipper van Emden op Amsterdam en bracht deze boter dagelijks mee als vracht.
Samen spaarden de heren hun oordeel over de betwiste partij niet. Ze verklaarden onder ede dat het hier ging om inferieure ‘wey-boter’ (gemaakt uit de wei die bij de kaasbereiding overbleef), wat volgens hen “de allerslechtste is die in Oost-Friesland gemaakt wordt”. Deze boter werd snel zuur en bitter en kon absoluut niet tippen aan zuivere roomboter. Het mocht hooguit nog als goedkope ‘smeerboter’ worden verkocht.
Geëxplodeerde boterprijzen in 1746
Schipper Jannes Jentjes voegde daar nog een belangrijk economisch detail aan toe dat de woede van Engel van Nassouw verklaart: de prijzen van goede Oost-Friese roomboter waren in korte tijd geëxplodeerd. Waar Jannes in 1744 nog 8 gulden (Oost-Fries geld) betaalde voor een half vierendeel boter, was dat in dit lopende jaar 1746 al gestegen naar maar liefst 14 tot 16 gulden. Het verschil tussen goede roomboter en goedkope wei-boter was daarmee financieel aanzienlijk.
Die plotselinge prijsstijging vanaf 1744 valt samen met een belangrijke politieke verandering in Oost-Friesland. In dat jaar stierf de laatste lokale vorst, Karel Edzard, waarna het gebied onder het gezag kwam van Frederik de Grote van Pruisen. Tegen deze achtergrond werd goede Oost-Friese boter een kostbaar handelsproduct. In de notariële akte uit 1746 worden prijzen genoemd van 14 tot 16 gulden, tegenover ongeveer 8 gulden in 1744. Het verschil tussen kostbare roomboter en de veel goedkopere wei-boter werd daarmee steeds belangrijker. Juist over dat verschil werden Wessel Dikom en schipper Jannes Jentjes als getuigen gehoord.
Ook in latere akten, zoals in 1755, is Wessels handtekening onder officiële documenten te vinden, wat laat zien dat hij een gerespecteerde en stabiele positie binnen de Amsterdamse burgerij behield.
Het Zaanse slotakkoord: Wessel Dikom in Oost-Zaandam
Het professionele leven van Wessel Dikom verplaatste zich later in zijn carrière naar de Zaanstreek. In de historische vakliteratuur Zaanse Uurwerkmakers staat de volgende registratie opgenomen:
“Diekom, Wessel – Oost-Zaandam, werkzaam ca. 1768.”
Rond 1768 werkte Wessel, inmiddels rond de zestig jaar oud, als uurwerkmaker in Oost-Zaandam. In de geschiedschrijving van de Zaanse klokkenmakerij wordt Wessel Dikom hiermee ingedeeld bij de allerlaatste generatie meesters (actief tussen ca. 1760 en 1820) die de traditionele lokale industrie in stand hielden. In een tijd waarin de vraag naar de klassieke Zaanse klok langzaam terugliep, brachten klokkenmakers van buiten de streek – zoals Wessel – nieuwe Amsterdamse stijlen en technieken mee naar Oost-Zaandam om de lokale uurwerkindustrie te moderniseren en aan te passen aan de veranderende mode.
En zo eindigt het leven van Wessel Dikom/Diekom
De levensloop van Wessel Dikom vormt zo een doorlopende lijn: van zijn jeugd in een botermakend Oost-Fries gezin rond 1708, via zijn huwelijk en uurwerkpraktijk in Amsterdam vanaf 1736, tot zijn latere vernieuwende werkzaamheden tussen de Zaanse molens rond 1768. De combinatie van handgeschreven archiefstukken en de overgeleverde klokken uit topcollecties maakt het mogelijk om de man achter de signatuur na eeuwen nauwkeurig te volgen. We weten helaas niet wanneer en waar Wessel Dikom is overleden. We hopen dat u heeft genoten van zijn levensverhaal en zien u graag terug in een andere aflevering van deze serie over de Zaanse klokkenmakers.
Weet u trouwens dat wij een vergelijkbare serie hebben over de Friese klokkenmakers?
Lees verder in de serie: Zaanse Klokken & Klokkenmakers
🕰️ Historie & Tijdvakken
- De geschiedenis van de Zaanse klok
- Lees het grotere verhaal over de oorsprong en de ontwikkeling van de Zaanse klok door de eeuwen heen.
- Zaanse klokkenmakers (Centraal Overzicht)
- Bekijk het centrale overzicht van de Zaanse klokkenmakers en ontdek welke meesters actief waren.
- Tijdvak 1 – De Pioniers (1650–1685)
- Ontdek de allereerste klokkenmakers die de basis legden voor de unieke Zaanse stijl.
- Tijdvak 2 – Gouden Bloeiperiode (1685–1720)
- Na de pioniersjaren groeit de Zaanstreek verder in welvaart en treedt een nieuwe generatie aan.
- Tijdvak 3 – Verfijning en verandering (1720–1760)
- Hoe de Zaanse klok zich verder ontwikkelde in een veranderende markt en uiteindelijk plaatsmaakte voor nieuwe stijlen.
- Tijdvak 4 – De laatste Meesters (Vanaf 1760-1820)
- Over het einde van de authentieke productie en hoe de klok een iconisch verzamelobject werd.
🛠️ Populaire Modellen & Onderhoud
- De Albert Heijn Jubileumklok
- Het verhaal achter de legendarische spaaractie die de Zaanse klok in duizenden huiskamers bracht.
- De Zaanse onderhoudsbeurt
- Praktische tips voor het onderhouden, oliën, gelijkzetten en perfect laten lopen van jouw Zaanse klok.
Achtergrond en bronvermelding
Over de totstandkoming van deze artikelen
Binnen onze dagelijkse praktijk als klokkenmakers ligt onze ware passie en expertise natuurlijk bij het mechanische hart van de klok: het minutieuze herstel, het afstellen van het raderwerk en het draaiende houden van de fijne techniek op de werkbank in Alkmaar. Omdat een antiek uurwerk pas echt gaat leven als men ook de persoonlijke verhalen van de oude meesters kent, hebben wij voor deze grootschalige serie uitgebreid historisch bronnenonderzoek gedaan. Dit overzicht en de chronologische indeling zijn het resultaat van honderden uren eigen speurwerk in vakliteratuur, oude transportregisters en diverse museale documenten.
Hoewel wij klokken door en door kennen zijn wij vanzelfsprekend geen historici of een wandelende encyclopedie. Dit database-overzicht is dan ook puur bedoeld om onze liefde voor de Zaanse uurwerkkunst en haar rijke, Noord-Hollandse geschiedenis met u te delen. Voor diepgaande historische vragen of complex stamboomonderzoek verwijzen wij u met veel plezier door naar de officiële horologische musea en de streekarchieven.
Voor het vakkundige onderhoud, een gecompliceerde reparatie of een betrouwbare echtheidscheck van het uurwerk zelf, staat de deur van onze werkplaats in Alkmaar uiteraard wél altijd wijd voor u open!
Copyright & Bronvermelding
Dit overzicht is mede gebaseerd op en geverifieerd aan de hand van de archieven van het Museum Zaanse Tijd en de Federatie Klokkenvrienden. De unieke samenstelling, verhalende omschrijvingen en de specifieke structuur op deze website vallen onder het auteursrecht van lars-dekker.nl. Overname van deze teksten of de specifieke structuur zonder uitdrukkelijke toestemming is niet toegestaan. © Lars Dekker.