De Gouden Eeuw van de Zaanse Klok (1685 – 1720): Bloei en Dynastieën
Ontdek de gouden bloeitijd van de Zaanse klok (1685-1720). Alles over messing strippenuurwerken, wortelnotenfineer en doopsgezinde dynastieën.
Kenmerken van Tijdvak 2 in één oogopslag:
- Tijdvak: 2 (De Gouden Bloeiperiode en Gildevrijheid)
- Periode: 1685 – 1720
- Hoofdkenmerk: Introductie van de lange slinger, de Zaanse slag (dubbele bel) en kasten met wortelnotenfineer dankzij de komst van de Franse Hugenoten.
- Aantal gedocumenteerde makers: 19 actieve meesters
Tijdens de absolute bloeiperiode van de Zaanse klokkenmakerij werd het ambacht gedomineerd door hechte, succesvolle familiewerkplaatsen. Namen zoals de familie Volger zijn onlosmakelijk met deze gloriedagen verbonden. Maar hoe kleurden de maatschappelijke omstandigheden hun dagelijkse werk aan de werkbank, is een vraag die wij onszelf stellen. Om een antwoord te vinden duiken we eerst in de specifieke historische context van deze gouden bloeiperiode. Lees met ons mee:
- De Tijdgeest: Ontdek de impact van de Franse Hugenoten op de schatrijke Zaanstreek en zie hoe de klok transformeerde tot het ultieme statussymbool in de voorkamer.
- Kenmerken van de Zaanse Klok: Zie hoe de grote familiedynastieën de iconische vormgeving van de ‘Zaanlander’ definitief vastlegden met messing strippenuurwerken en wortelnotenhout.
Ontdek hier het verhaal achter deze doopsgezinde dynastieën, pas binnen dit complete plaatje komt het vakmanschap van deze grote families immers écht tot leven.
Uiteraard vindt u hieronder ook het overzicht van de negentien belangrijkste klokkenmakers die in deze specifieke periode actief waren.
Dit artikel is onderdeel van onze complete, vierdelige serie over de verschillende Zaanse tijdvakken.
De tijdgeest: De Gouden Eeuw en de industriële discipline (1685 – 1720)
Rond 1685 transformeerde de Zaanstreek definitief in de ‘fabriek van Europa’ en het grootste, meest innovatieve industriegebied van het continent. Na de politieke en economische klappen van het Rampjaar (1672) stabiliseerde de economie zich in rap tempo, waarna de welstand langs de Zaanse oevers naar ongekende hoogten steeg. Honderden industriële windmolens draaiden dag en nacht langs de rivier. Ze zaagden hout voor de vitale VOC-scheepswerven, sloegen olie uit zaden en stampten lompen tot het wereldberoemde Zaanse papier. Deze ongeëvenaarde industriële bloei bracht een enorme kapitaalstroom op gang, wat het fundament legde voor de absolute bloeiperiode van de antieke Zaanse klok.
Het ultieme statussymbool in de Zaanse voorkamer
De enorme rijkdom trok fors kapitaal aan van succesvolle houtkopers, reders, kooplui en walvisvaarders. Deze schatrijke, nieuwe Zaanse burgerij toonde haar succes en status door kapitale herenhuizen te bouwen langs de Zaan. In dit specifieke economische klimaat veranderde de rol van de Zaanse klok radicaal. Het was niet langer puur een functioneel meetinstrument of een wetenschappelijk object; de klok transformeerde tot het ultieme statussymbool in de Zaanse voorkamer.
De houten kap rondom het uurwerk werd verfijnd; men stapte over van uitsluitend eikenhout naar kasten die rijkelijk werden vervaardigd uit chic ebben- en palissanderhout. De wijzerplaten werden bekleed met een laag exclusief, diepzwart of donkergroen fluweel, waardoor de vuurvergulde messing wijzers en de verzilverde cijferring schitterend afstaken. Wie succesvol was in de walvisvaart of de houtimport kocht een kostbare klok van een gerenommeerd Zaans atelier om indruk te maken op handelspartners en het fortuin te tonen in het interieur.
De opkomst van doopsgezinde familiedynastieën
In deze decennia professionaliseerde en consolideerde het ambacht in een razend tempo. De vrije, individuele pioniersfase maakte plaats voor strak georganiseerde, doopsgezinde familiedynastieën die de productie in grote werkplaatsen centraliseerden. Bekende families zoals Volger, Van Rossen en Koogies bouwden hechte netwerken op. Binnen deze ateliers werd de opgebouwde kennis over fijnmechanica zorgvuldig gekoesterd en strikt overgedragen van vader op zoon of neef.
Een iconisch voorbeeld hiervan is de opvolging van pionier Kornelis Michielsz. Volger door zijn getalenteerde neef Dirk Jacobszoon Volger, die de familiestijl uitbreidde naar de grove mechanica en in 1698 het monumentale openbare torenuurwerk van Durgerdam bouwde. Door deze centralisatie van kennis ontstond een herkenbare, regionale Zaanse bouwstijl die synoniem stond voor absolute topkwaliteit, mede vormgegeven door Westzaanse meesters zoals Jacob Dirksz. Copies, die de kasten verfraaiden met getorste barokzuilen.
De Zaanstreek loopt op de minuut gelijk
De invloed van deze klokkenmakersdynastieën reikte echter veel verder dan de huizen van de rijke elite. Deze ondernemende families introduceerden in deze periode namelijk een uniek sociaal-economisch verdienmodel: de grootschalige verhuur van eenvoudige wekkerklokjes aan de lokale fabrieksarbeiders.
Topmakers zoals Jan Klaesz. Koogies (De Oude) voorzagen hun messing belhekken in deze jaren standaard van de spreuk “Nu elck sijn sin”, wat symbool stond voor de economische vrijheid van de streek. Nog sprekender voor de lokale moraal was de gegoten waarschuwing die de bekende grootmeester Cornelis Dircksz. van Rossen — werkzaam vanuit het bekende Klokkenmakershuisje aan de Lagendijk 1 — op de messing zijfretten van zijn uurwerken aanbracht: “Pas gij niet op mij, dan pas ik niet op dij”.
Het was een directe, gevatte weerspiegeling van de zeventiende-eeuwse Zaanse mentaliteit waarin tijd schaars was, afspraken nagekomen moesten worden en tijd letterlijk goud waard was. Een filosofie die ook zijn zoon Gerrit Cornelisz. van Rossen via zijn unieke verhuursysteem van wekkerklokken in de praktijk bracht.
Hierdoor veranderde de Zaanse klok van een exclusief luxeobject in een instrument van industriële discipline. Dankzij dit unieke verhuursysteem – met een vloot van exact 39 wekkers werd voortgezet – ging de hele Zaanstreek letterlijk op de minuut gelijklopen met de molens. Dit hielp de regio om uit te groeien tot het meest efficiënte en strakst geregisseerde industriegebied van de zeventiende eeuw.
Kenmerken van de Zaanse klok: De iconische vormgeving wordt gestandaardiseerd (1685 – 1720)
In deze gouden decennia bereikte de Zaanse klok zijn absolute, klassieke en meest herkenbare vorm. Onder leiding van grote, veelal doopsgezinde klokkenmakersfamilies raakte het archetype van de ‘Zaanlander’ definitief gestandaardiseerd. Waar de allervroegste modellen uit de pioniersfase nog een sober en puur functioneel uiterlijk hadden, veranderde de klok nu in een weelderig sieraad. Het sloot perfect aan bij de barokke smaak van de nieuwe klasse van rijke Zaanse industriëlen en kooplieden. De ambachtelijke en technische vooruitgang ten opzichte van de vroege beginjaren was dan ook spectaculair.
De mechanische sprong: Van ijzeren strips naar gegoten messing
In plaats van een Franse smaakimport vond de werkelijke revolutie in deze decennia plaats aan de Zaanse werkbanken zelf. Een van de grootste mechanische sprongen voorwaarts was de definitieve doorbraak van hoogwaardig geelgietwerk voor de volledige uurwerkconstructie. De klokkenmakers lieten de ruwe smidskwaliteit en het zware, handgesmede ijzeren frame uit de pioniersfase definitief achter zich. Hoewel de raderen (de tandwielen) altijd al van messing werden gemaakt vanwege de slijtvastheid, werden nu ook de stijlen, liggers en platen van het uurwerkframe (het kooiframe) volledig uit messing gegoten. Dit verminderde de wrijving in het loopwerk enorm. Het resultaat was een veel soepeler lopend en minder onderhoudsgevoelig uurwerk, waardoor deze antieke klokken aanzienlijk nauwkeuriger liepen dan hun voorgangers met een ijzeren frame.
Technisch werd in deze periode het zogenaamde ‘strippenuurwerk‘ geperfectioneerd, waarbij het gaand- en slagwerk strak achter elkaar tussen deze smalle messing strippen werden opgesloten. De klokken kregen in deze jaren van meesters zoals Jan Tenkins standaard een ingebouwde wekkerinrichting en een betrouwbaar sluitschijf-slagwerk (de Zaanse slag), dat de uren voluit sloeg op een grote bel en de kwartieren aankondigde.
Uurwerkbeveiliging in de praktijk: Het vernuft van de wekkerschijf
Wie een authentieke, antieke Zaanse klok van dichtbij bestudeert, ontdekt dat de meesters niet alleen dachten aan nauwkeurigheid, maar ook aan extreme duurzaamheid. Een fascinerend voorbeeld hiervan is de constructie van de ingebouwde wekkerinrichting. De wekkerschijf bevindt zich bij deze vroege modellen direct achter de urenwijzer. Zodra het ingestelde tijdstip is bereikt, trekt een touwtje met een klein gewichtje een ingenieus hamertje in beweging, dat vervolgens razendsnel tussen de binnenranden van de grote bel heen en weer slaat.
Om te voorkomen dat het kostbare raderwerk onherstelbaar zou beschadigen wanneer de eigenaar de wijzers per ongeluk tegen de klok in — dus achteruit — zou verzetten, bedachten de Zaanse meesters een even simpele als briljante oplossing. Ze bouwden een minuscuul, verend klikmechanisme in achter de wijzerplaat. Dit mechanisme vangt de tegendruk op en veroorzaakt een karakteristiek, zacht tikkend en klikkend geluid zodra de wijzers handmatig achteruit worden gedraaid. Dit subtiele staaltje uurwerkbeveiliging bewijst dat de Zaanse horlogerie al in de zeventiende eeuw het niveau van grof smidswerk definitief was ontstegen.
Een sieraad in de salon: Kostbaar ebbenhout en fluweel
Ook de klokkasten transformeerden in deze periode tot ware kunstwerken. De traditionele Zaanse wandklok bleef haar karakteristieke open onderbouw behouden — waarbij de slinger en gewichten vrij in de lucht hingen — maar de houten kap rondom het uurwerk werd verfijnd. Men stapte over van uitsluitend eikenhout naar kasten die rijkelijk werden vervaardigd uit chic ebben- en palissanderhout. De iconische houten achterplank werd bij meesters als Jacob Dirksz. Copies fraai geflankeerd door gedraaide houten hoekpilaren (getorste barokzuilen).
Om het visuele contrast te verhogen, werden de wijzerplaten bekleed met een laag exclusief, diepzwart of donkergroen fluwelen doek. Hierdoor staken de vuurvergulde messing wijzers en de verzilverde cijferring schitterend af tegen de donkere achtergrond. Dit was niet alleen esthetisch adembenemend, maar had ook een heel praktisch nut: de tijd bleef hierdoor zelfs bij uiterst matig kaarslicht in de Zaanse voorkamer perfect afleesbaar.
Glanzende messing belhekken en barokke symboliek
Parallel aan deze uurwerktechnische vernieuwing verdwenen ook de voorheen sobere, loden belhekken van de toog. De bovenzijde van de klokken werd rondom de bel versierd met zware, prachtig geciseleerde belhekken van glanzend messing. Op het voorste belhek stonden voortaan steevast de allegorische voorstellingen van de drie christelijke deugden — Geloof, Hoop en Liefde — fijnmazig afgebeeld. Het geheel werd in deze barokke bloeiperiode traditioneel bekroond door de onmisbare Atlasfiguur die de hemelkoepel trots op zijn schouders draagt.
Lijst van antieke Zaanse klokkenmakers (1685 – 1720)
Maak hieronder kennis met de negentien belangrijkste meesters en gevestigde familiedynastieën die in deze barokke bloeiperiode verantwoordelijk waren voor de gouden eeuw van de Zaanse klokkenmakerij.
Over dit overzicht: Achter de schermen zijn wij continu bezig met het digitaliseren van ons genealogische en klokkenhistorische bronnenonderzoek naar de 63 unieke Zaanse klokkenmakers. Om de kwaliteit en historische zuiverheid te bewaken publiceren wij de individuele meesterpagina’s in etappes. De namen in de onderstaande lijst die al voorzien zijn van een klikbare link kunt u direct bekijken. De overige namen zijn momenteel in behandeling en worden de komende periode stapsgewijs aan de website toegevoegd.
- 7. Jacob Dirksz. Copies (Westzaan)
- Klassieke meester uit Westzaan (ca. 1670–1729) die de schitterende, historisch waardevolle Zaanse klok bouwde die tegenwoordig de wanden siert van het gemeentehuis van Zaanstad.
- 8. Cornelis Dircksz. van Rossen (Koog aan de Zaan)
- Topmeester werkzaam aan de Lagendijk, beroemd om zijn sublieme gietwerk en de unieke exploitatie van een commerciële verhuurvloot van exact 39 wekkerklokken in de streek.
- 9. Jan Klaesz. Koogies (De Oude) (Wormerveer)
- Prominente meester en grote concurrent van de familie Volger, bekend om zijn complexe dubbele slagwerk en zeldzame handgegoten messing fretten met de antieke spelling “Nu elck sijn sin”.
- 10. Jan Tenkins (Westzaan / Zaandam)
- Late 17e-eeuwse pionier wiens historische status onomstotelijk wordt bewezen door zeldzame overgeleverde slingerklokken, officieel in ZaanWiki geregistreerd met de signatuur “Jan Tenkins-Wessaenden”.
- 11. Gerrit Cornelisz. van Rossen (Koog aan de Zaan)
- Zoon en opvolger van Cornelis van Rossen die de familiestijl en de klokkenverhuur levend hield vanuit het iconische houten Klokkenmakershuisje aan de Lagendijk 1 op de Koog.
- 12. G. van Rotse (Koog aan de Zaan)
- Zeldzame signatuurvariant op de wijzerplaat uit de Kogense school; deze registratie fungeert in de Federatie Klokkenvrienden als belangrijk herkenningspunt voor een alternatieve spelling van de familie Van Rossen.
- 13. Dirk Jacobszoon Volger (Wormerveer)
- Neef van pionier Kornelis Volger die de familiestijl uitbreidde naar de grove mechanica en in 1698 het monumentale openbare torenuurwerk van Durgerdam bouwde.
- 14. Klaas Jansz. Koogies (Wormerveer)
- Zoon van Jan Koogies de Oude, in de registers specifiek vermeld als “Klockesteller”, die werkte met de kenmerkende vroege horizontale spillegangen op dikke koorden.
- 15. Jan Jacobsz. Koogies (Wormerveer)
- Doopsgezind leraar en klokkenmaker (overleden in 1806), bekend om zijn vroege Zaanse wandklokken (ook wel ‘kantoortjes’ genoemd); het Museum Zaanse Tijd bezit een authentiek exemplaar van deze familie uit circa 1740.
- 16. Gerrit Jansz. Koogies (Wormerveer)
- Telg uit de bekende Wormerveerse familie die de familiestijl rond ca. 1730 aanpaste naar de vroege 18e-eeuwse mode met net iets slankere en elegantere kasten.
- 17. Dirk Tijhuizen (Zaandam)
- Geverifieerde meester rond ca. 1700 in Zaandam wiens zeldzame Zaanse klokken officieel zijn opgenomen in de regionale uurwerkregisters.
- 18. G. Stapper (Wormerveer)
- Geregistreerde maker rond de 18e eeuw in Wormerveer, wiens werk nauw aansluit bij de traditionele Zaanse kast- en uurwerkarchitectuur met fluwelen ondergronden.
- 19. M.D. Visser (Zaandam / Westzaan)
- Zaanse meester actief rond 1700, wiens werk gekenmerkt wordt door uurwerken met robuuste messing gietwerken en klassiek gegraveerde cijferringen.
- 20. C. van der Mark (Zaandam)
- Vakkundige meester van wie in november 2003 een compleet exemplaar met de iconische peergewichten en Atlasfiguur werd aangeboden bij veilinghuis Sotheby’s Amsterdam (lot 166).
- 21. Frans Samuels (Zaandam)
- Vakkundige meester-klokkenmaker (ca. 1700) die volgens de registers van ZaanWiki de specifieke Zaanse wandklok vervaardigde voor het historische Doopsgezind Weeshuis te Zaandam.
- 22. Dirck Cornelisz. van Rossen (Amsterdam / Koog aan de Zaan)
- Oudste zoon van Cornelis van Rossen die naar Amsterdam vertrok en daar in zijn eigen werkplaats klokken bleef bouwen in de pure, vroege Zaanse constructietraditie.
- 23. Dirk Dirksz. Copies (Westzaan)
- Geverifieerde 18e-eeuwse uurwerkmaker (overleden in 1746) die binnen het Westzaanse familieatelier werkte volgens de traditionele Zaanse constructiestandaard met een spillegang- en slingeruurwerk.
- 24. Jan Dirksz. Copies de Jonge (Westzaan)
- Geverifieerde meester-klokkenmaker die actief was rond de eeuwwisseling van 1700, waarbij hij binnen het Westzaanse familieatelier de herkenbare handgemaakte uurwerkstijl voortzette.
- 25. Jan Jacobs Copies (Westzaan)
- Vroege 18e-eeuwse ambachtsman die de continuïteit en de hoge kwaliteit van de bekende Copies-signatuur in de regio waarborgde binnen de Westzaanse familietraditie.
Achtergrond en bronvermelding
Over de totstandkoming van deze artikelen
Binnen onze dagelijkse praktijk als klokkenmakers ligt onze ware passie en expertise natuurlijk bij het mechanische hart van de klok: het minutieuze herstel, het afstellen van het raderwerk en het draaiende houden van de fijne techniek op de werkbank in Alkmaar. Omdat een antiek uurwerk pas echt gaat leven als men ook de persoonlijke verhalen van de oude meesters kent, hebben wij voor deze grootschalige serie uitgebreid historisch bronnenonderzoek gedaan. Dit overzicht en de chronologische indeling zijn het resultaat van honderden uren eigen speurwerk in vakliteratuur, oude transportregisters en diverse museale documenten.
Hoewel wij klokken door en door kennen zijn wij vanzelfsprekend geen historici of een wandelende encyclopedie. Dit database-overzicht is dan ook puur bedoeld om onze liefde voor de Zaanse uurwerkkunst en haar rijke, Noord-Hollandse geschiedenis met u te delen. Voor diepgaande historische vragen of complex stamboomonderzoek verwijzen wij u met veel plezier door naar de officiële horologische musea en de streekarchieven.
Voor het vakkundige onderhoud, een gecompliceerde reparatie of een betrouwbare echtheidscheck van het uurwerk zelf, staat de deur van onze werkplaats in Alkmaar uiteraard wél altijd wijd voor u open!
Copyright & Bronvermelding
Dit overzicht is mede gebaseerd op en geverifieerd aan de hand van de archieven van het Museum Zaanse Tijd en de Federatie Klokkenvrienden. De unieke samenstelling, verhalende omschrijvingen en de specifieke structuur op deze website vallen onder het auteursrecht van lars-dekker.nl. Overname van deze teksten of de specifieke structuur zonder uitdrukkelijke toestemming is niet toegestaan. © Lars Dekker.