De Friese klokkenmakersfamilie Aleva

Twee eeuwen Jouster vakmanschap. Van Amsterdamse zilversmeden tot de grootste uurwerkmakerij in de Vlecke Joure.

De geschiedenis van de Friese klokkenindustrie in Joure is onlosmakelijk verbonden met de familie Aleva (eerder ook geschreven als Alewa). Wat begon met een Amsterdamse zilversmid die in de vroege achttiende eeuw naar Joure trok, groeide generaties later uit tot de grootste en meest succesvolle uurwerkmakerij van de regio. De opeenvolgende meesters lieten een diep spoor na in de Torenstraat en de Midstraat. Hun ambacht vormt een belangrijk hoofdstuk in de Friese historie.

 Stap in de wereld van de Jouster klokkenmeesters
Dit artikel biedt een diepe en complete blik op de generaties van het geslacht Aleva. Omdat we de geschiedenis zo gedetailleerd mogelijk willen doorgeven is dit een omvangrijk epos geworden om écht van te genieten. Ga er daarom eens rustig voor zitten en verdiep u in de levens van deze veertien bijzondere personen en ontdek hoe de ambachtelijke passie ruim tweehonderd jaar lang van vader op zoon werd doorgegeven.

Stamboom van de klokkenmakersfamilie Aleva te Joure

Chronologisch overzicht van de klokkenmakersfamilie Aleva (Alewa)

Om de geschiedenis van deze Friese ambachtsfamilie makkelijk te kunnen volgen, vindt u hieronder de chronologische volgorde van de personen die in dit artikel uitgebreid worden behandeld:

  1. Willem Salomons Aluwa (Aleva) (1701–1760) – De Amsterdamse zilversmid en stamvader die in de vroege achttiende eeuw naar Friesland trok en het fundament legde voor dit ambachtelijke familie-epos.
  2. Albert Luitzens Aleva (1734–1808) – Zoon van 1, uurwerkmaker te Joure die in de tweede helft van de achttiende eeuw de familietraditie en het fijne handwerk met succes voortzette.
  3. Luitzen Willems Aleva (1748–1823) – Zoon van 1, befaamd meester-uurwerkmaker die de familie en de bloeiende werkplaats definitief in de Jouster Torenstraat vestigde.
  4. Goitje Willems Aleva (1739–1822) – Dochter van 1, wiens huwelijk met uurwerkmaker Redmer Johannes leidde tot een hechte verwevenheid met de bekende Jouster klokkenmakersfamilie Fijlstra.
  5. Jan Alberts Aleva (1764–1841) – Zoon van 2, de ondernemende meester-uurwerkmaker die de overstap maakte naar Gaasterland en de bekende werkplaats op nummer 91 in Balk runde.
  6. Jan Luitzens Aleva (1777–1814) – Zoon van 3, bekwame klokkenmaker die tijdens de moeilijke jaren van de Franse bezetting aan de Jouster werkbanken te vinden was.
  7. Wiebe Luitzens Aleva (1793–1864) – Zoon van 3, de grote succeseigenaar die het bedrijf naar een commercieel hoogtepunt stuwde en verhuisde naar de bekende winkelpanden in de Midstraat.
  8. Joost Redmers Fijlstra (1762–1828) – Zoon van Redmer Johannes uit diens eerste huwelijk (een stiefzoon van 4), die eveneens diepgeworteld was in de lokale uurwerk- en klokkenindustrie.
  9. Albert Jans Aleva (1787–1813) – Zoon van 5, trad in de voetsporen van zijn vader en begon zijn vroege loopbaan als uurwerkmakersknecht in het dynamische Joure.
  10. Folkert Wiebes Aleva (1818–1884) – Zoon van 7, de industriële pionier die de productie centraliseerde en de absolute, fabrieksmatige piekjaren in de Midstraat 79 leidde.
  11. Luitzen Wiebes Aleva (1830–1876) – Zoon van 7, vestigde zijn eigen succesvolle winkel en achtergelegen uurwerkmakerij schuin aan de overkant op Midstraat 62.
  12. Willem Wiebes Aleva (1834–1853) – Zoon van 7, de jongste broer die de klokkenmakerskunst leerde, maar helaas op slechts achttienjarige leeftijd overleed en een lege plek achterliet.
  13. Wiebe Folkerts Aleva (1848–1934) – Zoon van 10, de allerlaatste actieve uurwerkmaker van de familie die in 1914 definitief de deuren van de werkplaats in de Midstraat sloot.
  14. Wiebe Luitzens Aleva (geboren 1862) – Zoon van 11, leerde het vak nog bij zijn vader in de Midstraat, maar verliet het ambacht en vertrok in 1896 definitief naar Amsterdam.

Willem Alewa (Aleva, van Aluwa): De Amsterdamse zilversmid die naar Joure trok

De stamvader van de Friese tak van de familie Aleva was 1️⃣ Willem Salomons Alewa (1701–1786). De achternaam werd eerst geschreven als ‘van Aluwae’ of Alua en veranderde naar (Van) Aleva. De latere generaties schreven zich als Aleva. Hoewel Willem Alewa geen klokkenmaker was is hij stamvader, omdat uit zijn nageslacht in Joure de bekende klokkenmakersfamilie ontstond.

Willem Alewa was oorspronkelijk afkomstig uit Amsterdam, waar hij in 1701 werd gedoopt als zoon van zilversmid Salomon van Aluwa en Sara de Pauw. Hij groeide op in een echte familie van zilversmeden. Zijn grootvader, Folkert van Aluwae, werkte al in 1664 als zilversmid in Haarlem. Ook zijn vader Salomon Folkerts van Aluwae, die naar Amsterdam was verhuisd, oefende in de Kerkstraat hetzelfde beroep uit. De jonge Willem Alewa trad in hun voetsporen; we nemen aan dat hij het vak van zijn vader in Amsterdam leerde. Willem hield het daar echter al snel voor gezien. Hij vertrok en kwam als vrijgezel in Joure aan.

Het is onbekend hoelang Willem Alewa al in Joure woonde voordat hij zijn toekomstige vrouw leerde kennen: het lokale Jouster meisje Maaike Luitzens. Op 14 september 1727 trouwden zij in de Nederlands Hervormde kerk in Joure, waarna ze een woning vonden aan de Midstraat. Uit hun huwelijk werden negen kinderen geboren, van wie er helaas twee op zeer jonge leeftijd overleden.

De ouders van Willem Aleva (van Aluwa) gaan in ondertrouw
De ouders van Willem Aleva (van Aluwa) gaan in ondertrouw
De handtekening van Willem Aleva te Joure
De handtekening van Willem Aleva te Joure

Albert Aleva en Luitzen (Luytjen) Aleva: De eerste Friese uurwerkmakers

Twee zonen van Willem en Maaike, Albert Aleva (nummer 2️⃣) en zijn veertien jaar jongere broer Luitzen Aleva (nummer 3️⃣), werden de eerste uurwerkmakers binnen de familie. Het bleef niet bij deze twee broers alleen, want de familie kreeg nog meer connecties met de uurwerkmakerswereld. Huitje Aleva (nummer4️⃣), de derde dochter uit het gezin, trouwde met de weduwnaar en uurwerkmaker Redmer Johannes. De jongste dochter, Doetje Aleva, trouwde in 1776 met de wolkammer Christiaans de Vries. Hij was een zoon van Christiaan Hanzes de Vries, die in Sneek als uurwerkmakersknecht werkte.

Willem Aleva en zijn financiële problemen als zilversmid in Joure

Het ging Willem Aleva als zilversmid in Joure zeker niet voor de wind. Om zijn gezin te onderhouden was hij naast zilversmid ook koopman geworden. Handelskapitaal was bij Willem blijkbaar een schaars goed, want al in de eerste maand na hun huwelijk werden er twee leningen afgesloten van in totaal 325 gulden. Er zouden in de loop der jaren nog vele leningen volgen. Ook de erfenis die Maaike kreeg van haar grootouders bracht geen financiële oplossing. In 1749 staat dan ook in de quotisatie vermeld: ‘Willem Aleva silversmit, armlijk’ met een aanslag van 34 gulden. Teruggerekend komt dat neer op een bezit van minder dan 120 gulden.

Maaike Luitzens, de echtgenote van Willem Salomons Aleva, moet in december 1753 wegens armoede het huis verkopen
Maaike Luitzens, de echtgenote van Willem Salomons Aleva, moet in december 1753 wegens armoede het huis verkopen

Het tragische einde van het gezin Willem Salomons Aleva in Joure

Het zou echter nog slechter gaan. In 1753 was Willem naar Amsterdam vertrokken en verkocht Maaike, als enig erfgenaam van haar ouders, op 25 april 1753 het geërfde huis. In december van datzelfde jaar verkocht Maaike ook hun eigen huis, het huis dat ze eerder van haar grootouders hadden geërfd. Nadat alle schulden waren afbetaald was de opbrengst van de verkoop blijkbaar uitgeput en in de jaren die volgden schreef de belastingontvanger achter haar naam ‘pauper’. In 1755 was Maaike genoodzaakt met de nog jonge kinderen te verhuizen naar het armenhuis, waar zij in 1756 overleed.

Pas drie jaar na haar overlijden, in 1759, keerde Willem terug uit Amsterdam. Ook hij kwam in het armenhuis terecht en werd tot zijn overlijden op 85-jarige leeftijd in 1786 door de diaconie onderhouden. Hoewel in sommige boeken anders wordt beweerd is uit het archiefonderzoek nergens gebleken dat Willem Aleva als klok- of uurwerkmaker in Joure heeft gewerkt.

Albert Willems Aleva Friese stoelklok circa 1760
Albert Willems Aleva Friese stoelklok circa 1760

Albert Willemsz Aleva: De eerste Friese uurwerkmaker van de familie

Het was de oudste zoon Albert Willemsz Aleva (nummer 2️⃣) (geboren op 23 maart 1734-overleden op 15 maart 1808 – werkzaam tussen 1760-1809), die als eerste maker (van de in totaal 11 uurwerkmakers binnen deze familie) met het uurwerkmakersvak begon. Of Albert ook al in zijn jonge jaren bij één van de Jouster uurwerkmakers heeft gewerkt kon nergens in de archieven worden teruggevonden. Misschien heeft hij eerst wel bij vader het vak van zilversmid geleerd, we zullen het nooit weten.

Albert Aleva werkt samen met Redmer Johannes

Zeker is dat Albert sinds 1763 (hij is dan 29 jaar) als uurwerkmakersknecht bij zijn toekomstige zwager, de uurwerkmaker Redmer Johannes, heeft gewerkt. Albert Willemsz van Alewa, zoals hij zich in die tijd liet noemen, was een jaar daarvoor (op 16 mei 1762) met Antje Jans gehuwd. Zij hadden woonruimte in de Kruissteeg gevonden. Nadat Redmer Johannes zijn huurhuis in de Torenstraat betrok, verlieten ook Albert en Antje de Kruissteeg en kwamen naast Redmer in de Torenstraat op nummer 5 te wonen. Dat dat geen toeval was blijkt uit de latere betrekkingen en we kunnen daarom wel aannemen dat Albert al sinds 1761 bij Redmer als uurwerkmakersknecht werkzaam was geweest.

Deze Redmer Johannes was een zoon van de uurwerkmaker Johannes Sytzes op de Herenwal en Pietje Redmers (uurwerkmaker te Nijehaske). Redmer had tot zijn huwelijk op 7 juni 1761 met Hinke Joostes bij zijn vader in de uurwerkmakerij gewerkt. Direct na zijn huwelijk vestigde hij zich als uurwerkmaker in Joure. Woonruimte was geen probleem, want ze trokken in bij Joost Joostes Postma, een broer van Hinke die als vrijgezel op ’t Zand in Joure woonde (ongeveer ter hoogte van de Boterstraat).

Samenwerking in de Torenstraat en familiebanden met Redmer Johannes

Het ging blijkbaar goed bij Redmer in de uurwerkmakerij, want een goed jaar later kocht hij een huis met daarachter een werkplaats van Lykle Schaap in de Torenstraat. Opnieuw blijkt duidelijk dat er tussen Redmer en Albert Aleva een hechte vriendschap of samenwerking was ontstaan, want ook Albert en zijn vrouw Antje verhuisden nog in datzelfde jaar en kwamen op het adres Torenstraat 61 te wonen, bijna naast Redmer. Er zat maar één huis tussen.

Eind 1765 wordt het gezin van Redmer Johannes getroffen door het overlijden van moeder Hinke Joostes. Redmer bleef achter met de twee nog zeer jonge kinderen en is jaren alleen gebleven. In juni 1771 hertrouwde hij met Huitje Willems Aleva (nummer 4️⃣), de vijf jaar jongere zus van Albert. Zij werd ook wel Goitje genoemd en uit dit tweede huwelijk van Redmer werden nog vier kinderen geboren.

Succesvolle uitbreiding in de Torenstraat

De uurwerkmakers Redmer Johannes en Albert Alewa waren dus zwagers geworden en meerdere keren zou blijken dat ze ook goed met elkaar overweg konden. Ze hielpen elkaar waar dat nodig was en trokken ook weer samen op toen Albert in 1772 het huurhuis waar hij woonde kon kopen en Redmer optrad als getuige.

Ook bij Albert ging het blijkbaar voor de wind en nadat het huis tussen hem en Redmer vrijkwam, huurde Albert dat huis. De Aleva’s verhuisden naar het huurpand en het eigen pand ernaast verhuurden zij aan derden. Opnieuw was het gelukt en de twee gezinnen van Albert en Redmer woonden weer naast elkaar. Enkele jaren later kwam het huurhuis waar Albert in woonde in de verkoop en kocht Albert ook dat huis erbij. Een deel van de proclamatie-akte van 1 februari 1784 luidt:

Albert Willems Aleva koopt in 1784 een huis
Albert Willems Aleva koopt in 1784 een huis

Een drukke uurwerkmakerswerkplaats en de volgende generatie

Het werd in de uurwerkmakerswerkplaats ondertussen steeds drukker. Redmers zoon Joost, geboren in 1762, en de twee jaar jongere Jan, de zoon van Albert, waren inmiddels oud genoeg en werkten al mee in de werkplaats.
Redmers zoon Joost Redmers (nummer 8️⃣) heeft tot 1789 in de werkplaats thuis bij vader gewerkt. In dat jaar trouwde hij in Joure op 27-jarige leeftijd met de uit Nijehaske afkomstige Antje Piebes, zij was een kleindochter van uurwerkmaker Jan Piebes uit Nijehaske. Hierna vestigde Joost zich op de Herenwal te Nijehaske. Na het overlijden van Antje hertrouwde hij in Heerenveen op 17 februari 1805 met Yke Willems, de weduwe van uurwerkmaker Sybren Hendriks. Joost Redmers vertrok in 1804 naar Heerenveen. In 1811 heeft Joost bij de verplichte naamsaanneming de toepasselijke naam Fijlstra aangenomen.

De Franse tijd en tegenslagen voor de familie Aleva

Een jaar na Joosts vertrek uit Joure, in 1790, overleed Redmer Johannes. De uurwerkmakerij werd door zijn weduwe Huitje Aleva voorgezet, daarbij natuurlijk gesteund door haar broer Albert die nog steeds naast haar woonde. De slechte jaren van de Franse tijd gingen echter ook niet aan Albert en zijn zuster Huitje voorbij. Want nadat ook de vrouw van Albert, Antje, in 1795 kwam te overlijden was Albert genoodzaakt zijn huis in de Torenstraat te verkopen en verhuisde hij naar zijn andere eigendom ernaast op nummer 61. Het bleef jarenlang slechter gaan en in 1802 verkocht hij ook zijn laatste huis voor 225 gulden aan de koopman en meester uurwerkmaker Engele Klazes Bouma. Om de kosten nog verder te drukken ging hij inwonen bij zijn zuster Huitje.

Jan Alberts Aleva: Uurwerkmaker in de Torenstraat

We gaan verder met de oudste zoon van Albert: Jan Alberts Aleva (nummer 5️⃣) (geboren op 13 januari 1764 en overleden op 18 februari 1841, 77 jaar oud – werkzaam van 1778 – 1841). Jan was op 21 mei 1786 in Joure getrouwd met Limkje Jans Joustra. Van zijn oom Redmer Johannes had hij 50 gulden geleend en zijn vader Albert had gezorgd dat het eigendom op nummer 61 in de Torenstraat leegkwam, zodat het jonge stel daar kon gaan wonen.

Kinderen van Jan Alberts Aleva en Limkje Joustra:

  1. Albert (nummer 9️⃣), geboren op 27 januari 1787 te Joure en overleden op 26 augustus 1813 op nummer 58 te Joure, nog maar 26 jaar oud. Beroep; uurwerkmakersknecht te Joure. Op 3 januari 1808 getrouwd in de Hervormde Kerk te Joure met Aukjen Taedes.
  2. Anne, geboren op 11 oktober 1788 te Joure. Bijzonderheden: Hij staat in 1812 op 23-jarige leeftijd geregistreerd in het Franse belastingregister op nummer 91 te Balk, het huis en de werkplaats van zijn vader.
  3. Jan, geboren op 30 augustus 1791 te Joure.
  4. Trijntje, geboren op 26 januari 1794 te Joure. Op 28 oktober 1826 ingekomen van Balk. Overleden op 30 april 1830 te Joure, 36 jaar oud en ongehuwd.
  5. Antje, geboren op 18 januari 1797 te Joure. Overleden op 1 april 1814 op nummer 91 te Balk, nog maar zeventien jaar oud. Bijzonderheden: Haar overlijden werd op 5 april 1814 vastgelegd in de diaconierekeningen van de Hervormde Gemeente Balk wegens de huur van ’t oude kistekleed.
  6. Maayke, geboren op 1 november 1799 te Joure. Overleden op 27 oktober 1833 op nummer 242 te Joure, 33 jaar oud en ongehuwd.
  7. Jantje, geboren op 19 februari 1803 te Joure.
  8. Geertje, geboren in december 1806 te Balk. Overleden op 18 januari 1807 te Balk, 6 weken oud.
  9. Geertje, geboren op 30 juni 1809 te Joure. Overleden op 7 juli 1812 op nummer 91 te Balk, slechts 3 jaar oud. Aangifte overlijden op 8 juli 1812 blad 15, getuigen: Jan Alberts Aleva (uurwerkmaker/vader, wonende te Balk) Johannes Pieters Mulder (werkman).

Het vertrek van Jan Aleva naar Balk

Maar ook voor Jan Aleva braken er slechte tijden aan. Hij had altijd bij oom Redmer en vader in de uurwerkmakerij gewerkt, maar nu het slechter ging was er geen werk meer voor twee volwassen uurwerkmakers. Nadat vader het huis op nummer 63 had verkocht moest ook Jan met zijn gezin iets inschikken. Hij vertrok en kwam met zijn gezin in een huurhuis in de Boterstraat te wonen. Enkele jaren later was er bij vader niet genoeg werk meer en vertrok Jan rond 1806 naar Balk in Gaasterland waar hij tot ongeveer 1820 als uurwerkmakersknecht heeft gewerkt.

Jan Albertsz Aleva inschrijving in Balk met achternaam Aleva
Jan Albertsz Aleva inschrijving in Balk met achternaam Aleva

Albert Jans Aleva en de heropleving van de Friese klokkenmakerij

Jan zijn oudste zoon Albert Jans (nummer 9️⃣), geboren in 1787, was niet met zijn vader meegegaan naar Balk, maar bleef als uurwerkmakersknecht in Joure werken. Hij was nog maar 26 jaar toen hij in 1813 overleed en  hij liet daarmee zijn vrouw met twee zeer jonge dochters achter.

Rond 1820 was de vraag naar Friese klokken weer zover toegenomen dat er meer mankracht nodig was om aan de vraag te voldoen. Er werden jonge jongens opgeleid, maar er moesten ook ervaren knechten komen om direct aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. In de jaren die volgden plaatsten verschillende uurwerkmakers oproepen in de Leeuwarder Courant om uurwerkmakersknechten ‘die van stonde af werk konden bekomen’.

Stamboom van de klokkenmakersfamilie Aleva te Joure

De terugkeer van Jan Alberts Aleva naar Joure

Jan Aleva keerde dus omstreeks 1820 terug uit Balk in Joure. Hij kwam met zijn vrouw en nog ongehuwde dochters te wonen in de Torenstraat in kamers van de Ned. Hervormde diaconie. Die kamers lagen tegenover de uurwerkmakerij van zijn oom Luitzen Willems Aleva (nummer 3️⃣) in de Torenstraat 49 en we kunnen wel aannemen dat hij daar de rest van zijn leven als uurwerkmakersknecht heeft gewerkt.

Jan Aleva (nummer 5️⃣), die al sinds 1833 weduwnaar was (Limkje overleed op 6 oktober 1833, 66 jaar oud), overleed in 1841 op 77-jarige leeftijd en was de laatste uurwerkmaker van deze tak van de familie. De later zo bekend geworden Aleva’s stammen af van Luitzen Willems Aleva.  

Luitzen Willems Aleva: Grondlegger van de bekende klokkenmakersfamilie

We gaan verder met de volgende tak van de familie, te beginnen bij Luitzen Aleva.

Waar Luitzen Willems Aleva (nummer 3️⃣) (geboren op 9 juni 1748 – overleden op 4 augustus 1823, 75 jaar oud – werkzaam 1762-1828) als jonggezel de eerste stappen in het uurwerkmakersvak heeft gezet is niet met zekerheid te zeggen. Misschien was hij als jongen van 13 jaar, samen met zijn oudere broer Albert, in 1761 wel bij Redmer Johannes begonnen. Het kan ook zijn dat hij al op jonge leeftijd bij de uurwerkmaker Andries Jorrits in de leer was gegaan. Ten tijde van zijn huwelijk op 22 mei 1774 met Jantje Jans Postma werkte hij daar nog steeds als uurwerkmakersknecht.

Andries Jorrits was in 1776 overleden en zijn dochter Tjepken Andries stond er alleen voor, om samen met knecht Luitzen Aleva de uurwerkmakerij draaiende te houden. Een jaar na het overlijden van Andries ging Luitzen met Tjepken een overeenkomst aan inzake de overname van de uurwerkmakerij. De overeenkomst (een soort samenwerking) werd op 17 oktober 1777 in een akte vastgelegd, zoals u in de afbeelding kunt lezen. 

Met deze overeenkomst was de eerste zelfstandige uurwerkmakerij van de Aleva’s een feit. Met de overname in 1777 van de werkplaats van Andries Jorrits werd de basis gelegd voor de later zo succesvolle uurwerkmakersfamilie Aleva.

Luitzen Willems Aleva neemt in 1777 de uurwerkmakerij over
Luitzen Willems Aleva heeft na de overname een zelfstandige uurwerkmakerij

Een eigen uurwerkmakerij in de Torenstraat

De samenwerking tussen Luitzen en Tjepken heeft maar enkele jaren geduurd, want op 2 februari 1779 kocht Luitzen een huis in de Torenstraat, met een gevestigde uurwerkmakerij. Hij heeft waarschijnlijk deze uurwerkmakerij uitgebreid met de gereedschappen die hij bezat uit de overname van de werkplaats van wijlen Andries Jorrits.

Luitzen was met zijn vrouw Jantje en de twee kinderen  – Jan (geboren in 1777) en de pas twee maanden oude Maaike –  in mei 1780 verhuisd naar hun nieuwe aanwinst. Daar, op de plaats van het huidige nummer 49, werden nog 4 kinderen geboren, waarvan helaas twee al op jonge leeftijd overleden. De jongste zoon Wiebe Aleva (nummer 7️⃣) werd geboren in 1793 en hij zou net als zijn oudste broer Jan Aleva (nummer 6️⃣) bij zijn vader in de leer gaan in de uurwerkmakerij.

Luitzen Willems Aleva koopt een huis in de Torenstraat te Joure
Luitzen Willems Aleva koopt een huis in de Torenstraat te Joure
Luitzen Willems Aleva neemt in 1777 de uurwerkmakerij over
Luitzen Willems Aleva neemt in 1777 de uurwerkmakerij over

De verplichte naamsaanneming van Alewa in 1812

In de Franse tijd, in 1812, was iedereen verplicht een achternaam aan te nemen als familienaam. Vooral in de steden hebben veel mensen aan die oproep geen gehoor gegeven. De mensen die wel verschenen namen de maatregel niet allemaal even serieus en sommigen gaven een ludieke naam op als Poepjes of (ik ben) Zeldenthuis.

Ook vader Luitzen Willems moest naar de ambtenaar en verklaarde als familienaam aan te nemen de naam Alewa (met een W) met de volgende kinderen: Jan van 34 jaar, Marijke van 31 jaar, Doedje van 28 jaar en Wiebe van 18 jaar, allen wonende te Joure. Luitzen Willems verklaarde bij die gelegenheid dat hij niet kon schrijven en dus ondertekende alleen de ambtenaar op 3 maart 1812 de akte.

Wat hiervoor de reden was blijft onduidelijk (was het Friese stijfkoppigheid als uiting tegen deze verplichting?), want uit andere akten blijkt dat Luitzen wel kon schrijven en met zijn naam kon ondertekenen. Zijn handtekening ziet u hieronder.  

Handtekening van Luitzen Willems Aleva, was er sprake van een geval Friese stijfkoppigheid?
Handtekening van Luitzen Willems Aleva, was er sprake van een geval Friese stijfkoppigheid?

Jan Luitzens Aleva en Wiebe Luitzens Aleva: De uurwerkmakerij in Franse tijd

Van de oudste zoon Jan Luitzens Aleva (nummer 6️⃣) (geboren op 16 mei 1777 en overleden op 12 september 1814, slechts 37 jaar oud – werkzaam van 1791 – 1814) is heel weinig bekend. Hij is ongehuwd gebleven en heeft altijd bij zijn ouders gewoond en thuis bij vader in de uurwerkmakerij gewerkt. De Aleva uurwerkmakerij werd door de jongste zoon en de broer van Jan, Wiebe Luitzens Aleva (nummer 7️⃣) verder voortgezet.

Door de opgelegde handelsbeperkingen en zware belastingen in de Franse tijd waren de verkopen van uurwerken tot een minimum gedaald. Het aanschaffen van een nieuwe klok werd duidelijk uitgesteld, want de klanten wachtten betere tijden af. Veel uurwerkmakers kregen het dan ook steeds moeilijker om de touwtjes aan elkaar te knopen. Ze waren soms genoodzaakt om er ander werk bij te gaan doen.

Het was ook de tijd van de conscriptie, de inschrijving en loting voor dienstneming in het Franse leger. Napoleon had voor zijn legers heel veel soldaten nodig en tussen februari 1811 en juli 1813 werden ruim 2.000 Friese jongens via het lot gedwongen om in het leger van Napoleon dienst te nemen. Ook uurwerkmaker Wiebe Luitzen Aleva werd opgeroepen en werd ingeloot.

Hij heeft zelfs een dagboek in die tijd bijgehouden, dat helaas verloren is gegaan. Gelukkig zijn in een reeks artikelen in de Jouster Courant in 1927 delen van zijn dagboek gepubliceerd, lees hiervoor ook het boek Uurwerkmakers in Joure door Siet en Lammert de Bruin.

De terugkeer van Wiebe Luitzens Aleva uit Frankrijk

Wiebe Luitzens Aleva (1793-1864) (nummer7️⃣) keerde na een korte Franse diensttijd van slechts twee maanden terug naar Friesland. In zijn dagboek schreef hij zelf dat hij op 19 november 1813 weer in Joure aankwam. Die terugkeer was historisch, want precies op die ochtend trokken de eerste kozakken, de Russische bevrijders, Joure binnen. Er kwam een einde aan de Franse overheersing en de kozakken werden met gejuich ontvangen.
Het rustige leven keerde echter niet direct terug. Wiebe werd al snel opgeroepen voor de lokale verdediging en moest naar Akkrum om daar de wacht te houden. Pas daarna konden vader en moeder Aleva definitief opgelucht ademhalen, omdat hun zoon weer ongedeerd thuis was.
Wiebe kon vanaf dat moment zijn vak als uurwerkmaker bij zijn vader in de uurwerkmakerij in de Torenstraat weer oppakken. Voor vader 3️⃣Luitzen, hij was al 68 jaar, was de hulp van Wiebe meer dan welkom.

Wiebe Luitzens Aleva neemt de leiding in de uurwerkmakerij over

Vader Luitzen had sinds het overlijden van zijn oudste zoon 6️⃣ Jan Luitzens Aleva de uurwerkmakerij met twee knechten draaiende gehouden, maar de jaren begonnen te tellen. Vader wilde nu ook een deel van de dagelijkse beslommeringen aan zijn jongste zoon overdragen. Er lag voor Wiebe veel werk te wachten, want hij zou ervoor moeten zorgen dat de uurwerkmakerij en de verkoop van klokken weer teruggebracht zou worden naar het niveau van de succesvolle jaren voor de Franse overheersing. Na zijn veilige terugkeer uit de modder van de Franse slagvelden nam hij een schat aan reiservaring, een ijzeren discipline en een gezonde, strategische ondernemersgeest mee terug naar Joure.

Het huwelijk van Wiebe Luitzens Aleva en Grietje Jacobs Visser

Een jaar na zijn terugkeer uit Frankrijk trouwde Wiebe Aleva op 4 mei 1817 te Joure met Grietje Jacobs Visser, die tot haar huwelijk naaister was geweest. Het jonge paar kwam eerst op ’t Zand te wonen.
Uit dit huwelijk werden geboren:

  • Folkerts Aleva (nummer 🔟, geboren op 6 januari 1818 (tweeling), overleden op 25 september 1884, 66 jaar oud.
  • Jantje Wiebes, geboren op 6 januari 1818 (tweeling), overleden op 3 mei 1892, 74 jaar oud.
  • Wytske Aleva, geboren op 9 mei 1820, overleden op 27 november 1910, 90 jaar oud!
  • Sara Aleva, geboren op 19 augustus 1822, overleden op 4 januari 1841, 18 jaar oud.
  • Maaike Wybes, geboren op 20 oktober 1826, overleden op 14 februari 1907, 80 jaar oud.
  • Luitzen Wiebes Aleva (nummer 1️⃣1️⃣), geboren op 21 december 1830, overleden op 9 oktober 1876, 45 jaar oud.
  • Willem Wybes Aleva (nummer 1️⃣2️⃣), geboren op 6 juni 1834, overleden op 14 februari 1853, 18 jaar oud.

De 3 zonen: Folkert, Luitzen en Willem werden door vader Wiebe Luitzens Aleva in de werkplaats tot uurwerkmaker opgeleid.

Wiebe Luitzens Aleva - staartklok circa 1860
Wiebe Luitzens Aleva - staartklok circa 1860
Wijzerplaat van een klok, gemaakt door Wiebe Luitzens Aleva
Wijzerplaat W.L. Aleva in Friese staartklok
Bovenzijde Friese staartklok van W.L. Aleva met scheepjes

De heropleving van de Aleva uurwerkmakerij en uitbreiding aan de Midstraat

Wiebe Aleva zal, net als alle andere uurwerkmakers, vele jaren hard hebben gewerkt om de uurwerkmakerij weer tot een succes te maken, waarbij de naamsbekendheid van het klokkenmakerscentrum Joure opnieuw op de kaart moest worden gezet. De Jouster schippers en handelaren hebben zeker hun aandeel gehad in het opnieuw inblazen van de uurwerkmakerij. Zij kenden immers de markten en tussenhandelaren in alle delen van Nederland als geen ander en zij kwamen steeds weer terug met nieuwe opdrachten voor klokken. De Aleva uurwerkmakerij zat weer in een opgaande lijn.

Wiebe kocht, samen met zijn zusters Doedje en Maaike, en met steun van vader Luitzen die borg stond, een huis met erf en ‘koestallighe’ aan de Midstraat. Het huis zou lang in de familie blijven, maar de Aleva’s kwamen er voorlopig niet te wonen. Het huis werd verhuurd aan de koopman/kramer Hendrik Hartkamp. Zijn zoon Minne Hartkamp werkte al als uurwerkmakersknechtje bij Aleva en ook zijn andere zoon Folkert zou bij Aleva in de leer gaan.

Verhuizing naar de Torenstraat en het overlijden van Luitzen Willems Aleva

Wiebe had zijn zinnen gezet op een ander pand, Torenstraat 35. Het kwam te koop in november 1825 door het overlijden van schilder Sjoerd Klazes Ferwerda. Wiebe heeft daar zijn uurwerkmakerij ingericht, vader was inmiddels al 77 jaar. Luitzen bleef met zijn beide dochters Doedje en Maaike in het ouderlijk huis wonen, waar Doedje een winkeltje startte. Moeder was in 1813 al overleden en Doedje verzorgde sindsdien de huishouding. Maaike (ook wel Marijke genoemd) was jong weduwe geworden en trok ook weer in bij vader en zus.

Op 4 augustus 1828 overleed Luitzen Willems Aleva op 80-jarige leeftijd als winkelier. De erfenis werd zodanig verdeeld dat Maaike en Doedje (soms ook Doetje) in het ouderlijk huis konden blijven wonen. In de memorie van successie die enkele maanden na het overlijden van Luitzen Aleva werd opgemaakt is in de omschrijving van de inventaris niets meer te vinden dat aan een uurwerkmakerij doet denken. Vader Luitzen had er degelijk voor gezorgd dat de uurwerkmakerij aan zoon Wiebe was overgedragen en de broer en zussen alleen successie hoefden af te dragen over het door hen geërfde deel van het woonhuis in de Torenstraat. Wat een heerlijk vooruitziende blik, nietwaar?

Personeelstekort en groeiende orderportefeuilles bij Aleva

De verkoopinspanningen door de uurwerkmakers en wederverkopers en het uitdragen van de naamsbekendheid van Joure begonnen steeds meer resultaat op te leveren. Het aantal orders voor Friese klokken groeide en ook bij Aleva kwamen steeds meer bestellingen binnen. De orderportefeuille was in 1827/1828 zover gegroeid dat men in de werkplaats handen tekortkwam. Er moest meer personeel komen en Wiebe plaatste op 11 januari 1828 in de Leeuwarder Courant een personeelsadvertentie, waar helaas niemand op afkwam. Daarop heeft Wiebe mogelijk werk uitbesteed bij andere uurwerkmakers die nog wel een beetje ruimte hadden en het personeel zal wel overuren hebben gedraaid. We weten een paar namen van mensen die in die tijd voor Aleva hebben gewerkt:

  • Jan Alberts Aleva (nummer 5️⃣): de oom van Wiebe, die terugkeerde uit Balk.
  • Sjouke Jacobs Visser: de zwager van Wiebe, omdat dit de twaalf jaar jongere broer van zijn vrouw Grietje was. Na diens huwelijk in 1827 met Dieuwke van der Werf kocht hij een huis in de Torenstraat, waar vroeger Redmer Johannes had gewerkt.
  • Minne Hartkamp en zijn jongere broer Folkert Hartkamp: zij woonden nog bij hun ouders in de Midstraat in het huis dat zij huurden van Wiebe. De initialen van Minne Hendriks Hartkamp (MH) zijn meerdere keren samen met WLA (Wiebe Luitzens Aleva) op wijzerplaten van klokken teruggevonden. Zij werkten in een werkplaats die waarschijnlijk door Wiebe is ingericht als tweede werkplaats. Helaas zijn beide broers jong overleden. Folkert is slechts 26 jaar oud geworden en Minne overleed in 1841, 32 jaar oud.
  • Lammert de Vries: hij wordt in een politierapport genoemd.
  • Cornelis Piers Postma: Wiebe en zijn oom Jan Alberts waren bij diens huwelijk aanwezig.
  • Jacob Everts Elzinga: getuige in een procesverbaal.
  • Abele Koerts van der Els: ook getuige in hetzelfde procesverbaal.

Wiebe Aleva bouwt de grootste uurwerkmakerij van Joure

Dat Wiebe Aleva zijn bedrijf tot de grootste uurwerkmakerij van Joure had uitgebouwd blijkt uit het aantal uurwerkmakersknechten die er rond 1840 werkten. In 1843 wordt de uurwerkmakerij van Aleva genoemd met 9 volwassen knechten en 5 kinderen. De zonen Folkert (nummer 🔟) van 25 jaar en Luitzen (nummer 1️⃣1️⃣) van 13 jaar oud zijn daarbij niet eens meegerekend. Met in totaal dus 12 personen in de werkplaats van Aleva was dit tot de grootste uurwerkmakerij van Joure uitgegroeid, met op de gezamenlijke tweede plaats Marten van der Meulen en Jelte Vijlstra, met ieder vier volwassen knechten en respectievelijk 1 en 4 kinderen in dienst.

Waar zijn grootvader Willem Aleva en grootmoeder Maaike Luitzens nog in het armenhuis stierven (in 1756 en in 1786), heeft kleinzoon Wiebe de grootste uurwerkmakerij van de Flecke Joure. Wat bijzonder, vind u ook niet?

Na het overlijden van vader Luitzen Willems heeft de zus van Wiebe, Doedje, nog heel lang haar winkel gerund. Als Doedje in 1843 overlijdt richt Wiebe op die historische plaats, zijn ouderlijk huis, opnieuw een werkplaats in.

Klokkenmakers Aleva te Joure vragen in 1828 personeel via een krantenadvertentie
Klokkenmakers Aleva te Joure vragen in 1828 personeel via een krantenadvertentie

Folkert Wiebes Aleva: De eigen uurwerkmakerij in de Torenstraat

De nieuwe werkplaats  is bedoeld voor zijn oudste zoon Folkert Wiebes (nummer 🔟) (geboren op 6 januari 1818 en overleden op 25 september 1884 – werkzaam 1832 – 1884). Deze werd bij de keuring voor de Nationale Militie ‘te klein van stuk’ bevonden en daardoor vrijgesteld van 5 jaar militaire dienst. Hij kon in die jaren gewoon als uurwerkmaker thuis in de werkplaats blijven werken en kreeg van vader, toen hij de meerderjarige leeftijd had bereikt, in de Torenstraat 49 het beheer over zijn ‘eigen’ uurwerkmakerij.
Enkele jaren later waren er trouwplannen en op zondag 7 juni 1846 trouwde Folkert met Jeltje Piers Lusthof, 23 jaar oud, een dochter van wijzerplaatschilder Pier Ages Lusthof. Gemakkelijker kon het eigenlijk niet, want mede dankzij zijn vader stond het bed in de Torenstraat 49 al voor hen gespreid.

Kinderen van Folkert Wiebes en Jeltje Lusthof:

  1. Wiebe Folkerts Aleva (nummer 1️⃣3️⃣), geboren op 16 december 1848 te Joure en overleden op 2 april 1934 te Bussum, 85 jaar oud.
  2. Jetske Folkerts Aleva, geboren op 28 november 1851 geboren op 23 maart 1851 te Joure en overleden op 17 januari 1939 te Joure, 87 jaar oud. Zij bleef ongehuwd en woonde later als rentenierster nog lang in de Midstraat.
  3. Willem Folkerts Aleva, geboren op 3 januari 1855 geboren op 12 maart 1855 te Joure en overleden op 10 mei 1859 te Joure, vier jaar oud. Hij werd destijds rechtstreeks vernoemd naar zijn oom Willem Wiebes Aleva (nummer 12). Die oom was immers kort daarvoor, in februari 1853, op de tragische en veel te jonge leeftijd van 18 jaar overleden.
  4. Pier Folkerts Aleva, geboren op 26 september 1857 te Joure en overleden op 25 februari 1943 te Zeddam (Gelderland), 85 jaar oud. Bijzonderheden: Pier koos een ander pad en maakte carrière als belastinginspecteur en ‘hoofdcommies’. In zijn jonge jaren op de Franse school in Joure was hij hecht bevriend met de bekende politicus Pieter Jelles Troelstra. Aan het einde van zijn leven sloeg het oorlogsnoodlot toe: hij en zijn vrouw werden door de Duitse bezetter uit hun Haagse woning gezet voor de bouw van de Atlantikwall. Hij overleed kort daarna als evacué in Gelderland en ligt begraven in Arnhem.
  5. Willem Folkerts Aleva, geboren op 19 april 1860 te Joure en overleden op 21 april 1932 aan de Frans Halsstraat 29 te Koog aan de Zaan, 72 jaar oud en ongehuwd. Bijzonderheden: Hij werd vernoemd naar zijn jong overleden broertje. Willem verliet Friesland en vestigde zich later in Noord-Holland.
  6. Foeke Folkerts Aleva, geboren op 20 maart 1867 te Joure en overleden op 3 juni 1940 te Ermelo, 73 jaar oud. Bijzonderheden: Hij koos een heel ander carrièrepad dan de klokkenmakerij. Hij ging studeren en werd een gerespecteerd notaris. In de archieven van Tresoar is te zien dat hij van ten minste 1912 tot 1934 zijn eigen notariskantoor runde in het Friese dorp Anjum (gemeente Oostdongeradeel), waar hij duizenden testamenten en akten heeft gepasseerd.
Pier Aleva, zoon van Folkert Wiebes Aleva, is overleden in 1943

Voortgaande groei en vastgoedaankopen in Joure

De uurwerkmakerij van Aleva bleef verder groeien en in 1848 staat er in de gemeenteverslagen te lezen dat bij Wiebe Aleva 10 volwassen knechten en 5 kinderen werkten. Het moet een drukte van belang zijn geweest in de twee werkplaatsen in de Torenstraat, want naast deze knechten werkten ook de zonen van Wiebe, Luitzen (nummer 1️⃣1️⃣) en inmiddels ook Willem (nummer1️⃣2️⃣) al mee in het bedrijf.

Dat er goed verdiend werd in de uurwerkmakerij is te zien in de aankoop van steeds meer en duurdere huizen. In maart 1848 kwam het huis, waarin zijn dochter Jantje met haar gezin al 10 jaar woonde, te koop. Wiebe werd van dat huis de nieuwe eigenaar. In maart 1852 volgde de koopmanshuizinge in de Midstraat 44, waar Simon Lubberts Cath woonde en waar hij zijn timmerwerkplaats had gevestigd, waar hij onder andere klokkasten maakte. Simon was 7 jaar eerder getrouwd met Maaike Aleva en zo bleven de huurpenningen van dat huis voortaan in de familie.

Achterzijde wijzerplaat Friese klok met de naam Aleva

Een statusverhogende verhuizing naar de Midstraat

Bij de status van eigenaar van de grootste uurwerkmakerij van Joure hoorde natuurlijk ook een bijpassende woon- en winkellocatie op stand. In mei 1852 kwamen twee naast elkaar gelegen koopmansbehuizingen in de voornaamste straat van Joure, de Midstraat, te koop. De prijs van 2850 gulden voor beide panden was blijkbaar geen bezwaar en de huizen werden eigendom van Wiebe (de huidige nummers zijn 77 en 79). In mei 1853 verhuisden Wiebe en zijn gezin naar Midstraat 77 en zoon Folkert en zijn gezin kwamen op nummer 79 te wonen.

Het pand van de familie Aleva aan de Midstraat te Joure

Een nieuwe, ruimere werkplaats achter de Midstraat

Ter vervanging van de inmiddels te klein geworden werkplaats in de Torenstraat 49 moest er echter nog wel een uurwerkmakerij worden bijgebouwd. Die werkplaats achter het huis in de Midstraat 79 was in november klaar en de uurwerkmakerij uit de Torenstraat 49 werd overgebracht naar de nieuwe, ruimere werkplaats achter het huis in de Midstraat, het tegenwoordige nummer 79a. Het huis in de Torenstraat waar vader Luitzen Willems Aleva ooit zijn uurwerkmakerij was begonnen werd daarna verkocht. Het huis Torenstraat 35 bleef wel in de familie.

Willem Wiebes Aleva overlijdt slechts 18 jaar oud

Ook in het zo succesvolle leven van Wiebe en zijn familie had men natuurlijk te maken met tegenslag. Enkele maanden voor de verhuizing van de Torenstraat naar de Midstraat overleed in februari 1853 de jongste zoon Willem Wiebes Aleva (nummer 1️⃣2️⃣), slechts 18 jaar oud. Hij liet een lege plaats achter in de werkplaats. Willem was vernoemd naar overgrootvader Willem Salomons Aluwa, de stamvader van de Friese tak van de Aleva’s. De naam Willem ging echter niet verloren, want enkele jaren later kregen Folkert en Jeltje een tweede zoon, die zij naar zijn jong overleden oom hebben vernoemd.

Centralisatie en industrialisatie onder leiding van Folkert Wiebes Aleva

In de Midstraat groeide de uurwerkmakerij als nooit tevoren en het aantal bestellingen voor klokken nam steeds verder toe. Folkert was een van de eersten in de familie die inzag dat de traditionele, volledig ambachtelijke werkwijze moest veranderen. Hij centraliseerde de productie. In plaats van dat één maker de hele klok bouwde, liet hij gespecialiseerde ambachtslieden (zoals gieters, schrijnwerkers en schilders) efficiënt samenwerken in een fabrieksmatige structuur. Onder zijn leiding beleefde de klokkenmakerij haar absolute productiepiek. De schaalvergroting vereiste flinke investeringen. In de Friese notariële archieven is te zien dat Folkert grote kapitaalwissels en leningen afsloot (zoals een aanzienlijk kapitaal van 900 gulden in 1880) om zijn bedrijf en machines te blijven moderniseren.

Wiebe Folkerts Aleva: Het absolute hoogtepunt van de Jouster klokkenproductie

De uurwerkmakers in Joure hadden de handel in en het maken van klokken steeds meer naar zich toegetrokken en leverden zelfs aan andere uurwerkmakers tot buiten de provinciegrenzen. Die konden de klokkasten en iets later ook de uurwerken niet meer voor een concurrerende prijs zelf maken en zagen zich genoodzaakt hun klokken in Joure te bestellen. Het waren de jaren die zouden leiden naar het absolute hoogtepunt in 1857 en 1858.

Wiebe Folkerts Aleva (nummer 1️⃣3️⃣), de laatste nog werkende uurwerkmaker van de familie, vertelde in 1909 in de Jouster Courant dat van dat grote aantal klokken er precies 1.500 in de Aleva werkplaatsen waren gemaakt.

Luitzen Wiebes Aleva: Eigen winkel en uurwerkmakerij in de Midstraat

Het was in die topjaren van de Jouster uurwerkmakerij dat Luitzen Aleva (nummer1️⃣1️⃣) (geboren op 21 december 1830 – overleden op 9 oktober 1876 – werkzaam 1844-1876) op de huwbare leeftijd van 27-jarige leeftijd was gekomen en in Huizum onder Leeuwarden trouwde in 1858 met Wypkje Klazes Lourens. Zij kwamen te wonen bij zijn vader en moeder in de Midstraat. En precies zoals vader dat voor zijn andere kinderen had gedaan werd er nu ook voor Luitzen en Wypkje een geschikte woning gezocht, een huis waar Luitzen zijn eigen uurwerkmakerij kon inrichten.

Schuin tegenover het ouderlijk huis kwam in februari 1860 een ‘beste winkel met koopmansbehuizinge’ met achtergelegen tuin te koop voor 1.765 gulden. Vader Wiebe werd eigenaar van dit pand en Luitzen en zijn vrouw verhuisden naar de overkant van de straat, het huidige nummer 62 in de Midstraat. De winkelinrichting zoals de toonbank en de legplanken waren in de koop inbegrepen en Wypkje kon haar winkel in galanterieën inrichten. De uurwerkmakerij voor Luitzen zou in de nieuwe werkplaats worden ingericht die halfweg in de achtertuin werd gebouwd.

Kinderen van Luitzen Wiebes Aleva en Wypkje Klazes Lourens:

  1. Grietje Aleva, geboren op 21 april 1859.
  2. Tietje Aleva, geboren op 18 januari 1861.
  3. Doetje Aleva, tweeling, geboren op 28 november 1862, overleden op 13 december 1863, slechts 1 jaar oud.
  4. Wiebe Aleva (nummer 1️⃣4️⃣), tweeling, geboren op 28 november 1862.
  5. Doetje Aleva, tweeling, geboren op 6 december 1864.
  6. Maaike Aleva, tweeling, geboren op 6 december 1864, overleden op 6 november 1939 te Zeist.
  7. Klaas Aleva, geboren op 9 november 1868 (Klaas huwt op 11 mei 1893 Janke Holtrop).
  8. Folkert Aleva, geboren op 21 augustus 1871, overleden op 25 september 1872.

Het overlijden van Wiebe Luitzens Aleva en de opkomst van Duitse concurrentie

Vader Wiebe Luitzens heeft de leeftijd van 70 jaar bereikt en overleed drie jaar na zijn vrouw Grietje, in 1864. De erfenis werd onder de kinderen verdeeld en ieder werd eigenaar van het huis dat vader ooit voor hun had gekocht en waarin ze al jaren woonden. De uurwerkmakerij zou door Folkert, samen met zijn 12 jaar jongere broer Luitzen worden beheerd. Zij hebben daarvoor na hun vaders overlijden de naar W.L. Aleva opgericht.

Ook de Aleva’s ontkwamen echter niet aan de steeds zwaarder wordende concurrentie van Duitse klokken uit het Schwarzwald en er werden steeds minder nieuwe klokken verkocht. In 1878 moest er noodzakelijkerwijs steeds verder worden ingekrompen. Luitzens zoon Wiebe (nummer 1️⃣4️⃣ ) heeft het uurwerkmakersvak nog bij zijn vader geleerd, maar hield het in 1896 definitief voor gezien en vertrok naar Amsterdam.

Wiebe Folkerts Aleva: De laatste jaren in de werkplaats

Zijn 14 jaar oudere neef Wiebe Folkerts (nummer 1️⃣3️⃣) (geboren op 16 december 1848 en overleden op 2 april 1934 te Bussum – werkzaam 1860 – 1914) werkte als oudste zoon van Folkert was al op 12-jarige leeftijd bij zijn vader in de werkplaats en heeft de uurwerkmakerij nog wel in alle glorie meegemaakt.

Wiebe Folkerts huwde voor de eerste maal op 20 juli 1873 met Grietje Everts Hettinga in 1873, hij was 24 jaar en Grietje 21 jaar. Grietje overleed helaas in 1876 op 25-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk werd geboren: Jeltje Wiebes Aleva, geboren tussen 1873 en 1876 te Joure. Haar bestaan is onomstotelijk vastgelegd in bewaarde notariële akten uit Doniawerstal (gedateerd 13 januari 1880 en 16 september 1896). Hierin wordt Wybe Folkerts Aleva expliciet vermeld als “weduwnaar van Grietje Hettinga” en “vader van en voogd over Jeltje Wiebes Aleva”.

Het tweede huwelijk van Wiebe Folkerts Aleva en zijn gezin

Wiebe huwt voor de tweede maal op 17 februari 1904 te Haskerland, toen hij 55 jaar oud was, met Hiltje Ekkelboom, 22 jaar oud.
Kinderen van Wiebe en Hiltje:

  1. Wiepkje Aleva, geboren op 9 maart 1905. Bijzonderheden: Zij verhuisde met haar ouders mee naar Bussum. Daar trad zij op 27 augustus 1924 in het huwelijk met Helmer Hofman, maar er was sprake van een echtscheiding op 12-9-1935. Zij overleed op 31 mei 2001.
  2. Thiemen Aleva, geboren op 20 juli 1906. Bijzonderheden: Hij werd vernoemd naar de vader van Hiltje (Thiemen Ekkelboom). Hij verhuisde eveneens mee naar het Gooi en staat in 1926 geregistreerd in het militaire lotingenregister van Bussum. Hij trouwde op 23 november 1932 in Bussum met Lena Geense en overleed in 1958.
Gevelsteen uit 1852, gelegd door Wiebe Folkertsz Aleva

Feit of fabel: Was de firma Aleva officieel Hofleverancier?

In de vroege twintigste eeuw doken er in lokale Jouster programmaboekjes en op ansichtkaarten advertenties op waarin de firma F.W. Aleva zich met trots ‘Hofleverancier’ noemde. Volgens de overlevering zou de koninklijke familie in 1905 een stoeltjesklok hebben aangekocht. In de officiële Nederlandse registers van Hofleveranciers is de firma echter nooit teruggevonden. Waarschijnlijk betrof dit destijds een slimme marketingterm, óf verwees de familie hiermee naar hun succesvolle vroegere exporthandel naar de buitenlandse hoven van Tunis en Algiers.

Epiloog: Het einde van de firma Aleva in de Midstraat

Rond de Eerste Wereldoorlog was de rek er in de Friese horlogerie definitief uit. De moordende concurrentie van de goedkopere, fabrieksmatig gemaakte Duitse klokken had de markt volledig lamgelegd. Topman Wiebe Folkerts Aleva kon niet voorkomen dat zijn uurwerkmakerij steeds verder terugviel en besloot in 1914 op 74-jarige leeftijd de handdoek in de ring te gooien. Hij verkocht het historische huis en de werkplaats achter de Midstraat 79 aan zijn dochter Jeltje. Samen met zijn vrouw verliet hij Friesland en vertrok hij als welgesteld rentenier naar Bussum, waar hij genoot van zijn rust en op 2 april 1934 op de gezegende leeftijd van 85 jaar overleed.

Overlijden van Wiebe Folkerts Aleva op 2 april 1934 te Bussum
Overlijden van Wiebe Folkerts Aleva op 2 april 1934 te Bussum

De verkoop van de inventaris

De inventaris van de werkplaats werd in 1914 overgenomen door Roel Halma en Hotse de Jong, de laatste twee knechten die bij Aleva hadden gewerkt. Zij huurden de werkruimte achter de Midstraat voor f 30,00 per jaar en zetten het bedrijf onder de naam Halma & De Jong nog heel lang voort. Omdat er praktisch geen vraag meer was naar nieuwe klokken functioneerde de zaak hoofdzakelijk als reparatie- en restauratiebedrijf.

Achter de gesloten deuren van deze krimpende werkplaats was het dagelijks overleven zwaar en dat gold ook voor de kinderen van de makers. Voor hen was zorgeloos buitenspelen lang niet altijd weggelegd. Roels zoon, Albert Halma, kwam al als 13-jarige jongen bij zijn vader in de leer. Hij moest urenlang secuur koperen kettingen buigen waar later de zware gewichten aan kwamen te hangen. Albert blikte daar later weemoedig op terug in de krant: “Ik vond dit geen leuk werk. Spelende makkers probeerden mij naar buiten te lokken. Maar het moest.”

Albert zette desondanks stug door en nam in 1942 de leiding van de werkplaats over van zijn overleden vader. In de loop van 1945 besloot Hotze de Jong er definitief mee te stoppen. De inmiddels 38-jarige Albert Halma kreeg in datzelfde jaar gezelschap van zijn oudste zoon Roelof, waarna het bedrijf zonder De Jong verder ging onder de nieuwe naam Firma Halma, voorheen Halma & De Jong.

Er was in de klokkenmakerij in die naoorlogse jaren echter voor twee personen niet meer genoeg te verdienen. In 1956 moest Roelof Halma daarom de overstap maken naar de fabrieken van Douwe Egberts. De 50-jarige Albert Halma ging alleen verder, en zijn zoon Roelof hielp alleen nog in zijn vrije tijd mee in de werkplaats. Juist in die avonduren sloegen de heren nog één keer de handen ineen voor een historisch meesterwerk. Geheel volgens de oorspronkelijke werkwijze bouwden zij een originele Friese stoelklok. De bekende Jouster meebelmaker Klaas Bosma vervaardigde de houten kast voor de klok, en kunstschilder Roel Otter zorgde voor de beschildering. Otter onderstreepte het historische karakter door boven de wijzerplaat een afbeelding van de Jouster toren en de Groene molen te schilderen — twee monumenten die onlosmakelijk met Joure zijn verbonden.

Het was de allerlaatste klok die de werkplaats van Albert Halma verliet, en tevens de laatste die op de eeuwenoude, authentieke manier is gemaakt. Het vormde in 1956 de weemoedige en definitieve afsluiting van ruim twee eeuwen Jouster klokkenmakershistorie.

De complete inventaris, inclusief alle honderden authentieke handvijlen, gietmallen en originele gereedschappen, werd uiteindelijk in 1962 verkocht aan het Openluchtmuseum in Arnhem. Hoewel deze unieke collectie daar helaas in het depot verdween en nooit werd tentoongesteld, blijft het erfgoed van de firma Aleva voorgoed met Joure verbonden.

De nalatenschap vandaag: Levende historie in Museum Joure

Hoewel de authentieke werkplaats van Halma & De Jong in het Openluchtmuseum helaas nooit werd opengesteld voor het grote publiek, is het erfgoed van de familie Aleva vandaag de dag dichterbij dan ooit. In het hart van Joure, op het monumentale fabrieksterrein waar de opeenvolgende generaties hun uurwerken perfectioneerden, houdt Museum Joure de herinnering springlevend.

De unieke klokken met de subtiel ingekraste initialen van de meesters behoren tot de absolute pronkstukken van de Friese klokkenhistorie. Dat hun naam nog altijd een magische klank heeft, blijkt wel uit het officiële, actuele collectiebeleid van het museum: de familie Aleva staat nog altijd bovenaan de lijst om zeldzame stukken aan te kopen en te preserveren. Meer dan driehonderd jaar na de geboorte van de Amsterdamse stamvader Willem, tikt het hart van het Jouster Aleva-vakmanschap daardoor nog altijd onverminderd voort in de Friese Flecke.

Bronverantwoording en verantwoording

Dit overzicht is tot stand gekomen dankzij het uitzonderlijke archiefonderzoek van Siet en Lammert de Bruin. Zij werkten maar liefst tien jaar lang intensief aan hun boeken over de uurwerkmakers uit Joure. Hun diepgaande documentatie over de werkplaatsen, de productie en het specifieke klokkenmakersambacht vormt de onmisbare fundering voor de biografieën op deze pagina.

Omdat hun focus logischerwijs strikt bij de actieve uurwerkmakers lag, hebben wij de genealogische registers naderhand nogmaals digitaal geraadpleegd om de chronologie van de klokkenmakerslijnen waterdicht te maken. Dankzij deze aanvullende stamboomdata konden we ook de levensloop en datums van de omringende gezinsleden exact verifiëren, waardoor het totale beeld van deze ambachtsfamilie nu naadloos aansluit. Wij danken Siet en Lammert hartelijk voor hun onschatbare pionierswerk, dat het fundament vormt voor dit complete digitale monument.

Uw volgende stap in de tijd

▶️ Terug naar de basis: Bekijk het complete Friese overzicht
Wilt u terug naar het centrale overzicht van de serie? Op onze hoofdpagina vindt u de complete verzameling van alle hoofdstukken, cultuurverhalen en modellen overzichtelijk op een rij.
👉 Keer terug naar de Friese klok informatie-moederpagina →
▶️ Bekijk ons vakmanschap of plan direct uw bezoek
Heeft u een Friese stoelklok of staartklok die onregelmatig tikt of stilvalt? Lees ons uitgebreide praktijkverslag over hoe wij een uurwerk restaureren, of bekijk direct onze contactgegevens in Alkmaar voor een vakkundige inspectie aan de werkbank.
👉 Lees hier ons uitgebreide Friese klok reparatieverslag →
👉 Bekijk hier onze adres- en contactgegevens →

⚠️ Disclaimer: Waarom wij telefonisch geen extra toelichting op de website-informatie kunnen geven

Levend historisch onderzoek
De pagina’s in deze serie over antieke klokken zijn continu in onderhoud. Historisch onderzoek staat nooit stil; zodra er nieuwe archiefstukken, feiten of inzichten beschikbaar komen, updaten en verfijnen wij deze informatie direct. Wij doen ons uiterste best om dit digitale naslagwerk zo actueel en accuraat mogelijk te houden. We nodigen u van harte uit om hier op uw gemak doorheen te lezen.

Focus in de werkplaats
Het repareren van uurwerken vraagt onze volledige concentratie en kostbare tijd aan de werkbank. Om die reden kunnen wij telefonisch of digitaal geen extra toelichting, algemene vragen of waarde-indicaties geven. Onze telefoonlijn is uitsluitend bedoeld voor concrete reparatie-aanvragen en updates over lopende opdrachten.

Vrijblijvend advies in de winkel
Voor specifieke vragen over uw eigen klok bent u, mét uw uurwerk, van harte welkom in onze winkel in Alkmaar voor een volledig vrijblijvende prijsopgave. Alleen aan de hand van het fysieke uurwerk kunnen we u voorzien van een betrouwbaar en deskundig advies.

Scroll naar boven