De Klokkenmakers familie Koogies (Coogies) van Wormerveer

Van doopsgezinde ijver en permanente geldzorg tot de absolute topstukken in de Nederlandse musea

Stap in de wereld van de Zaanse klokkenmeesters
Als u aan antieke Zaanse klokken denkt, denkt u onherroepelijk aan de iconische familie Koogies. Maar wie waren deze gedreven ambachtslieden, die zo’n schitterend erfgoed hebben achtergelaten? Om de geschiedenis van dit bijzondere geslacht verder uit te diepen en hun familielijn helder in kaart te brengen, zijn wij op ontdekkingsreis gegaan naar hun persoonlijke levensverhalen.

 Hoewel de uurwerken van de Wormerveerse familie Koogies (in oude archieven ook wel gespeld als Koogie, Coogies of Kooghjes) vandaag de dag tot de absolute meesterwerken van de Hollandse barok behoren, moesten de makers zelf geregeld knokken om financieel het hoofd boven water te houden.

Omdat we deze geschiedenis zo gedetailleerd mogelijk willen doorgeven is dit een omvangrijke kroniek geworden. U leest hier details die u nergens anders zult vinden. Ga er daarom eens rustig voor zitten, neem de tijd en ontdek het rauwe, menselijke bestaan achter de wijzerplaten. Beleef hoe de ambachtelijke passie en de dagelijkse overlevingsdrang generaties lang aan de Zaanse werkbanken werden doorgegeven.

Chronologisch overzicht van de klokkenmakersfamilie Koogies

Om de geschiedenis van deze Zaanse ambachtsfamilie makkelijk te kunnen volgen, vindt u hieronder de chronologische volgorde van de personen die in dit artikel behandeld worden:

  • Jacob uit de Purmer (nummer 1) – Kwam vanuit de polder naar Wormerveer, de plek waar de dynastie haar oorsprong vond.
  • Pieter (nummer 2) – Broer van Jacob (1), lid van de vroege Zaanse generatie.
  • Jan Jacobsz. Koogies (nummer 3) – Zoon van Jacob (1), de vroege meester en de eerste echte klokkenmaker van deze familielijn (overleden in 1706).
  • Jan Pietersz. (nummer 4) – Zoon van Pieter (2), behoort tot de vroege Zaanse schippers- en molenaarsgeneratie.
  • Klaas Jansz. Koogies (nummer 5) – Zoon van Jan Pietersz. (4), befaamd uurwerkmaker en officieel ‘klockesteller’ van Wormerveer (overleden op 31 juli 1728).
  • Jan Jansz. Koogies (nummer 6) – Zoon van Jan Pietersz. (4) en broer van Klaas (5), eveneens werkzaam aan de vroege Wormerveerse werkbank.
  • Jan Klaasz. Koogies (nummer 7) – Zoon van Klaas (5), zette de familietraditie in de achttiende eeuw met succes voort (ca. 1705–1775).
  • Pieter Klaasz. Koogies (nummer 8) – Zoon van Klaas (5), een ondersteunende klokkenmaker binnen deze generatie (geboren ca. 1705).
  • Jan Gerritsz. Koogies (nummer 9) – Actieve uurwerkmaker binnen de familie, werkzaam vanaf circa 1730, maar niet direct in de hoofdlijn te plaatsen.
  • Klaas Gerritsz. Koogies (nummer 10) – Werkzaam rond het jaar 1770; een latere klokkenmaker wiens exacte positie in de stamboom een historisch mysterie blijft.

De zeventiende-eeuwse wortels aan het Zuideinde: Jacob Janz. Kooghjes

Het fundament voor deze succesvolle klokkenmakersdynastie werd al in de vroege zeventiende eeuw gelegd door twee broers te Wormerveer: Jacob Jansz. (nummer 1) en Pieter Janz. Kooghjes (nummer 2). In 1630 duikt de familienaam Kooghjes voor het eerst op in de Wormerveerse archieven.
Een officiële transportakte uit dat jaar meldt dat Jacob Jansz. Kooghjes een erf kocht aan het Zuideinde, dat geografisch gesitueerd was tussen twee bestaande oliemolens. Het document vermeldt dat Jacob naar alle waarschijnlijkheid afkomstig was uit de Purmer, een polder die in 1622 was drooggelegd. Deze akte uit 1630 markeert de definitieve komst van de familie naar Wormerveer.

De tak van schipper Pieter Jansz. Kooghjes

In 1635 ging ook de broer van Jacob, Pieter Jansz. een pand aan het Zuideinde te Wormerveer bewonen, exact op de plek van de huidige percelen Zuideinde 10-12. Terwijl Pieter Jansz. zich op het schipperserf installeerde woonde zijn broer Jacob Kooghjes al in de buurt tussen de oliemolens. Dit paste binnen een periode van snelle industriële groei in de regio.

Rond 1630 telde de Banne van Westzaan in totaal 13 oliemolens, waarvan de meeste in Wormerveer stonden; het exacte aantal per dorp is uit die vroege jaren echter niet meer bekend. De opkomende mechanisatie bleef niet beperkt tot de olie-industrie. Zo kreeg de allereerste Wormerveerse papiermolen de officiële windbrief al in het jaar 1621. De vestiging van de broers Kooghjes vond dus plaats in het hart van een opkomend en dynamisch industriegebied aan de Zaan.

Het Zuideinde te Wormerveer, waar de familie Koogies hun werkplaats had.
Het Zuideinde te Wormerveer, waar de familie Koogies hun werkplaats had.

Jan Pietersz. Kooghjes en de volgende generaties

Na het overlijden van Pieter Jansz. kwam zijn huis in handen van zijn zoon Jan Pietersz., geboren circa 1636 (nummer 4), die schipper van beroep was.

Jan Pietersz. kreeg op zijn beurt in ieder geval twee zonen: Jan Jansz. (nummer 6) en Klaas Jansz. (nummer 5). Dit blijkt uit het feit dat beide broers en een hele reeks andere familieleden in 1711 een erfenis (legaat) ontvingen van 500 gulden per persoon uit de nalatenschap van een zwager van Jan Jacobs (klokkenmaker, zoon van Jacob Jansz.). Uit het onderzoek van Zaans Erfgoed blijkt dat de familie het geld goed kon gebruiken vanwege financiële problemen.

Het Zuideinde in Wormerveer. Oude Jacob Kooghjes was schipper.
Het Zuideinde in Wormerveer. Oude Jacob Kooghjes was schipper.

Jan Jacobsz. Kooghjes (Jan Koogies)

Jacob Janz. kreeg intussen een zoon die een grote pionier en de stamvader van de familie zou worden: Jan Jacobsz. Kooghjes (in de oude registers simpelweg Jan Koogies genoemd). Waar latere generaties in de achttiende eeuw internationale faam verwierven met complexe astronomische instrumenten, legde deze zeventiende-eeuwse meester rond 1675 de fundering voor de hele dynastie aan het Zuideinde in Wormerveer. Jan Jacobsz. Koogies is overleden in 1706.

Jan Jacobsz. was een man van status, grote letteren en van aanzien: hij was klokkenmaker, maar daarnaast ook leraar (predikant) van de ‘strenge’ Friese Doopsgezinde Gemeente in Wormerveer. Rond 1675 deed hij in die functie bij de schepenen van Westzaan aangifte van de in de doopsgezinde kerk gesloten huwelijken. Jan Jacobsz. was gehuwd met Aaltje Klaas. Wie de archieven induikt, ontdekt dat de echtelieden op 6 januari 1697 ten huize van notaris Pieter van Broeck te Westzaan hun testament hebben ondertekend, waarin zij de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam verklaarden.

Jan Jacobsz. signeerde zijn vroege, exclusieve meesterwerken dikwijls met de trotse, Latijnse gravering: Jan Koogies fecit, Wormerveer (“Jan Koogies heeft dit gemaakt”).

Schoolbordklok van Jan Koogies uit ca. 1700.
Schoolbordklok van Jan Koogies uit ca. 1700.

Zeldzame soberheid uit Wormerveer. Dit uitzonderlijke uurwerk, afkomstig uit de collectie van Kollenburg Antiquairs, vertegenwoordigt een uiterst zeldzame en gezochte variant binnen de Zaanse horologie: het type ‘schoolbordzaan’. Het uurwerk staat op een fraai ajour-gezaagde stoel. De verfijnde kast is van warm Hollands notenhout.

Jan Koogies (Jan Jacobsz. Koogies) – ca. 1700: Hollandse noten schoolbordzaan

Klassieke details op diepzwart fluweel

Dit uurwerk uit de collectie van Kollenburg Antiquairs vertegenwoordigt een zeldzame variant binnen de Zaanse horologie: het type ‘schoolbordzaan’. De klok ontleent deze specifieke benaming aan de strakke, rechthoekige houten wandplank van warm Hollands notenhout, die doet denken aan de houten schrijfplankjes van vroeger. Dit specifieke exemplaar van Jan Jacobsz. Koogies is rijk afgewerkt met gegoten koperen belhekken en een unieke mythologische belbekroning.

Geloof, Hoop en Liefde onder de Krijgsmaagd

Bovenop de bellen troont de Romeinse godin Minerva, herkenbaar aan haar helm en de speer in haar hand. In de horologie wordt deze figuur ook wel als de Schildwacht of Zaanse Schutter aangeduid.

De gegoten koperen belhekken (frets) aan de voor- en zijkanten sieren de klokkenkap en zijn voorzien van diepe, religieuze symbolen. In plaats van de veelvoorkomende streekwapens tonen deze gietstukken de klassieke deugden Geloof, Hoop en Liefde, uitgebeeld via verfijnde symbolische afbeeldingen.

De visuele opbouw van de wijzerplaat toont de hoge kwaliteitsstandaard van de Wormerveerse school. De verzilverde cijferring toont de uren in Romeinse cijfers en de minuten in Arabische cijfers. Deze ring is gemonteerd op een strakke plaat van diepzwart fluweel en in de hoeken omringd door vier fijn geciseleerde cherubijnenkopjes.

Een horologische brug tussen twee generaties

Voor de kenner vormt deze schoolbordzaan een fascinerend ijkpunt in de Wormerveerse familiegeschiedenis. De strakke, sobere vormgeving sluit enerzijds perfect aan bij het vroege, intellectuele werk van stamvader Jan Jacobsz. Koogies. Anderzijds luidt het gebruik van verfijnd notenhoutfineer de mode van de jaren daarna in, de periode waarin zijn kleinzoon Jan Klaesz. Koogies (nummer 7) de werkplaats overnam. Ongeacht welke van deze twee Jannen de definitieve hand aan de werkbank heeft gehad: deze schoolbordzaan blijft een absoluut topstuk en een sieraad voor de Nederlandse horologie. 

De meester-gezelrelatie aan het Zuideinde met Klaas Jansz. Koogies

De historische betekenis van Jan Jacobsz. reikt verder dan zijn eigen overgeleverde oeuvre. Vrijwel naast zijn molenerf aan het Zuideinde groeide zijn neef Klaas Jansz. Koogies (nummer 5) op. Omdat Klaas pas na het overlijden van Jan Jacobsz. in 1706 te boek staat als de leidende klokkenmaker van het Zuideinde (onder de naam ‘Klockesteller’), staat het voor historici vast dat Klaas het verfijnde ambacht in de werkplaats van zijn oom Jan Jacobsz. heeft geleerd.

Het vakmanschap en de intellectuele erfenis van de oude stamvader Jan Jacobsz. werden zo naadloos doorgegeven aan de volgende generaties, wiens klokken uiteindelijk het Rijksmuseum Amsterdam zouden bereiken. Zou Jan ooit hebben kunnen denken dat zijn naam, 350 jaar later, op internet voor iedereen te lezen zou zijn?

Klaas Jansz. Kooghjes – KJ Koogies alias de 'Klockesteller'

Klaas Jansz. (nummer 5) werd rond 1680 te Wormerveer geboren als zoon van de doopsgezinde schipper Jan Pietersz. (nummer 4). Waar zijn vader koos voor het water, raakte Klaas gefascineerd door de mechanica. Hij vestigde zich in het ouderlijke pand aan het Zuideinde te Wormerveer (op de huidige percelen Zuideinde 10-12). In oude archieven wordt hij ook wel ‘Klockstel’ of ‘Klockensteller’ genoemd. Klaas trouwde, maar helaas hebben we geen gegevens van de huwelijkspartner en de trouwdatum. Wel konden we summiere informatie vinden over zijn kinderen.

Het gezin van Klaas Jansz. Kooghjes/Koogies

Kinderen van Klaas Jan Koogies:

  1. Jan Klaas Koogies (nummer 7) is geboren rond 1705 of 1710 te Wormerveer. Jan is gehuwd met Aeltje Jacobs Visser (zij is geboren rond 1710) op 20 mei 1730 te Westzaan.
  2. Pieter Klaas Koogies (nummer 8) is geboren rond 1705 of 1710 te Wormerveer. Pieter is gehuwd met Lijsje Claas Gouwes (zij is geboren rond 1707) op 11 mei 1730 te Wormerveer

Vrijwel direct naast hem woonde, zoals we eerder zagen, zijn oudoom Jan Jacobsz. Koogies, een man met zeer veel ervaring in het klokkenmakersvak. In en om het atelier van deze oom leerde de jonge Klaas Jansz. al rond 1690 de fijne kneepjes van de horologie. Na de dood van zijn leermeester in 1706 nam Klaas de fakkel over en werd hij de leidende klokkenmaker van het Zuideinde. Het erf waar zijn werkplaats stond, ging in de volksmond gaandeweg officieel erf ‘De Klok’ heten.

Klaas Jansz. was zeker niet welgesteld en moest herhaaldelijk aankloppen bij de Friese doopsgezinde gemeente voor een lening. Diaken Visser noteerde in het kasboek onder andere renteleningen aan hem in 1705 (200 gulden) en in 1711 (250 gulden).

De mechanische revolutie rond 1700

Ondanks de permanente geldzorgen was het mechanische vernuft van Klaas Jansz. grensverleggend. Rond het jaar 1700 voltrok zich in de Zaanstreek een horologische revolutie: de overgang van de vroege spillegang naar de uiterst nauwkeurige ankergang.

Klaas Jansz. beheerste deze nieuwe techniek als een van de eersten in de regio zo goed dat hij zijn meesterwerken soms voluit signeerde, zoals op een bewaard gebleven platine uit 1697: ‘By Klaes Jan.Soon.Kooghie.1697.Op.Wor.Mer.Veer.

We laten u het absolute meesterschap rond 1700 zien en tonen drie totaal verschillende, zeldzame uitvoeringen. De tastbare, tikkende bewijzen van deze vroege pioniersfase: meesterwerken geboren uit doopsgezinde ijver, grote armoede en een ongekend mechanisch genie.

Ebbenhouten kalenderklok van Klaas Jansz Koogies.
Een astronomisch monument uit Wormerveer: De ebbenhouten kalenderklok van KJ Koogies.

Een astronomisch monument uit Wormerveer: De ebbenhouten kalenderklok van KJ Koogies

Wie denkt dat de vroege Zaanse uurwerkschool zich uitsluitend bezighield met eenvoudige huiskamerklokken, vindt in dit meesterwerk het absolute tegendeel. Deze monumentale wandklok, afkomstig uit een vooraanstaande Nederlandse privécollectie en gecatalogiseerd onder kavel 384 bij Veilinghuis AAG, vertegenwoordigt de absolute mechanische topklasse van de vroege Zaanse horlogerie. Met een indrukwekkende lengte van maar liefst 99,5 centimeter trekt dit zeldzame object direct alle aandacht. De kast is van museale kwaliteit: volledig uitgevoerd in gitzwart geëboniseerd hout en kostbaar ebbenhout.

Astronomische complicaties in diepzwart fluweel

Wat dit vroege uurwerk zo uniek maakt, is de overvloed aan mechanische complicaties op de wijzerplaat. Waar veel vroege tijdgenoten zich beperkten tot het louter aanwijzen van de uren en minuten, functioneert dit exemplaar als een volwaardig astronomisch instrument. De met diepzwart fluweel beklede metaalplaat herbergt drie fascinerende vensters:

  • De maanfase: Bovenin de wijzerplaat bevindt zich een sierlijk, halfrond venster waarin de actuele stand van de maan — weergegeven via een schijf met een karakteristiek beschilderd gezichtje — nauwkeurig door de cyclus van 29,5 dag draait.
  • De kalendervensters: Direct onder het centrum van de wijzerplaat zijn twee strakke openingen in het fluweel gesneden. Via een vernuftig raderwerk achter de plaat tonen deze vensters de eigenaar de juiste dag van de maand en de actuele kalendermaand.
  • De geometrische sleutel: Het visuele middelpunt op de wijzerplaat wordt gevormd door de met gouddraad omzoomde urenring, die de klok een sobere, maar rijke uitstraling geeft.

Mechanische perfectie achter de wijzerplaat

Het binnenwerk toont het uitzonderlijke vakmanschap van de familie Koogies rond het jaar 1700. Het massief messing strippenframe-uurwerk is uitgerust met een uiterst nauwkeurige ankergang en de voor deze vroege periode zo kenmerkende raderen met gevorkte spaken.

Het slagwerk is opgebouwd volgens het traditionele Hollandse kwartierslagsysteem (Dutch quarter striking). Gereguleerd door een nauwkeurig uitgevijld sluitrad laat de klok elk kwartier voluit van zich horen op twee verschillende bellen. Uiteraard ontbreekt ook een functioneel wekkermechanisme niet op dit topstuk.

Het onomstotelijke bewijs van het meesterschap

De binnenzijde van het uurwerk is officieel gesigneerd door de maker met de initialen KJ Koogies. Zou zijn leermeester Jan Jacobsz. nog hebben meegekeken, of misschien nog wel geholpen hebben met deze klok? Dat is iets wat wij ons hardop afvragen.Wel laat het zien dat Klaas — gevestigd op het Zuideinde in Wormerveer — deze absolute astronomische meesterklasse rond 1700 al volledig beheerste. Dit topstuk is een prachtig en feitelijk sluitend monument uit de Zaanse horologische geschiedenis.

Deze rijkeluis Zaanlander van Klaas Jansz Koogies is te bewonderen in Museum Zaanse Tijd.

Klaas Jansz. Koogies: De klok met Jacquemart - een mechanisch wonder met bewegende automaat

Dit uitzonderlijke uurwerk, te bewonderen bij Museum Zaanse Tijd levert het tastbare bewijs van de fijnmechanische genialiteit van Klaas Jansz. Koogies (KJ Koogies). Met een hoogte van 79 centimeter is deze klok een museale zeldzaamheid binnen de vroege Zaanse horologie. Het uurwerk is gehuisvest in een open kast van diepzwart geëboniseerd hout en kostbaar palissanderfineer. De met zwart fluweel beklede wijzerplaat draagt een klassieke messing cijferring en is aan de binnenzijde voorzien van de authentieke gravure: “bij KJ Koogie op Woormerveer”

Het geheim van de 'Jacquemart'

Wat dit specifieke exemplaar tot een meesterwerk van de allerhoogste categorie maakt, is een mechanisch hoogstandje dat rond 1700 uitsluitend voor de slechts voor de meest welgestelde burgerij was weggelegd: de aanwezigheid van een bewegende automaat met een zogeheten jacquemart.

Bovenop de klok, achter het fijn gegoten messing belhek, bevindt zich dit mechanische poppetje dat via een ingenieuze overbrenging rechtstreeks is gekoppeld aan de tandwielen van het slagwerk. Telkens wanneer het uurwerk het traditionele Hollandse kwartierslagsysteem activeert, komt de automaat in beweging en slaat het poppetje met een klein hamertje fysiek op de twee bellen om de uren en kwartieren hoorbaar aan te kondigen.

Een Zaanse klok met een bewegend poppetje dat fysiek met een hamertje op de bellen slaat, is uiterst zeldzaam, maar historisch volkomen bewezen voor de absolute topstukken van K.J. Koogies. Dit soort mechanische automaten waren peperdure prestigestukken, die specifiek werden gemaakt in opdracht van de rijke Zaanse koopmannen en machtige molenbezitters die hun fortuin verdienden met de bloeiende nijverheid en handel aan de Zaan.

Pure Zaanse traditie achter de wijzerplaat

Het binnenwerk toont de traditionele Zaanse uurwerktechniek van rond 1700.  Daarnaast is de klok uitgerust met een functionele wekkerinrichting, aangedreven door de karakteristieke dikke koorden en gewichten.

KJ Koogie - zaanlander klok rond 1700.
KJ Koogie - zaanlander klok rond 1700.
Wijzerplaat Zaanlander van Klaas Janzs Koogies.
Wijzerplaat Zaanlander van Klaas Janzs Koogies.

De historische betekenis van de signatuur

De gravure “bij KJ Koogie op Woormerveer” vormt het onomstotelijke bewijs dat de Klockesteller Klaas Jansz. Koogies aan de absolute wieg stond van deze mechanische topklasse. Waar oude registers de complexiteit van dit soort automatenklokken vaak ten onrechte toeschrijven aan latere, onbewezen familietakken, bewijst deze prachtige klok dat de technologische voorsprong rond 1700 al volledig aanwezig was in de hoofdwerkplaats aan het Zuideinde. Dit topstuk is een van de belangrijkste overgeleverde monumenten uit de vroege Wormerveerse geschiedenis.

Signering op de wijzerplaat: Bij KJ Koogie op Woormerveer.
Signering op de wijzerplaat: Bij KJ Koogie op Woormerveer.
Klaas Jansz Koogies zaanse klok met minerva.
Klaas Jansz Koogies zaanse klok met minerva.

Klaas Jansz. Koogies – Wormerveer, ca. 1685: De klok met Minvera - Een zeldzaam oertype uit de pioniersjaren

Dit zeldzame uurwerk van kavel 386 van Veilinghuis AAG levert het tastbare bewijs van de fijnmechanische kwaliteit van Klaas Jansz. Koogies in de vroege kraamkamer van de Zaanse klokkenmakerij. Met een hoogte van 82 centimeter is dit uurwerk een indrukwekkende verschijning. Koogies bouwde deze klok in het laatste kwart van de zeventiende eeuw, de absolute pioniersjaren van het Zaanse ambacht. Het robuuste, messing strippenframe is gemonteerd op een schild van diepdonker, kostbaar palissanderhout, wat de klok een sobere, maar rijke uitstraling geeft.

Terracotta-oranje fluweel

Wie aan een klassieke Zaanse klok denkt, ziet direct de reus Atlas voor zich die het firmament draagt. Dit vroege oertype van Klaas Jansz. Koogies toont echter een zeldzamer fenomeen: boven op de bellen troont de Romeinse godin Minerva. We zagen deze godin ook bij de schoolbordzaan van Jan Jacobsz. Koogies.

De wijzerplaat is bekleed met het voor deze periode kenmerkende fluweel, dat in de loop der eeuwen door zonlicht een warme terracotta-oranje gloed heeft gekregen. Dit detail is onder experts een bekend fenomeen; het geldt als een belangrijk echtheidskenmerk van een authentieke, zeventiende-eeuwse klok, aangezien dit verkleurde fluweel zich niet laat namaken.

Jan Klaasz. Koogies: De museum-grootmeester (ca. 1705 – 1775)

De absolute hoogvlieger van de familie was de zoon van Klaas Jansz.: Jan Klaasz. Koogies (nummer 7). Hij nam de werkplaats op het familie-erf ‘De Klok’ aan het Zuideinde in Wormerveer over (de huidige percelen 10-12). Hij werkte daar nauw samen met zijn broer Pieter Klaasz. Koogies (nummer 8), die in mei 1730 trouwde met Lijsje Claas Gouwes.

Hun vader Klaas Jansz. Koogies (nummer 5) was overleden op 31 juli 1728 te Koog aan de Zaan en hij liet het erf ‘De Klok’ en de volledige werkplaatsuitrusting na aan zijn zonen. De opgedane vakkennis bleef daarmee binnen de muren van het atelier. Om de openstaande schulden van hun vader af te lossen, waren Jan en Pieter echter in 1729 direct gedwongen om een stuk grond van het familie-erf voor 200 gulden te verkopen. Hierop werd daarna een pakhuis gebouwd, dat de toepasselijke naam ‘De Klok’ kreeg en waarover we straks meer zullen vertellen.

Bittere armoede aan de werkbank, onbetaalbare luxe in het Rijksmuseum

Het levensverhaal van Jan Klaasz. Koogies kent een even bizarre als fascinerende paradox. Vandaag de dag worden zijn fabelachtige meesterwerken, complexe klokken en astronomische handplanetaria gekoesterd als onbetaalbaar cultuurgoed in de vaste collectie van het Rijksmuseum Amsterdam. De ironie van de geschiedenis is echter dat deze grootmeester zelf zijn hele leven lang in bittere armoede heeft moeten knokken om te overleven. Terwijl de rijke Zaanse handelselite met zijn exclusieve uurwerken pronkte, leefde de maker in de marge van de samenleving.

Dit schrijnende contrast wordt onomstotelijk bewezen door de officiële archieven. Toen Jan Klaasz. op 4 juni 1730 in het huwelijk trad met Aaltje Jacobs Visser, was de financiële krapte zo groot dat het jonge paar voor de impost (trouwbelasting) werd aangeslagen in de allerlaagste klasse: ‘pro deo’. Dit betekent dat zij officieel als onvermogend en arm te boek stonden; hun huwelijk was gratis omdat ze de belasting simpelweg niet konden betalen.

De permanente geldzorgen dwongen het echtpaar tot een uiterst sobere levensstijl. Een jaar later, op 23 mei 1731, ondertekenden zij hun testament bij notaris Teunis Spaans te Zaandijk. Hierin werd de opmerkelijke en strikte bepaling opgenomen dat alle gedragen linnen en wollen kleding van de eerst overledene binnen zes weken aan diens erfgenamen moest worden overgedragen. In een huishouden waar elk kledingstuk een kostbaar bezit was, mocht er na een overlijden absoluut niets verloren gaan. Kort na het opmaken van dit testament, op 29 maart 1732, lieten Jan Klaasz. en zijn vrouw zich dopen door leraar J. Briel, waarmee zij officieel toetraden tot de Friese doopsgezinde gemeente.

De familie Koogies, bekend van de dure Zaanse klokken, kende zelf bittere armoede.
De familie Koogies, bekend van de dure Zaanse klokken, kende zelf bittere armoede.

Vernuftige mechanica, astronomie en reusachtige speelwerken

Achter de schermen van zijn sobere, ‘pro deo’ geregistreerde huishouden bezat Jan Klaasz. een intellectuele status die ver over de Zaanse grenzen reikte. Hij werkte als correspondent voor de beroemde Amsterdamse wiskundige Nicolaas Struyck. Voor diens wetenschappelijke studies leverde Jan Klaasz. in 1742 de exacte bevolkingscijfers van Wormerveer aan. Hij breidde zijn vaardigheden uit tot allround instrumentmaker, waarmee hij het Zaanse ambacht naar een technisch eenzaam hoog niveau tilde. Dit contrast tussen financiële krapte aan de keukentafel en pure wetenschap in de werkplaats maakt zijn nalatenschap onwerkelijk fascinerend.

Wiskundige Nicolaas Struijk 1686-1769.

De 24-uurs rijkeluisklok met doopsgezinde belhekken

De standaard Zaanse klok was een gebruiksvoorwerp voor de gewone burger en moest doorgaans elke dag handmatig worden opgetrokken (de bekende 30-uurs gangduur). Jan Klaasz. paste echter een ingenieus katrollensysteem toe waarmee hij de looptijd van zijn luxe wandklokken wist te verdubbelen.

Zijn gegoten messing belhekken waren niet louter decoratief; ze waren voorzien van diepe, doopsgezinde zinnebeelden zoals ‘de Dood’, ‘het Woord’ (een figuur met een geopend bijbelboek op een wereldbol) en ‘de Gematigdheid’. Een prachtig exemplaar van deze 73 centimeter hoge klok bevindt zich tegenwoordig in Museum De Zaanse Tijd.

Zaanse klok van Jan Klaasz Koogies, rond 1740.
Zaanse klok van Jan Klaasz Koogies, rond 1740. Te zien in het Museum Zaanse Tijd.

Het verzilverde handplanetarium (ca. 1730/1740)

Jan Klaasz. was gefascineerd door de astronomie. Rond 1730/1740 bouwde hij  een uniek, verzilverd messing handplanetarium. Via een complex stelsel van met de hand uitgevijlde tandradertjes konden de planeten handmatig in hun omloopbanen worden gezet. Dit astronomische meesterwerk (gesigneerd ‘Jan Koogies fecit, Wormerveer’) toonde destijds al de recent ontdekte manen van Jupiter en Saturnus. Ook dit topstuk is in langdurig bruikleen te bewonderen in Museum De Zaanse Tijd.

Handplanetarium, gemaakt door Jan Klaas Koogies te Wormerveer, te zien in Museum Zaanse Tijd.
Handplanetarium, gemaakt door Jan Klaas Koogies te Wormerveer, te zien in Museum Zaanse Tijd.

Het reusachtige speelwerk van 290 centimeter

Dat hij zijn fijnmechanica ook kon integreren in monumentale barokmeubels voor de allerrijkste handelselite, bewijst een imposante staande klok van maar liefst 290 centimeter hoog. Jan Klaasz. rustte deze kapitale kast van wortelnotenhout uit met een complex muziekspeelwerk dat zes verschillende melodieën kon spelen.

De wijzerplaat werd versierd met een uiterst gedetailleerde schildering van de mythologische muziekwedstrijd tussen de goden Apollo en Pan. Dit gigantische statussymbool overleefde de eeuwen in een particuliere collectie.

De Hollandse bakbarometer (1759)

Jan Klaasz. bewees een ware allround instrumentmaker te zijn: in 1759 bouwde en signeerde hij een uiterst zeldzame, vakkundige bakbarometer. Terwijl hij voor de overheid en de kerkboeken te boek stond in de armenklasse, leverde hij hiermee het harde bewijs dat zijn brein functioneerde op het allerhoogste wetenschappelijke niveau van de achttiende eeuw.

Samenwerking met wijzerplaatschilder Jan Stuurman

Voor de verfijnde schilderingen op zijn wijzerplaten werkte Jan Klaasz. nauw samen met schildersbaas Jan Stuurman. Wat een authentieke Koogies-klok vandaag de dag direct herkenbaar maakt voor de kenner en restaurateur, is de uitzonderlijke kwaliteit van de beschilderingen op de wijzerplaat. Net als de andere grote klokkenmakersfamilies in de streek had de familie Koogies een diepe doopsgezinde achtergrond. Dit zorgde voor een uniek en hecht lokaal netwerk. In plaats van schilders uit Amsterdam te halen, werkten zij nauw samen met de Zaanse schildersbaas Jan Stuurman.

Stuurman was een markant en gerespecteerd figuur in de Zaanstreek. Hij combineerde dagelijkse werk als zelfstandig schilder met een prominent religieus ambt: hij was namelijk gelijktijdig leraar (predikant) van de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente. De samenwerking tussen de klokkenmakers en Stuurman was dan ook niet gebaseerd op een plotselinge bekering, maar op puur zakelijk en geloofsverwant vakmanschap

Stuurman voorzag de wijzerplaten van verfijnde, met de handgeschilderde Hollandse landschappen, bijbelse taferelen en allegorische voorstellingen. Uit zijn bewaard gebleven rekeningboek blijkt hoe strak en commercieel dit productieproces was ingericht:

  • Jan Klaasz. Koogies leverde de ijzeren wijzerplaten soms met 8 stuks tegelijk af in het atelier van Stuurman.
  • Afhankelijk van de complexiteit van de schildering bracht Stuurman per wijzerplaat een tarief in rekening dat varieerde tussen de 1 gulden 10 stuivers en 2 gulden 5 stuivers.

Deze unieke kruisbestuiving tussen het mechanische genie van Koogies en het schilderstalent van Stuurman zorgde ervoor dat de Wormerveerse klokken visueel verbluften en de kritische markt in de rest van Holland stormenderhand wisten te veroveren.

Het einde van de werkplaats van de familie Koogies in de 'Kloksteeg'

De bittere ironie van de geschiedenis is dat Jan Klaasz. wegens aanhoudende geldzorgen in 1771 – vier jaar voor zijn dood op 17 oktober 1775 – genoodzaakt was het historische familiepand aan het Zuideinde te verkopen voor 1.200 gulden. Het pand, dat sinds 1635 onafgebroken in het bezit van de familie was geweest, verdween hiermee definitief uit handen van de familie.

Het is een dieptriest feit dat deze generaties van vakmensen, die met hun eigen handen pure perfectie afleverden, ondertussen letterlijk moesten vechten voor een fatsoenlijk stuk kleding of een warme maaltijd. Het feit dat ze uiteindelijk hun ouderlijk huis en hun vertrouwde werkplaats wegens schulden moesten opgeven, maakt het verhaal heel wrang. Terwijl hun klokken de tand des tijds zouden doorstaan en later als onbetaalbare luxe in musea kwamen te hangen, stierf de man die dit mechanische wonder overzag in diepe armoede.

De fysieke werkplaats hield op te bestaan, maar het erfgoed werd onsterfelijk. Als laatste herinnering aan de eeuwenoude klokkenmakersactiviteiten droeg de steeg naast het pand aan het Zuideinde 12 in Wormerveer nog tot diep in de twintigste eeuw de symbolische naam ‘Kloksteeg’.

Pakhuis De Klok te Wormerveer met Sint Pieterpad steegje.
Links op de foto het steegje, naast pakhuis De Klok.

De Jan Coogies-klok als inspiratie voor Albert Heijn

De klokken van Jan Coogies waren destijds kwalitatief zo superieur dat ze generaties lang als kostbare familiestukken binnen de Zaanstreek werden doorgegeven. Een van de meest fascinerende hoofdstukken uit de twintigste-eeuwse horologische geschiedenis is direct aan zijn werk verbonden. De legendarische Albert Heijn-jubileumklok is namelijk een getrouwe, zorgvuldig gereproduceerde replica van een originele Jan Koogies-klok.   

Ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum van de Albert Heijn-supermarkten in 1962 (Albert Heijn NV bestond toen driekwart eeuw) liet de Zaanse grootgrutter inderdaad een speciale Zaandijkse stoelklok in productie nemen. Dat zij hiervoor een originele Jan Koogies-klok als blauwdruk hebben gebruikt, is een fantastisch stukje Zaanse kruisbestuiving tussen het historische ambacht en de moderne Zaanse handelshistorie.

De klok van Jan Klaasz Koogies als voorbeeld voor de AH jubileum klok.
De klok van Jan Klaasz Koogies als voorbeeld voor de AH jubileum klok.

Verandering van smaak: Waarom de Zaanse klokkenindustrie ten onder ging

Aan het succes van de Zaanse klokkenmakerij kwam na 1750 op abrupte wijze een einde. Dit lag niet aan het vakmanschap van ambachtslieden zoals Jan Koogies, maar aan een drastische verandering in de mode. De opkomende burgerij verloor haar interesse in de traditionele, zware Zaanse wandklokken met hun koperen belhekken en peervormige gewichten.

Massaal verschoof de publieke voorkeur naar de modernere Friese stoel- en staartklokken. Omdat de Zaanse makers vasthielden aan hun klassieke ontwerpen, droogde de markt in rap tempo op. De weelderige Zaanse klok veranderde van een gewild statussymbool in een onverkoopbaar relict uit het verleden. Voor meesters zoals Jan Klaasz. Koogies (nummer 7) betekende deze genadeloze smaakrevolutie, in combinatie met een brede economische crisis in de Zaanstreek, het tragische einde van hun eeuwenoude familie-imperium.

De armeluis Zaanse klok, die in aanschaf zeker niet goedkoop was.
De armeluis Zaanse klok, die in aanschaf zeker niet goedkoop was.

De nasleep: Hoe de allerlaatste makers overleefden

De ondergang van de werkplaats van Jan Koogies stond niet op zichzelf; het was het lot van een hele generatie Zaanse vakmensen. De klokkenmakers die na 1750 in de Zaanstreek actief bleven, moesten hun verdienmodel radicaal omgooien om te overleven. Het ambachtelijk gieten en bouwen van nieuwe Zaanse klokken verdween bijna volledig. In plaats daarvan transformeerden de overgebleven meesters naar reparateurs die de duizenden reeds bestaande uurwerken in de regio onderhielden. Veel van hen openden een winkel en stapten over op de verkoop van geïmporteerde uurwerken, zoals de populaire Friese staartklokken en goedkopere klokken uit het Duitse Zwarte Woud.

Anderen zochten hun geluk buiten de stagnerende Zaanstreek. Bekende makers zoals Dirk Cornelisz. van Rossum (uit de klokkenmakersfamilie Van Rossen uit Koog aan de Zaan) en Valentijn Rowetter trokken naar Amsterdam, waar onder de kapitaalkrachtige elite nog wel vraag was naar specialistisch uurwerk. Toen na 1795 de Franse Tijd aanbrak, de gilden werden afgeschaft en de markt werd overspoeld met industriële Franse klokken, viel het doek definitief. De Zaanse klokkenmakerij hield op te bestaan als levende industrie, waarmee de overgebleven meesterwerken—zoals die van Jan Koogies—veranderden in de zeldzame, historische museumstukken die we vandaag de dag kennen.

Jan Gerritsz. Koogies: Traditie en vakmanschap in Wormerveer

Binnen de achttiende-eeuwse klokkenmakerij in de Zaanstreek neemt Jan Gerritsz. Koogies (nummer 9) (in oude registers ook wel geschreven als Jan Gerritsz. Coogjes) een fascinerende positie in. Als tijdgenoot en hoogstwaarschijnlijk familie van de bekende museum-grootmeester Jan Klaasz. hield hij de traditionele, kwalitatief hoogwaardige Zaanse uurwerkkunst in Wormerveer tot het allerlaatste moment in stand.

In een tijd waarin de markt langzaam begon te veranderen en de rijke elite in de grote steden overstapte op modieuze meubels, bleef Jan Gerritsz. Koogies trouw aan de pure vormgeving van de streek. Van zijn hand zijn geen kapitale, Amsterdamse staande horloges bekend, maar juist de iconische, compacte wandklokken die de Zaanstreek zo beroemd hebben gemaakt.

Een parallelle tak aan de Zaan?

De ‘G’ in de signatuur van Jan G. Koogies wijst er taalkundig en historisch gezien op dat zijn vader Gerrit heette. Hoewel de exacte notariële geboorte- of trouwakte in de Zaanse archieven tot op heden onvindbaar is gebleven — waardoor de biologische koppeling met de stamvader niet zwart-op-wit te bewijzen valt — tonen zijn klokken aan dat de familiereputatie in Wormerveer breder gedragen werd dan de hoofdwerkplaats op erf ‘De Klok’ alleen.

Jan G. werkte in exact dezelfde periode aan het Zuideinde als zijn naamgenoot Jan Klaesz. Het is een prachtig historisch feit dat beide meesters in exact hetzelfde jaar (1775) kwamen te overlijden. Dit jaar markeerde direct het definitieve einde van de grootschalige, ambachtelijke Zaanse klokkenproductie in Wormerveer. Vandaag de dag behoren de zeldzame, authentieke exemplaren met de signatuur Jan G. Koogies tot de zeer gezochte en gekoesterde topstukken onder verzamelaars van puur Zaans vakmanschap.

KG - Klaas Gerritsz. Koogies: De laatste astronomische meester van Wormerveer

In de nadagen van de achttiende eeuw, toen de markt steeds meer werd overspoeld door goedkopere Friese importklokken, hield één Wormerveerse meester stand met uitzonderlijk vakmanschap: Klaas Gerritsz. Koogies (nummer 10). Zijn overgeleverde werk laat zien waar het Zaanse meesterschap in deze periode om draaide: hoogwaardige wandklokken en mechanische planetaria van hoge technische kwaliteit.

Er zijn diverse klokken bewaard gebleven die hij op de cijferring of platine overzichtelijk heeft gesigneerd met de initialen K.G. Koogies, Wormerveer’. Klaas Gerritsz. Koogies specialiseerde zich in de traditionele Zaanse wandklok (stoelklok), maar tilde deze kwalitatief naar een hoog niveau door de introductie van astronomische complicaties.

Chronologische stamboom van de Zaanse klokkenmakersfamilie Koogies uit Wormerveer van de 17e tot de 18e eeuw.
Nummers 9 en 10, de laatste klokkenmakers van de familie Koogies

De klok voor het Doopsgezinde Weeshuis

Een eervolle opdracht uit de streekarchieven
Dat Klaas Gerritsz. Koogies een man van groot aanzien en onbetwist vakmanschap was in de Zaanstreek, blijkt uit een bijzondere, gedocumenteerde opdracht in de streekarchieven. Hij ging de boeken in als de meester-klokkenmaker die rond 1770 het officiële, centrale uurwerk mocht leveren aan het Doopsgezinde Weeshuis in de regio.

Dit was een uiterst prominente en eervolle opdracht. De doopsgezinde gemeenschap in Wormerveer en Zaandam keek namelijk buitengewoon streng naar betrouwbaarheid, uiterste accuratesse en nuchter, oerdegelijk vakmanschap. Een klok in een weeshuis had een cruciale maatschappelijke functie: het uurwerk moest dag in dag uit, zonder haperen, de exacte structuur, de rust en de discipline aan de leefgemeenschap van de wezen bieden.

Net als de overige generaties binnen de familie Koogies maakte ook Klaas Gerritsz. (wiens initiaal ‘K.’ in de Zaanse archieven onomstotelijk staat voor de veelvoorkomende familienaam Klaas) actief deel uit van deze hechte, doopsgezinde gemeenschap. Dat de strenge regenten juist bij hem aanklopten voor dit centrale weeshuishorloge, bewijst dat zijn fijnmechanische reputatie in de nadagen van de achttiende eeuw nog altijd onomstreden was.

Astronomisch vernuft en mechanische planetaria

Het absolute hoogtepunt in het werk van K.G. Koogies was zijn specialisatie in de raderastronomie. De officiële registers van de Federatie Klokkenvrienden vermelden expliciet achter zijn naam dat hij mechanische planetaria ontwierp.

  • Het universum aan de wand: Net als zijn bekende familieleden bouwde hij verfijnde, radergestuurde schaalmodellen waarmee de exacte omloopbanen van de planeten ten opzichte van de zon mechanisch konden worden berekend.
  • Vakkundige raderen: Het uurwerk maakte gebruik van handgevijlde messing raderen die via een soepel lopende gang (zoals de Zaanse spillegang of vroege ankergang) de complicaties betrouwbaar bleven aandrijven zonder krachtverlies.

Een horologisch mysterie: Waarom foto's van K.G. Koogies ontbreken

Dat er in openbare archieven en museale databases tot op heden geen enkele afbeelding of foto van een K.G. Koogies-klok te vinden is, maakt deze specifieke meester alleen maar intrigerender. Waar de fabelachtige meesterwerken van zijn illustere familieleden Jan Jacobsz. en Jan Klaasz. breed zijn gefotografeerd en gedocumenteerd, blijft het visuele oeuvre van Klaas Gerritsz. gehuld in een mysterieuze sluier. Dit heeft een duidelijke historische oorzaak.

Klaas Gerritsz. was actief in de absolute nadagen van de Wormerveerse klokkenindustrie. Omdat de markt in die periode (rond 1770) al grotendeels was ingestort door de moordende concurrentie van de goedkopere Friese importklokken, heeft hij simpelweg maar een heel klein aantal uurwerken kunnen bouwen. De weinige exemplaren die de eeuwen en de Franse tijd hebben overleefd, bevinden zich diep verscholen in particuliere privécollecties. Ze zijn de afgelopen decennia nooit op openbare veilingen onder de hamer gekomen.

Het werk van K.G. Koogies is daardoor zó exclusief dat zijn fijnmechanische erfenis louter voortleeft in de vakkundige registers van de Federatie Klokkenvrienden en de geschreven documenten van het Doopsgezinde Weeshuis. Voor de ware liefhebber maakt dit het mysterie — en de zoektocht naar een tikkend origineel — alleen maar groter.

Het einde van een glorietijdperk

Met het overlijden van K.G. Koogies aan het einde van de achttiende eeuw sloot het actieve klokkenmakershoofdstuk van deze Wormerveerse dynastie zich definitief. De industriële revolutie en de opkomst van goedkopere serieproductie namen de markt over, waardoor de ambachtelijke werkplaatsen aan het Zuideinde de deuren moesten sluiten.

Vandaag de dag zijn de weinige overgeleverde, authentieke exemplaren met de signatuur K.G. Koogies de absolute kroonjuwelen voor verzamelaars. Ze vormen het tastbare, tikkende bewijs van een tijd waarin Zaanse meesters de sterrenhemel naar de huiskamer wisten te brengen.

Het geheim van de Kloksteeg: Van Zaanse klokkenmakers tot een uniek Houtmuseum

Wat is er na de gedwongen verkoop door Jan Klaasz. eigenlijk met dit historische familiepand gebeurd? Om die vraag te beantwoorden, duiken we nog één keer diep in de archieven. We reizen terug naar het prille begin in de zeventiende eeuw en volgen het spoor van de bewoners en ondernemers tot in het heden van 2026. Gaat u mee op ontdekkingsreis?

Het erf moet worden verkocht na 135 jaar

Wie vandaag de dag door de smalle gang naast het pakhuis aan het Zuideinde 12 in Wormerveer loopt treedt in de voetsporen van een eeuwenoude geschiedenis. Lange tijd droeg deze doorgang een symbolische naam: de Kloksteeg. Het is een directe verwijzing naar de familie die hier vanaf het prille begin, omstreeks 1635, woonde en werkte: het Zaanse klokkenmakersgeslacht Kooghjes. Ruim 135 jaar lang was dit erf onafgebroken in hun bezit. De meesterwerken die Jan Koogies en zijn familieleden hier destijds met de hand in elkaar zetten, waren van ongekende kwaliteit. Hoewel hun fysieke werkplaats allang is verdwenen is hun vakmanschap onsterfelijk geworden; hun gesigneerde klokken schitteren tegenwoordig in de vaste collecties van het Rijksmuseum in Amsterdam en Museum De Zaanse Tijd.

De wereldberoemde klokkenmaker stierf in armoede

Toch kende de familiegeschiedenis een bittere ironie. In de achttiende eeuw sloeg het geldgebrek toe. Om aan liquide middelen te komen, besloot Jan Klaasz. Koogies (nummer 7) in 1729 alvast een flinke strook grond van twintig voet breed aan de wegzijde te verkopen.

De kopers waren de succesvolle zwagers Jan Gerritsz. Schenk en Pieter Cornelisz. Nanning. Jan legde er 200 gulden voor neer (al spreken sommige bronnen over 1200 gulden). Voor Jan Klaasz. was dit het begin van het einde: in 1771 – slechts een paar jaar voor zijn dood op 17 oktober 1775 – was de armoede zo groot dat hij ook het historische familiepand zelf moest verkopen. De grond was definitief uit handen van de familie.

Het erf van de familie Koogies aan het Zuideinde rond 1708.
Het erf van de familie Koogies aan het Zuideinde rond 1708

De Asch-compagnie bouwt pakhuis De Klok in 1729

Ondertussen lieten de nieuwe eigenaren, Schenk en Nanning, er geen gras over groeien. Zij runden ‘Jan Schenk & Pieter Nanning & Comp.‘, in de volksmond ook wel de Asch-compagnie genoemd. Dit bedrijf handelde op grote schaal in pot- en weedas, cruciale chemicaliën voor de bloeiende Zaanse verfindustrie. Het was destijds een absolute goudmijn; in 1754 werd de Asch-compagnie zelfs officieel genoemd als het grootste bedrijf van Wormerveer. De compagnons breidden hun imperium in rap tempo uit. Ze vervingen hun oude schulpmolentje ‘De Schenker’ door een hypermoderne nieuwe molen, kochten in 1769 oliemolen ‘Het Jonge Schaap’ aan en bouwden het ene na het andere pakhuis langs de Zaan. Op het stukje grond dat ze van Jan Klaasz. Kooghjes hadden gekocht, lieten ze in 1729 een gloednieuw houten pakhuis bouwen: ‘De Klok’.

Papiermakersbedrijf Van Gelder & Zonen vestigt zich

De eeuwen verstreken en de ashandel maakte plaats voor een nieuwe Zaanse grootmacht: de papierindustrie. Halverwege de negentiende eeuw kwam het pakhuis in handen van het bekende papiermakersbedrijf Van Gelder & Zonen. Omdat het pakhuis onder hun vleugels uitstekend rendeerde besloot de firma rond 1905 het hele complex aan het Zuideinde grondig te moderniseren. Ze bouwden een kantoor op nummer 10 en een statig woonhuis op nummer 11. Pakhuis ‘De Klok’ zelf kreeg in 1903 een indrukwekkende, strakke voorgevel van baksteen, compleet met de karakteristieke ronde gevelsteen die we vandaag de dag nog steeds zien. De zij- en achtergevels bleven echter trouw aan de Zaanse traditie en bleven van hout.

Wormer- Van Gelder Papier en De Eendracht.
Wormer- Van Gelder Papier en De Eendracht.

De WAM neemt het pand over in 1930

Na de hoogtijdagen van Van Gelder veranderde het pand in 1930 van eigenaar en werd het overgenomen door de Wormerveerse Aannemings Maatschappij (WAM). De WAM gebruikte het gebouw decennialang puur als opslagplaats voor bouwmaterialen. Het onderhoud bleef uit en tegen het einde van de twintigste eeuw was het pakhuis veranderd in een trieste, zwaar verwaarloosde bouwval. Het pand was technisch gezien rijp voor de sloop.

Het Zuideinde in de periode 1863-1878.
Het Zuideinde in de periode 1863-1878.

De redding van het pand door Theo Hallingse

De reddende engel kwam in 1994 in de gedaante van Theo J. Hallingse. Als directeur van het bekende houtconcern PontMeyer had Hallingse een diepe, levenslange passie voor hout. Hij reisde de hele wereld af en verzamelde in de loop der jaren duizenden unieke, historische houten voorwerpen. Hij zocht een waardige plek om zijn gigantische collectie onder te brengen en kocht het vervallen pakhuis aan het Zuideinde 12.

Hallingse ontfermde zich over het bouwwerk en startte een omvangrijke restauratie. Er werd niet zomaar geklust: het pand werd volledig hersteld volgens de authentieke, ambachtelijke technieken uit de vroege achttiende eeuw.

De heer Theo Hallingse restaureerde het oude pakhuis De Klok.
De heer Theo Hallingse restaureerde het oude pakhuis De Klok.

Het erf van de familie Koogies aan het Zuideinde 10-12 te Wormerveer anno 2026

Anno 2026 is het resultaat van die enorme reddingsoperatie nog altijd in volle glorie te bewonderen. Het voormalige erf van de familie Kooghjes werd getransformeerd tot Houtmuseum. Helaas is de heer Hallingse in 2022 overleden, waarna zijn kinderen de zorg voor dit unieke erfgoed liefdevol hebben overgenomen. Binnen, omringd door de eeuwenoude houten balken, bleef de unieke nalatenschap van Hallingse zo ongeschonden behouden: een indrukwekkende schatkamer vol antiek handgereedschap, historisch speelgoed en oude Zaanse ambachtsstukken.

Hoewel het pakhuis na zijn overlijden de deuren sloot voor het publiek en de collectie achter gesloten deuren rust, staat het monument er nog altijd ongeschonden bij.

Waar driehonderd jaar geleden een arme klokkenmaker noodgedwongen zijn grond opgaf, herinnert dit prachtig gerestaureerde pand vandaag de dag aan twee grote Zaanse passies: het vakmanschap van de familie Koogies én de reddingsoperatie van de man die het pakhuis voor de toekomst behield door zijn passie voor hout.

De fysieke werkplaats aan de Zaan verdween, maar het erfgoed van de familie bleef onsterfelijk. Vandaag de dag is hun historische betekenis zo groot dat de zeldzame, gesigneerde meesterwerken van Jan Koogies zijn opgenomen in de vaste collecties van het Rijksmuseum Amsterdam en Museum De Zaanse Tijd. Als laatste tastbare herinnering aan hun eeuwenoude klokkenmakersactiviteiten droeg de gang direct naast het monumentale pakhuis aan het Zuideinde 12 nog lange tijd de symbolische naam ‘Kloksteeg’. Daarmee is de cirkel na driehonderd jaar rond: de ambachtelijke radertjes van de Koogies tikken weliswaar niet meer aan het Zuideinde, maar hun naam blijft voorgoed verankerd in de Zaanse geschiedenis.

Historisch pakhuis De Klok aan het Zuideinde 12 te Wormerveer, voormalig erf van de familie Koogies.
Historisch pakhuis De Klok aan het Zuideinde 12 te Wormerveer, voormalig erf van de familie Koogies.
Het Zuideinde te Wormerveer anno 2026.
Het Zuideinde te Wormerveer anno 2026.

Bronverantwoording en verantwoording

Dit historische regio-overzicht is mede tot stand gekomen dankzij de diepgravende archiefdocumentatie van de Federatie Klokkenvrienden, Zaanwiki en de stichting Zaans Erfgoed, met in het bijzonder het fundamentele onderzoek van experts zoals Diederik Aten en Pier van Leeuwen. Hun vakkundige blootlegging van de achttiende-eeuwse kasboeken, de testamenten en de unieke meester-gezelrelaties aan het Zuideinde vormt de onmisbare fundering voor de biografieën op deze pagina.

Aangezien de focus op deze websitepagina hoofdzakelijk ligt op de grote, menselijke lijnen van de Wormerveerse dynastie, raden wij de echte liefhebber ten zeerste aan om de oorspronkelijke publicaties, tijdschriften en jaarboeken van deze stichtingen te raadplegen. Er liggen in de Zaanse archieven nog veel meer historische pareltjes verborgen waar wij op deze pagina simpelweg geen plaats voor hadden.

Om de chronologie en de exacte gezinslijnen van de klokkenmakers volledig sluitend te krijgen, hebben wij de genealogische registers naderhand nogmaals digitaal geraadpleegd. Dankzij deze aanvullende stamboomdata konden we ontbrekende feiten toevoegen en de levensloop van de omringende generaties – van de vroege zeventiende-eeuwse schippers tot de uiteindelijke neergang – exact verifiëren. Wij danken de Federatie en Zaans Erfgoed hartelijk voor hun onschatbare pionierswerk, dat het fundament vormt voor dit complete digitale monument.

⚠️ Disclaimer: Waarom wij telefonisch geen extra toelichting op de website-informatie kunnen geven

Levend historisch onderzoek
De pagina’s en artikelen in deze serie over antieke klokken zijn continu in onderhoud. Historisch onderzoek staat nooit stil; zodra er nieuwe archiefstukken, feiten of inzichten beschikbaar komen, updaten en verfijnen wij deze informatie direct. Wij doen ons uiterste best om dit digitale naslagwerk zo actueel en accuraat mogelijk te houden.

Focus in de werkplaats
We hebben veel handige tips, achtergronden en veelgestelde vragen verzamelen op onze website en in ons e-book. We nodigen u van harte uit om hier op uw gemak doorheen te lezen. Het repareren van uurwerken vraagt echter onze volledige concentratie en kostbare tijd aan de werkbank. Om die reden kunnen wij telefonisch of digitaal geen extra toelichting, algemene vragen of waarde-indicaties geven. Onze telefoonlijn is uitsluitend bedoeld voor concrete reparatie-aanvragen en updates over lopende opdrachten.

Vrijblijvend advies in de winkel
Voor specifieke vragen over uw eigen klok bent u, mét uw uurwerk, van harte welkom in onze winkel in Alkmaar voor een volledig vrijblijvende prijsopgave. Alleen aan de hand van het fysieke uurwerk kunnen we u voorzien van een betrouwbaar en deskundig advies.

Scroll naar boven