Jou Ratsma: de laatste klokkenmaker te Grou

Ontdek het aangrijpende, tragische levensverhaal van Jou Ratsma (1835–1910), de allerlaatste ambachtelijke meester-klokkenmaker van Grou.

Voor deze serie gaan we op zoek naar de mensen achter de Friese klokken, want achter iedere antieke Friese klok zit niet alleen een uurwerk, maar ook een maker, een familie en een verhaal. We vinden het mooi om juist die verhalen voor het voetlicht te brengen en te laten zien wie de mannen waren die deze klokken maakten, repareerden en van generatie op generatie hun vak doorgaven.

In deze aflevering bezoeken we Grou, van oudsher een dorp van schippers, vissers en boeren. Een watersportdorp met doorsneden met vaarten en havens. Maar ook een plaats die lange tijd een belangrijke rol speelde in de Friese klokkenmakerij. We volgen het leven van Jou Ratsma, die in 1835 in Sneek werd geboren en in 1910 in Grou overleed. Met deze markante Fries komen we terecht in een familiegeschiedenis die meerdere generaties teruggaat en waarin het maken en onderhouden van klokken steeds opnieuw een rol speelde. Zijn bijzondere levensverhaal laat niet alleen zien hoe het vak van klokkenmaker veranderde, maar ook hoe een ambacht langzaam verdween. Lees het waargebeurde verhaal van een Grouster klokkenmaker die, ondanks alles, altijd overeind bleef.

Jou Ratsma, geboren in Sneek, was de laatste klokkenmaker van Grou

Jou Ratsma – De laatste klokkenmaker en overzetter van Grou (Sneek 10 januari 1835 – Grou 30 november 1910)

Jou Ratsma groeide uit tot een van de laatste ambachtelijke klokkenmakers van Grou. Met zijn overlijden in 1910 kwam er een einde aan een lange periode waarin in Grou generaties lang klokken werden gemaakt en hersteld. De klokkenmakerskunst was hier al in de achttiende eeuw tot grote bloei gekomen, met bekende families als Andriesse en Tasma, maar in de negentiende eeuw liep het ambacht langzaam terug. Omstreeks het midden van die eeuw was de klokkenmakersindustrie in Grou grotendeels verdwenen.

De Friese klokkenmakersfamilie Radsma

Het uurwerkmakersvak zat al generaties lang in de familie. De basis van deze Friese klokkenmakersfamilie werd halverwege de 18e eeuw gelegd door zijn betovergrootvader, meester-uurwerkmaker Redmer Roels. Hoewel zijn directe familieoorsprong in Heerenveen lag legde juist Redmer na zijn verhuizing naar Sneek de basis voor deze Friese klokkenmakersdynastie.

Diens zoon, meester-uurwerkmaker Jouw Redmers Radsma, nam het bedrijf over en was de overgrootvader van Jou Ratsma. Deze patriarch bezat tussen 1778 en 1845 een atelier in Sneek en werkte rond de eeuwwisseling, van 1799 tot 1801, tijdelijk aan de Dijkstraat in Franeker.

Samenwerking met klokschilder Douwe Ages Oosterwerf

Uit de registers blijkt dat hij nauw samenwerkte met klokschilder Douwe Ages Oosterwerf, die destijds bekendstond als een vooraanstaand klokschilder te Sneek. Oosterwerf bracht de ijzeren wijzerplaten tot leven met de handgeschilderde Friese landschappen, bruidjes en scheepjesmotieven die zo kenmerkend waren voor die periode. Deze kruisbestuiving bleek een groot succes: een klok die door hen beiden was gemaakt moet daardoor niet alleen technisch een fraai uurwerk zijn geweest, maar ook een bijzonder verzorgd uiterlijk hebben gehad.

De diefstal van het lood (1788)

Dat het runnen van een achttiende-eeuws klokkenmakersatelier niet zonder gevaar was bleek in de nazomer van 1788. Uit de Sneker rechtsprotocollen komt een opmerkelijk detail naar voren: in september van dat jaar werd er tot tweemaal toe ingebroken in de werkplaats van Jouw Redmers. De dieven hadden het gemunt op een zeer specifieke en waardevolle grondstof in het klokkenmakersgilde: lood.
Lood was in die tijd onmisbaar in de werkplaats, waar het werd gesmolten en gegoten om de zware gewichten te maken die de Friese stoel- en staartklokken aandreven. Hoewel de brutale diefstallen destijds ongetwijfeld voor de nodige frustratie en materiële schade hebben gezorgd, geven deze bewaarde archiefstukken de Sneker familiegeschiedenis vandaag de dag een bijzonder tastbaar en historisch kleurrijk randje.

Familie van Jou Ratsma woonde en werkte in Harlingen
Familie van Jou Ratsma woonde en werkte in Harlingen

De Friese wortels van het geslacht Radsma

Het klokkenmakersvak zat Jou Ratsma in het bloed. Via zijn Sneker voorvaderen was hij nauw verwant aan de andere takken van de familie Radsma, die verspreid over Friesland exact hetzelfde ambacht uitoefenden. Zo beheerden de Harlinger Radsma’s de grote stadsuurwerken, doken ze in Bolsward op via huwelijken en de uurwerkhandel, en produceerde een bekende zijtak in Oudebildtzijl stoel- en staande klokken. Hoewel de familie geografisch uitwaaierde, bleven ze verbonden door dit zeldzame vakmanschap.

Het gezin van Jouw Radsma en Jantje Lieuwes:

Uit het eerste huwelijk van overgrootvader Jouw Redmers Radsma met Jantje Lieuwes uit Langweer werden deze kinderen geboren: 

  1. Aaltje Jouws Radsma – Zij trouwde met Sjoerd Ottes Baarda.
  2. Redmer Jouws Radsma – Hij werd leerlooiersknecht en schrijnwerker.
  3. Lieuwe Jouws Radsma – Hij werd vellenbloter (leerlooier) en was de grootvader van Jou Ratsma.Hij is de vader van Tijtje (ook wel Tietie), de dochter die ongehuwd zwanger werd van Jou.
  4. Wypke Jouws Radsma – Hij volgde geen ambacht in de klokken, maar werd geregistreerd als arbeider en pakhuisknecht.
  5. Cornelis Jouws Radsma – Hij werd ververs- en glazenmakersknecht en bleef ongehuwd.
  6. Jantje Jouws Radsma – Zij bleef ongehuwd.

Uit het tweede huwelijk met Grietje Durks Nijzijl:

  1. Lijsbet Radsma – Zij werd geboren als de oudste dochter uit het tweede huwelijk.
  2. Durk Radsma – De enige zoon die het uurwerkmakersvak overnam en de latere leermeester van Jou werd.
  3. Johannes Radsma – Hij overleed, slechts 8 maanden oud.
  4. Cornelis Radsma – Hij overleed op vroege, 2-jarige leeftijd.
Geboorteakte van Jou Ratsma te Sneek op 10 januari 1835
Geboorteakte van Jou Ratsma te Sneek op 10 januari 1835

Jou Ratsma wordt geboren als kind van een ongehuwde moeder

Zijn grootmoeder Rinske Arends overleed al op 14 april 1832, nog voordat Jou geboren was. Zijn grootvader Lieuwe Jouws Radsma bleef als arme vellenblotersknecht (als knecht ondersteunde je de meester-vellenbloter bij het zware, vuile en vaak stinkende werk in de leerlooierij) achter met drie kinderen: Jantje was 21, Tijtje was bijna 19 jaar en Arend was 15. Zijn moeder Tijtje moest al jong voor zichzelf zorgen en werkte als dienstmaagd. In die moeilijke omstandigheden raakte zij zwanger van Jou.

Hiermee werd Jou Ratsma op 10 januari 1835 geboren als zoon van Tijtje Radsma, de ongetrouwde dochter van Lieuwe Radsma. Omdat er geen biologische vader in de registers werd vermeld kreeg Jou de achternaam van zijn moeder, maar hier werd wel een fout gemaakt. 

Bij zijn geboorte in 1835 deed de Sneker stadsvroedvrouw, Janneke Groustra, officieel de aangifte op het stadhuis. De ambtenaar maakte hierbij een administratieve fout en schreef de achternaam in de registers in met een ’t’: Jou Ratsma in plaats van Radsma. Vanaf dat moment was de letterverandering een feit. (Als u de wijzerplaat van Jacob Ratsma te Harlingen bekijkt ziet u daar dat de familienaam ook met een T werd geschreven.)

Twee jaar later, op 17 april 1837, beviel Tijtje Radsma opnieuw van een kindje, een dochtertje dat de naam Grietje zou krijgen. Helaas overleed het meisje, nog geen negen maanden oud, op 3 januari 1838. Jou was toen nog bijna drie jaar en het zal voor moeder en zoon een droevige periode zijn geweest.

Tijtje trouwt met Reinder Jeron en verhuist naar Harlingen

Er leek even hoop te glimmen toen moeder Tijtje op 28 februari 1839 in Sneek trouwde met de 27-jarige winkelier Reinder Jans Jeron uit Stavoren. Het jonge paar zocht het geluk in de bloeiende havenstad Harlingen, waar Reinder een winkel bestierde aan de Lombardstraat. Het gezinsnoodlot sloeg echter al na zestien maanden genadeloos toe. Op 18 juli 1840 overleed stiefvader Reinder plotseling op slechts 28-jarige leeftijd in de Harlinger Lombardstraat.

Alleen achtergebleven vertrok de jonge, 27-jarige weduwe Tijtje daarna over de Zuiderzee naar de Noord-Hollandse polders van Wieringerwaard, waar ze onder zware omstandigheden ging werken in een kantine voor polderwerkers. De kleine Jou werd op 5-jarige leeftijd definitief achtergelaten bij zijn Friese familie.

Tijtje overleed echter binnen enkele jaren eenzaam in de Noord-Hollandse polder op 24 april 1844 op de jonge leeftijd van slechts 32 jaar, waarbij zij haar zoon Jou als weeskind achterliet. De afhandeling van haar nalatenschap leidde tot administratieve problemen tussen verschillende belastingkantoren en voor de instanties was de 9-jarige Jou daardoor moeilijk terug te vinden.

Portrettekening van meester-klokkenmaker Jou Ratsma, in 1905 met veel liefde vervaardigd door zijn creatieve zoon Johan Ratsma. De originele tekening kwam decennia later tevoorschijn bij Klaas Pieters Ratsma in Akkrum. 
Portrettekening van meester-klokkenmaker Jou Ratsma, in 1905 met veel liefde vervaardigd door zijn creatieve zoon Johan Ratsma. De originele tekening kwam decennia later tevoorschijn bij Klaas Pieters Ratsma in Akkrum. 

Opvang bij familie in Bolsward en bij Durk Radsma

Door het vroege verlies van zijn moeder en zonder vader of stiefvader bleef Jou in 1844 als weeskind alleen achter. Hij was opgevangen door familie in de buurstad Bolsward, maar keerde al op jonge leeftijd terug naar zijn Sneker wortels om aan de werkplaats van de jonge meester-uurwerkmaker Durk Jouws Radsma het ambacht te leren. Durk was een zoon uit het tweede huwelijk van zijn overgrootvader en zelf actief achter de klokkenmakerswerkbank van 1831 tot 1855.

Een mooi detail uit de registers van de Nationale Militie laat zien hoe sterk de familiegelijkenis tussen oom en neef was. Toen oom Durk werd gekeurd werd hij fysiek omschreven als een man van 1,66 meter lang, met een rond aangezicht, blauwe ogen, een gewone neus en mond en bruin haar. Toen Jou in 1854 zelf voor de keuringscommissie verscheen bleek hij met zijn 1,65 meter en exact dezelfde gelaatstrekken sprekend op zijn oom te lijken. 

De leerschool op de Koemarkt te Sneek

Uit de Sneker bevolkingsregisters van 1850 blijkt dat de tiener Jou officieel inwoonde en werkte in het drukke gezin van zijn oom op de Koemarkt. Durk Radsma was in mei 1838 als uurwerkmakersknecht getrouwd met Agnietje Johannes van der Stel en had inmiddels een bloeiend zelfstandig atelier opgebouwd. Aan diens werkbank kreeg Jou de fijne kneepjes van het klokkenmakersvak zo goed in de vingers dat hij in 1854 bij zijn eigen militaire oproep al direct trots als volwaardig uurwerkmaker geregistreerd stond.

Zijn leermeester Durk Radsma overlijdt

Na zijn opleiding diende Jou vervolgens ongeveer vijf jaar als soldaat bij de infanterie. Tijdens die periode gebeurde er iets ingrijpends. Zijn oom en leermeester Durk overleed op 7 juni 1855, pas 38 jaar oud. Jou verloor daarmee niet alleen een familielid, maar ook de man die hem het vak had geleerd.

Jou gaat trouwen met Pietje/Pytsje Zijlstra en begint voor zichzelf

Tijdens deze actieve diensttijd, op 15 mei 1859, trouwde de 24-jarige Jou in Sneek met de 26-jarige Pietje Jacobs Zijlstra. Na zijn definitieve afzwaaien werkte hij tot 1866 met veel succes als zelfstandig horlogier in Sneek, waarna het gezin definitief naar Grou verhuisde. 

Het Oershaelspaed te Grou, de straat waar klokkenmaker Jou Ratsma en zijn gezin jarenlang woonden
Het Oershaelspaed te Grou, de straat waar klokkenmaker Jou Ratsma en zijn gezin jarenlang woonden

Het gezin van Jou en Pietje Ratsma en het leven aan het Oerhaelspaed

In Grou streek het gezin neer in een karakteristiek pand aan het Oerhaelspaed (Overhaalpad). Samen kregen Jou en Pietje zeven kinderen, van wie de eerste drie in Sneek en de laatste vier in Grou werden geboren: 

  1. Jakob Ratsma (Sneek 12 april 1860) – Hij werd net als zijn broers geen klokkenmaker.
  2. Tytje Ratsma (Sneek 27 november 1862 – Grou 14 maart 1875). Zij stierf op 12-jarige leeftijd.
  3. Jou Ratsma (Sneek 1 februari 1866 – Sneek 3 maart 1866). Stierf als zuigeling van slechts een maand oud.
  4. Jou Ratsma (Grou 1 februari 1868 – 16 september 1903) – Vernoemd naar zijn overleden broertje.Hij was boerenknecht en schipper. Hij is helaas verdronken.
  5. Pieter/Pyter Ratsma (Grou 21 december 1871 – Grou 6 mei 1964) – De zoon bij wie Jou later in de Boochstrjitte zou gaan inwonen.
  6. Johan/Jehan Ratsma (Grou 31 oktober 1875) – De creatieve zoon die in 1905 de portrettekening van zijn vader maakte.
  7. Tietje Ratsma (Grou 3 juni 1880 – Grou 22 augustus 1886) – Eveneens vernoemd naar haar overleden zusje.Zij overleed toen ze 6 jaar oud was.

Veel verdriet treft het gezin

Het gezin kreeg in de loop der jaren ook met veel verdriet te maken. Hun eerste zoon Jou overleed al na ongeveer een maand, op 3 maart 1866. In 1875 verloren Jou en Pietje hun dochter Tytje, die nog maar twaalf jaar oud was. Ook hun jongste dochter Tietje werd niet oud. Zij werd geboren op 3 juni 1880, maar overleed al op 22 augustus 1886, slechts zes jaar oud. Zo moesten Jou en Pietje drie van hun zeven kinderen al op jonge leeftijd verliezen. Ook hun zoon Jou, geboren op 1 februari 1868, zou zijn ouders niet oud zien worden.

Nostalgisch dorpsgezicht op Grou

Zoon Jou verdrinkt tijdens de jaarlijkse Frisia-zeilwedstrijd

Jou groeide op en werd later boerenknecht en schipper. Op woensdag 16 september 1903 werd in Grou, zoals ieder jaar, de jaarlijkse Frisia-zeilwedstrijd gehouden. Het was een feestelijke dag. Er deden allerlei schepen mee, zoals beurt- en vrachtschepen, schouwen, jollen en vissersschepen. Eerst liet de wind het een beetje afweten, maar ’s middags kwam er een flinke bries en op het water speelde zich, zoals de krant het beschreef, een schilderachtig schouwspel af. Op de directieboot speelde muziek en de vlaggen wapperden in de wind. Niemand kon toen vermoeden dat deze vrolijke dag zo verdrietig zou eindigen.

In de Galle sloeg de schouw van de gebroeders Wester om. Aan boord waren R. Wester, G. Huizinga en Jou Ratsma, alle drie uit Grou. Ze wisten op het omgeslagen vaartuig te klimmen en waren op dat moment eigenlijk nog veilig. Als ze daar rustig waren blijven zitten, zouden ze waarschijnlijk met een nat pak van het ongeluk zijn afgekomen. Maar Huizinga en Jou probeerden toch zwemmend de wal te bereiken. Huizinga wist nog een toegestoken boom te grijpen en kon worden gered. Jou had minder geluk. Zijn krachten begaven het en voor de ogen van de mensen die te hulp waren toegesneld, zonk hij plotseling weg in het water. Er werd nog lange tijd naar hem gezocht. Pas na minstens een half uur zoeken naar de drenkeling werd zijn lichaam gevonden. Men probeerde zijn levensgeesten weer op te wekken, maar helaas mocht dat niet meer baten. De kranten schreven over Jou als een oppassend man en vader die zo onverwacht, midden in het leven, van zijn gezin was weggenomen.

De vrolijke sfeer van die middag was in één klap verdwenen, iedereen begreep wat er was gebeurd en leefde mee met de familie die zo plotseling in diepe rouw was gedompeld. Jou was in 1895 getrouwd met Akke Zuiderbaan. Samen hadden zij twee jonge dochters, Janneke en Pietje. Op 16 september 1903 verloor Akke haar man en moesten de twee meisjes verder zonder hun vader. In de kranten van die tijd werd Jou 32 jaar genoemd, maar uit zijn geboortegegevens blijkt dat hij op dat moment 35 jaar oud was. Zo eindigde op een dag die zo vrolijk was begonnen het leven van de tweede Jou Ratsma, de zoon van de klokkenmaker en de broer die dezelfde naam droeg als het jongetje dat zeventien jaar eerder al zo jong was verloren.

Grou met de Hervormde Kerk en schepen in de haven
Grou met de Hervormde Kerk en schepen in de haven

Een kleindochter van 105 jaar oud: Pietje Ratsma,

De jongste dochter van Jou en Akke was Pietje Ratsma. Zij werd geboren op 28 mei 1900 in Grou, als tweede dochter van het gezin. Haar oudere zus Janneke was toen vier jaar oud. Pietje was nog maar drie jaar toen haar vader op die vreselijke septemberdag van 1903 verdronk. Ze zal zich daar zelf waarschijnlijk niets meer van hebben herinnerd, maar het verhaal van haar vader bleef natuurlijk binnen de familie voortleven. Haar moeder Akke bleef achter met twee kleine meisjes en moest hen alleen grootbrengen.

Pietje groeide op in Grou en trouwde op 2 juli 1921, toen ze 21 jaar oud was, met Wouter Zwart uit Warga. Samen kregen zij een zoon, Theunis, die in 1927 werd geboren. Pietje zou uiteindelijk een heel lang leven krijgen. Op 26 augustus 2005 overleed Pietje in Leeuwarden. Ze was toen maar liefst 105 jaar oud. Een eeuw was inmiddels voorbijgegaan sinds haar geboorte in Grou. Ze was geboren als dochter van de schipper Jou Ratsma, die op zo’n jonge leeftijd verdronk en werd zelf de oudste aan de generatie.

Jou wordt de overzetter van het dorp

De tijd waarin Jou zijn werk als klokkenmaker begon was heel anders dan de glorietijd van de Grouster klokkenmakers uit de 18e eeuw. De klokkenmakerij in Grou was in de loop van de 19e eeuw sterk achteruitgegaan en rond 1855 was de oude klokkenmakersindustrie eigenlijk al verdwenen. Toch bleef Jou het vak trouw en probeerde hij er zijn bestaan mee op te bouwen. Alleen was het kennelijk niet genoeg om uitsluitend van het maken en repareren van klokken te leven.

Daarom combineerde hij zijn ambacht met een andere belangrijke functie in het dorp: hij werd overzetter. Aan het Oerhaelspaed verzorgde hij de overhaal en zette hij mensen en vracht met de pont over het Grouster water. Zo had hij, naast zijn werk als klokkenmaker, een vaste openbare dorpsfunctie waarmee hij zijn inkomen kon aanvullen. Terwijl hij aan het water op zijn passagiers wachtte, bleef boven op de krappe zolder van zijn woning zijn werkplaats. Daar tikten de klokken rustig verder en werkte Jou aan de uurwerken die hem nog altijd aan zijn oude ambacht verbonden.

Door Jou Ratsma gemaakte Friese staartklok
Door Jou Ratsma gemaakte Friese staartklok
Zij-aanzicht van de door Jou Ratsma gemaakte Friese staartklok
Zij-aanzicht van de door Jou Ratsma gemaakte Friese staartklok
Rechterzijde van de Friese staartklok die is gemaakt door Jou Ratsma
Rechterzijde van de Friese staartklok die is gemaakt door Jou Ratsma

Jou Ratsma’s vakmanschap

In de bloeiperiode van zijn carrière bouwde Jou Ratsma nog de traditionele Friese stoeltjesklokken en langstaartklokken op ambachtelijke wijze. Omdat hij zelf geen houtbewerker was, liet hij de fraaie houten klokkenkasten speciaal overkomen uit het productiecentrum Joure. Men roemde hem in de wijde omtrek als een eersteklas vakman die buitengewoon mooi en nauwkeurig werk leverde. Het ambacht overdragen zat echter niet in zijn bloed; Jou stond in het dorp bekend als een stugge en norse man die simpelweg te weinig geduld bezat om de kneepjes van het vak door te geven aan een van zijn vier zonen. Nu we meer begrijpen van zijn achtergrond is het natuurlijk niet verwonderlijk dat hij kortaf over kon komen. De man had een behoorlijk tragisch leven achter zich.

Advertentie uit 1897, waarin klokkenmaker Jou Ratsma zijn Friesche klokken en stoeltjesklokken aanbeveelt
Advertentie uit 1897, waarin klokkenmaker Jou Ratsma zijn Friesche klokken en stoeltjesklokken aanbeveelt
Advertentie uit 1897, waarin klokkenmaker Jou Ratma te Grouw zijn Friesche klokken te koop aanbiedt
Advertentie uit 1897, waarin klokkenmaker Jou Ratma te Grouw zijn Friesche klokken te koop aanbiedt

De komst van de Duitse fabrieksklokken

De markt veranderde in de jaren tachtig van de 19e eeuw echter in een razend tempo. De opkomende massaproductie van goedkopere fabrieksuurwerken uit Duitsland bracht klokken op de markt die voor veel mensen aantrekkelijk waren. Ook de populaire ‘Schwarzwälder’ klokken vonden hun weg naar Friesland. Deze klokken hoefden bovendien maar één keer in de acht dagen te worden opgewonden en waren daardoor gemakkelijk in het gebruik.

Voor een ambachtsman als Jou, die iedere klok met de hand maakte en veel tijd en vakmanschap in een uurwerk stak, werd het daardoor steeds moeilijker om met deze goedkope fabrieksklokken te concurreren. De tijden waarin een klant speciaal naar een vakman ging om een nieuwe Friese stoel- of staartklok te laten maken liepen langzaam ten einde.

Aan het einde van zijn loopbaan bouwde Jou Ratsma dan ook geen nieuwe klokken meer. Zijn vakmanschap bleef echter nodig, want overal in de omgeving hingen nog de oude Friese klokken die onderhoud en reparatie nodig hadden. Zo verschoof zijn werk van het maken van nieuwe uurwerken naar het zorgvuldig onderhouden, herstellen en weer aan de praat krijgen van de klokken die al jaren bij mensen thuis hingen. Het was een andere tijd geworden, maar Jou bleef tot op hoge leeftijd met zijn handen aan de klokken werken.

Bijzonder: de kleindochter van Jou krijgt via omwegen toch een klok van ‘pake’

Uit de registers van het dorpsarchief komt hierbij een uniek feit naar voren. Een zekere inwoner, Bouwe de Groot (geboren in 1882), liet aan het begin van de 20e eeuw een echte staartklok maken in Grou. Omdat Jou Ratsma destijds nog de enige actieve klokkenmaker in het dorp was is dit meesterwerk door hem vervaardigd. Na het overlijden van Bouwe ging de klok naar een kleinzoon, ook Bouwe de Groot genaamd. En ook deze Bouwe gaf hem door aan een kleinzoon met dezelfde naam.

Uiteindelijk kwam deze specifieke klok door vererving en via een grote omweg toch in het bezit van een kleindochter van Jou Ratsma zelf: Boukje Spijkstra-Ratsma! Helaas is zij begin 2026 overleden, maar ze had dus een antieke Friese klok aan de muur hangen die haar eigen ‘pake’ destijds aan het Overhaalpad heeft gebouwd. Is dat niet bijzonder?!

De staartklok gemaakt door Jou Ratsma kwam uiteindelijk terecht bij zijn kleindochter Boukje Spijkstra-Ratsma
De staartklok gemaakt door Jou Ratsma kwam uiteindelijk terecht bij zijn kleindochter Boukje Spijkstra-Ratsma
Wijzerplaat van de Friese staartklok van Jou Ratsma
Wijzerplaat van de Friese staartklok van Jou Ratsma
Uurwerk van de Friese staartklok van Jou Ratsma te Grou
Uurwerk van de Friese staartklok van Jou Ratsma te Grou

Hechte vriendschap tussen twee collega-klokkenmakers

Ondanks zijn stugge karakter koesterde Jou levenslange vriendschappen die geworteld waren in zijn Sneker jeugdjaren. Eén keer per jaar legde de uurwerkmaker zijn gereedschap neer en reisde hij naar Joure voor een bezoek aan zijn trouwe vriend: meester-uurwerkmaker en pionier Hille van Delden. De twee klokkenmakers hadden in hun jonge jaren samen als knecht in hetzelfde Sneker atelier gewerkt. (Ontdek hier het bijzondere levensverhaal van Hille van Delden op onze geschiedenispagina van Sneek) 

De vrouw van Jou, Pietje, komt te overlijden

Op 27 maart 1896 overleed Pietje, de vrouw met wie Jou zoveel jaren had gedeeld. Nog geen maand later, op 25 april 1896, trouwde hun zoon Pieter met Jeltje Klazes de Jong (zij komt straks zelf ook nog aan het woord). Na hun huwelijk trokken Pieter en Jeltje bij vader Jou in. Ook Johan, de jongste zoon, woonde toen nog thuis. Het moet een bijzonder huishouden zijn geweest: de oude klokkenmaker werkte op de zolder van het huis aan zijn uurwerken, terwijl zijn pasgetrouwde zoon en schoondochter daar aan hun nieuwe leven en gezin begonnen.

De Boogstrjitte te Grou, waar klokkenmaker Jou Ratsma bij zijn zoon Pieter en diens vrouw Jeltje inwoonde
De Boogstrjitte te Grou, waar klokkenmaker Jou Ratsma bij zijn zoon Pieter en diens vrouw Jeltje inwoonde

Pieter en Jeltje beginnen een winkel in de Boochstrjitte

Pieter en Jeltje kregen inmiddels meerdere kinderen en na ongeveer vier jaar vertrok het gezin weer uit het huis van Jou. Pieter en Jeltje begonnen in de Boochstrjitte een winkel, de Bazar, en Jou verhuisde met hen mee. Hij kreeg daar aan de noordkant van de winkel een houten loods waarin hij zijn klokkenmakerij voortzette. Voor kost en inwoning betaalde hij zijn zoon iedere week een daalder. Zo bleven vader en zoon nog een aantal jaren dicht bij elkaar wonen en werken, ieder met zijn eigen bezigheden.

Maar ook de Bazar kende uiteindelijk moeilijke tijden. Op 17 april 1907 werd de winkel door de rechtbank in Leeuwarden failliet verklaard en moest de voorraad worden verkocht. Wat precies de oorzaak van het faillissement was, is niet duidelijk geworden. Voor Pieter en Jeltje betekende het in ieder geval het einde van hun winkel en voor Jou opnieuw een verandering in zijn dagelijks leven. Hij was inmiddels al op leeftijd en had na een leven lang werken als klokkenmaker steeds minder van de oude zekerheid om zich heen. Kort voor zijn overlijden verkocht hij zijn bezittingen aan de familie Jepkema uit Reduzum.

De laatste jaren van Jou Ratsma

Op 30 november 1910 kwam er een einde aan het leven van Jou Ratsma. Hij was toen 75 jaar oud. Een man die zijn leven lang met uurwerken had gewerkt, die als overzetter dagelijks mensen over het water had gezet en die tot op hoge leeftijd zijn vak bleef uitoefenen, was daarmee niet meer. Met zijn overlijden verdween een van de laatste vertegenwoordigers van de oude ambachtelijke Grouster klokkenmakerskunst.

Hoewel Jou een groot deel van zijn leven in het waterdorp doorbracht bleef de herinnering aan zijn Sneker wortels altijd hoorbaar. De markante uurwerkmaker, die zich door een leven vol tegenspoed en diepe dalen had heen geknokt, bleef zijn hele leven onveranderd zijn vertrouwde Sneker Stadsfries spreken als een dierbaar anker naar het verleden. Met dit portret van zijn bewogen leven willen wij de herinnering aan Jou Ratsma levend houden

Jou Ratsma sr was de leste Grouster klokmakker
Jou Ratsma sr was de leste Grouster klokmakker

Schoondochter Jeltje Ratsma-de Jong vertelt in 1965 haar herinneringen

Dokter S.A. Schouwstra tekende het levensverhaal van mevrouw Ratsma-de Jong, de schoondochter van Jou (gehuwd met zoon Pieter), op in 1965. Graag laten wij haar hier ook nog even aan het woord.
Toen Jeltje op haar 22ste met Pieter trouwde, kwam ze eerst bij Jou Ratsma en diens jongste zoon Johan in huis. Jou was toen al weduwnaar. Haar eerste kennismaking met het huishouden was niet bepaald gemakkelijk.

Jeltje vertelt:

Jeltje had al ongeveer anderhalf jaar verkering met Pieter toen zijn moeder aan de griep overleed. Thuis waren ze er slecht aan toe. Er bleven drie mannen over, want ook oom Johan woonde nog thuis. Toen vonden ze dat Pieter maar moest trouwen. Ze hadden een winkel aan huis en, zo schrijft Jeltje, “meenden dat een vreemde daar niks mee te maken had.”

Pieter Ratsma en zijn gezin voor de winkel in de Boogstraat te Grou
Pieter Ratsma en zijn gezin voor de winkel in de Boogstraat te Grou

Voor Jeltje betekende dat nogal wat. Ze kende Pieter natuurlijk al, maar trouwen betekende nu ook dat ze in een huis met drie mannen terecht zou komen en mee zou moeten draaien in de winkel en het huishouden. Ze moest daar eerst goed over nadenken. “Nou daar moest ik me eerst eens over beraden. Drie mannen, daar zag ik nogal tegenop.”
Ze dacht dat haar moeder haar misschien raad kon geven. “Ik dacht Us Mem moet mij maar raad geven.” Maar daar had ze niet veel aan. “Je moet het zelf weten.”
Jeltje probeerde het nog een keer: “Nou, wat zouden jullie gedaan hebben in mijn geval?” Maar ook toen kwam er geen advies. “Daar kan ik niet over oordelen.” En dan schrijft ze: “Dus stond ik er helemaal alleen voor.”

Pieter en de anderen wisten haar uiteindelijk toch over te halen. Jeltje schrijft daar heel eenvoudig over: “Omdat jullie Heit en de anderen het mij zo mooi voorpraatten, zijn we dan maar getrouwd.” Ze was nog maar 22 jaar. “’k Was net 22 jaar.”  Maar het nieuwe leven viel haar eerst bepaald niet mee. “Maar o, wat is het mij eerst zwaar gevallen.” Toen ze eenmaal goed in het huishouden keek, ontdekte ze hoe weinig er eigenlijk op orde was. “Niet één heel kledingstuk en niet één paar hele kousen of sokken.” Alles lag in de laden van het kabinet. Maar toen ze de hele zaak nakeek, bleek alles kapot. “Ik dacht jel wat ben je begonnen.” Toch liet ze het er niet bij zitten. “Maar de kop ervoor en proberen het in orde te krijgen.” Het duurde de hele zomer voordat ze de boel een beetje op orde had. En dan voegt ze er nuchter aan toe: “Want men had ook geen naaimachine.” 

Pieter en Jeltje Ratsma uit Grou zijn 50 jaar getrouwd
Pieter en Jeltje Ratsma zijn 50 jaar getrouwd
Een foto van 3 generaties Jeltje Ratsma
Een foto van 3 generaties Jeltje Ratsma

Later kwam er meer bij kijken. Jouke en Akke hadden er ook wel bij in willen trekken, maar Pieter vond dat geen goed idee. Volgens Jeltje was Akke een “ruziezoeker” en was Pieter bang dat de zaken dan niet goed zouden gaan. Jou, haar schoonvader, had ongeveer 500 gulden aan spullen en daar moesten zij hem voor in de kost nemen. Jeltje schrijft er droog achteraan: “Wat een dure centen hè.” Jouke en Akke begonnen hen vervolgens dwars te zitten. Er werd bij familie verteld dat er van die 500 gulden van Pake wel niet veel over zou blijven. Ook Johan, de broer van Pieter, ging een tijdje bij Akke in de kost. Jeltje was daar niet rouwig om: “Daar kregen we ook niet veel kostgeld van en dat verlichtte mijn handen wat.”

De ruzies in de familie liepen hoog op. Uiteindelijk kreeg Pieter van meester Wielsma een lening van 500 gulden, tegen 4½ procent rente en met jaarlijks 100 gulden aflossing. Jeltje schrijft: “Toen stonden wij vrij tegenover die familie.”

Maar daarmee waren de zorgen niet voorbij. “Wij moesten ontzettend zuinig zijn om het hoofd boven water te houden.” En toen ze tegen de oude man zeiden dat ze nu wel recht op kostgeld hadden, was Jou daar niet erg over te spreken. Jeltje vertelt het alsof ze het nog voor zich ziet: “Toen ’s zaterdagsavonds smeet de oude man een daalder op de tafel, dat was kostgeld en wij hebben nooit meer gehad.”

Jou zou vijftien jaar bij Pieter en Jeltje blijven. En dan schrijft ze, bijna terloops: “’t Was geen lastige man.” Wel ging hij dagelijks drie keer naar de herberg en kwam dan met een rood hoofd thuis. Daar kon Jeltje slecht tegen, want ze was zelf erg tegen drank. “Maar de Ratsma’s lusten ’m graag.” Ze probeerde hem daar nog wel op aan te spreken, maar volgens Jou wist zij daar niets van.

Jaren later vertelt Jeltje ook nog over de laatste keer dat Jou dronken thuiskwam. Dat was toen Juliaantje was geboren. Iedereen had dat gevierd. Pieter en Jeltje lagen al in bed en de grote jongens sliepen op zolder. Er was nog geen elektriciteit; er stond alleen een klein petroleumlampje. Ze hadden Jou niet horen thuiskomen, maar werden wakker van een plof. Jou lag op zolder, het lampje was kapot en overal lag petroleum. Gelukkig ging het lampje meteen uit. De volgende dag schaamde Jou zich wel wat, schrijft Jeltje, maar “’t was al gauw weer vergeten.” 
Ook toen klaagde hij al over zijn keel. Jeltje had gezegd dat drank daar niet goed voor was. Zijn antwoord: “Wat weet jij daar nou van.”

Jeltje vertelt ook over de laatste jaren van Jou. Hij was niet van de ene op de andere dag ziek. Langzaam werd het minder met hem. Zij schrijft dat hij al eerder over zijn keel klaagde, maar dat het later ernstiger werd. “Maar ’t werd langzamerhand minder, zodat we de dokter er eens bijhaalden.” De dokter keek Jou in de mond en zei tegen Jeltje: “Zie je dat wel? Er zit een zwelling in zijn keel.” Hij kreeg een drankje om mee te gorgelen, maar dat was volgens de dokter alleen bedoeld om het wat te verzachten. Jeltje schrijft dat hij misschien wel een jaar heeft gesukkeld. Dat betekende voor haar ook een jaar van verzorgen. “Dat jaar betekende nog een heleboel verzorging.” Ze vertelt daar heel nuchter over. De dokter had gezegd dat het niet besmettelijk was, maar voor Jeltje was de verzorging soms onaangenaam. “Het was toch vies. Altijd van dat lange gladde slijm.”

Ook de kinderen merkten dat er iets met Pake aan de hand was. Klaas was misschien een jaar of negen en hield goed in de gaten wat er gebeurde. Zo waarschuwde hij zijn moeder wanneer Pake uit de theepot had gedronken of zijn zakdoek op de pannen had gelegd waarop zij het eten bereidde. Of wanneer hij een van hun kopjes gebruikte om uit te drinken. Jeltje vertelt het zonder boosheid. Ze voegt er zelfs aan toe: “Raar hè, hij deed ander nooit lelijk.”

Ondanks zijn ziekte bleef Jou zo lang mogelijk zijn gewone leven leiden. Ook naar de herberg ging hij nog, zolang hij op de been kon blijven. “Zo lang hij op de been bleef.” Maar op het laatst ging het snel. Jeltje schrijft: “Op ’t laatst ging het nogal hard en een week of drie heeft hij gelegen en toen was ’t gebeurd.”

Zo beschrijft Jeltje het einde van Jou. Zonder grote woorden, maar juist daardoor komt het dichtbij. Een oude man die langzaam achteruitging, een jaar lang verzorgd werd door zijn schoondochter en die, zolang het nog kon, zijn eigen gang bleef gaan. Tot hij uiteindelijk niet meer kon en de laatste drie weken op bed lag.

Zo laat Jeltje ons Jou niet alleen zien als de laatste Grouster klokkenmaker, maar gewoon als de man die bij hen in huis woonde. Soms lastig, soms eigenzinnig, soms beschamend, maar volgens haar toch “geen lastige man”. Haar herinneringen geven daarmee een heel persoonlijk beeld van de laatste vijftien jaar van zijn leven — een leven dat ooit in het teken stond van het klokkenmakersvak, maar dat eindigde in afhankelijkheid, schraalte en uiteindelijk ziekte.

Het haventje bij het Pikmeer in Grou, vlak bij het Oerhaelspaed waar Jou Ratsma woonde
Het haventje bij het Pikmeer in Grou, vlak bij het Oerhaelspaed waar Jou Ratsma woonde

Dank aan het Dorpsarchief Grou en de werkgroep

Wij willen Hepke Hiemstra van het Dorpsarchief Grou bedanken voor zijn hulp en inzet bij het onderzoek naar de klokkenmakers van Grou. Hij heeft zich jarenlang verdiept in het verleden van de uurwerkmakers uit zijn dorp en uitgezocht wie deze ambachtsmannen waren, waar zij woonden, uit welke families zij kwamen en hoe hun levens verliepen. Dankzij al dat speurwerk is er een schat aan informatie bewaard gebleven over de mensen achter de klokken.

Op de website van het Dorpsarchief Grou zijn daarom prachtige pagina’s te vinden over de Grouster uurwerkmakers, met verhalen, namen, adressen en veel historische details. Voor ons onderzoek naar Jou Ratsma en zijn familie waren deze gegevens bijzonder waardevol.

Wij willen hier ook speciaal de heer Sake Jan Bokma hartelijk bedanken voor de prettige samenwerking, ons mailcontact en de uitwisseling van informatie. Dankzij hem hebben we prachtige informatie gekregen die we hier op deze pagina mochten gebruiken.

Natuurlijk bedanken wij ook de andere leden van de werkgroep van het Dorpsarchief Grou. Zonder hun inzet zouden veel van deze mooie verhalen uit de geschiedenis van de Grouster klokkenmakers misschien verborgen zijn gebleven.

Groeten uit Grouw ansichtkaart

Bronverantwoording en verantwoording

Dit artikel is het resultaat van een unieke combinatie van historisch bronnenonderzoek en diepgaande genealogie:

  • Het historische fundament: De grote, historische lijnen van deze Friese arbeidersgeschiedenis zijn mede gebaseerd op het diepgravende archiefonderzoek van Siet en Lammert de Bruin. Hun jarenlange, vakkundige blootlegging van de Friese registers vormden een onmisbare basis voor dit artikel.
  • De andere details zijn volledig het werk van onderzoeker Linda, in samenwerking met het Dorpscanon Grou.

Uw volgende stap in de tijd

▶️ Terug naar de basis: Bekijk het complete Friese overzicht
Wilt u terug naar het centrale overzicht van de serie? Op onze hoofdpagina vindt u de complete verzameling van alle hoofdstukken, cultuurverhalen en modellen overzichtelijk op een rij.
👉 Keer terug naar de Friese klok informatie-moederpagina →
▶️ Bekijk ons vakmanschap of plan direct uw bezoek
Heeft u een Friese stoelklok of staartklok die onregelmatig tikt of stilvalt? Lees ons uitgebreide praktijkverslag over hoe wij een uurwerk restaureren, of bekijk direct onze contactgegevens in Alkmaar voor een vakkundige inspectie aan de werkbank.
👉 Lees hier ons uitgebreide Friese klok reparatieverslag →
👉 Bekijk hier onze adres- en contactgegevens →

⚠️ Disclaimer: Waarom wij telefonisch geen extra toelichting op de website-informatie kunnen geven

Levend historisch onderzoek
De pagina’s in deze serie over antieke klokken zijn continu in onderhoud. Historisch onderzoek staat nooit stil; zodra er nieuwe archiefstukken, feiten of inzichten beschikbaar komen, updaten en verfijnen wij deze informatie direct. Wij doen ons uiterste best om dit digitale naslagwerk zo actueel en accuraat mogelijk te houden. We nodigen u van harte uit om hier op uw gemak doorheen te lezen.

Focus in de werkplaats
Het repareren van uurwerken vraagt onze volledige concentratie en kostbare tijd aan de werkbank. Om die reden kunnen wij telefonisch of digitaal geen extra toelichting, algemene vragen of waarde-indicaties geven. Onze telefoonlijn is uitsluitend bedoeld voor concrete reparatie-aanvragen en updates over lopende opdrachten.

Vrijblijvend advies in de winkel
Voor specifieke vragen over uw eigen klok bent u, mét uw uurwerk, van harte welkom in onze winkel in Alkmaar voor een volledig vrijblijvende prijsopgave. Alleen aan de hand van het fysieke uurwerk kunnen we u voorzien van een betrouwbaar en deskundig advies.

Scroll naar boven