De Zaanse klok: Een icoon aan de wand
De Zaanse klok is een van de meest herkenbare en geliefde uurwerken uit de Nederlandse geschiedenis. Wie herinnert zich niet de vertrouwde klank van dit mechanisme in de huiskamer van vroeger? Vooral in de twintigste eeuw beleefde deze antieke klok een enorme heropleving, waardoor er honderdduizenden exemplaren aan de Nederlandse wanden kwamen te hangen. Van dit iconische model zijn in de loop der jaren vele uitvoeringen verschenen, die ik in mijn Alkmaarse werkplaats nog altijd wekelijks op de werkbank krijg voor specialistische restauraties.
Van nostalgisch familiestuk naar de Gouden Eeuw
De meesten van ons kennen dit uurwerk als een gezellig familiestuk van opa en oma. Met zijn statige uitstraling roept de klok direct nostalgische herinneringen op. Toch begint het echte verhaal van de Zaanse klokkenmakerij al veel verder terug in de tijd: ruim 350 jaar geleden, in het jaar 1656.
Om de ware herkomst te begrijpen, reizen we terug naar de zeventiende-eeuwse Zaanstreek. Dit was destijds het allereerste en meest geavanceerde industriegebied van Europa. Het was in deze dynamische regio dat de Zaanse klokkenmakers tussen 1675 en 1750 hun absolute bloeiperiode beleefden.
In dit artikel duiken we dieper in deze rijke geschiedenis. We kijken naar de invloed van de stoere windmolens, verklaren de komst van het naoorlogse ‘puntdakje’ van de Warmink-fabriek en we sluiten af met het fascinerende verhaal achter de bekende Albert Heijn-jubileumklok uit 1962.
Hoe Huygens' slingeruurwerk de Zaanse klok veranderde
Het verhaal van de Zaanse klok begint feitelijk in Den Haag. In 1656 deed de bekende Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens een baanbrekende ontdekking die een ware revolutie teweegbracht in de nauwkeurige tijdmeting. Vóór deze periode week de tijdmeting van mechanische klokken dagelijks soms wel een half uur tot een uur af. De introductie van de slinger zorgde voor een ongekende nauwkeurigheid, waardoor de tijd plotseling tot op de minuut nauwkeurig kon worden afgelezen. U leest alles over deze geniale wetenschapper en zijn uitvinding in ons uitgebreide artikel over Christiaan Huygens en het slingeruurwerk.
De verspreiding van de slingertechniek naar de Zaanstreek
Deze Haagse uitvinding verspreidde zich als een lopend vuurtje door het land. De eerste Zaanse klokkenmakers ontdekten de ware kracht van deze nieuwe techniek al in de vroege jaren 1660. Maar waar stedelijke makers zich uitsluitend bezighielden met dure, exclusieve modellen voor de elite, zagen de Zaankanters een unieke kans voor een breder publiek.
Toch moesten de klokkenmakers deze nieuwe slingertechniek in het begin nog toepassen met de materialen en kennis die zij op dat moment voorhanden hadden. De allereerste Zaanse wandklokken, gebouwd rond 1670, leken qua constructie dan ook eigenlijk nog heel erg op de enorme uurwerken die in grote kerktorens hingen.
Van ijzeren kooiconstructie naar Zaanse molentechniek
De raderen van deze vroege modellen werden destijds niet opgesloten tussen twee vlakke platen, maar gemonteerd in een zogenaamde ijzeren kooiconstructie. Een klokkenmaker in die vroege periode werkte voornamelijk als een fijnsmid; de stijlen en spijlen werden met de hand uit ijzer gesmeed. Deze vroege uurwerken waren oerdegelijk, maar ook zwaar, grof en zeer gevoelig voor roest en slijtage.
Vanaf circa 1675 sloegen de Zaankanters echter een radicaal andere weg in. Ze lieten het traditionele smeedwerk achter zich en brachten de nauwkeurige uurwerktechnologie samen met de vertrouwde, robuuste mechanismen uit hun eigen houtzaagmolens. Dat is het fundamentele geheim achter de antieke Zaanse klok: het functionele model en de houten constructie herinneren ons nog altijd aan de stoere windindustrie van de Gouden Eeuw.
De technologische link tussen Zaanse windmolens en klokken
Dat juist de Zaanstreek het epicentrum van deze bloeiende klokkenindustrie werd, was absoluut geen toeval. Vanaf het einde van de zestiende eeuw ontwikkelde de regio langs de Zaan zich tot het allereerste grote industriegebied van Europa. De motor achter dit succes was een technologische revolutie: de succesvolle uitvinding van de krukas in windmolens. In 1592 werd deze mechanische constructie voor het eerst toegepast en een jaar later gepatenteerd door Cornelis Corneliszoon van Uitgeest, wat de Zaanse houtzaagindustrie definitief op de kaart zette. Plotseling kon er op gigantische schaal machinaal hout worden gezaagd, wat de scheepsbouw en de lokale economie in een enorme stroomversnelling bracht.
Fijnmechanica uit de molenbouw in het klein toegepast
Voor de vroege klokkenmakers was deze molenindustrie een ware goudmijn aan mechanische kennis. De honderden windmolens langs de Zaan vormden een uniek technologisch fenomeen; nergens ter wereld was zoveel expertise over complexe raderwerken, houten tandwielen en mechanische overbrengingen op één plek geconcentreerd. Dezelfde mechanica die de zware molens liet draaien, werd door de Zaanse klokkenmakers in het klein toegepast om hun antieke uurwerken aan te drijven.
Peter de Grote en de Zaanse technologiegeschiedenis
Dit industriële wonder bleef wereldwijd niet onopgemerkt. In 1697 reisde zelfs de Russische Tsaar Peter de Grote naar de regio om deze unieke, vooruitstrevende technieken te bestuderen. Wie deze rijke geschiedenis vandaag de dag tastbaar wil beleven, kan nog altijd een bezoek brengen aan het historische Czaar Peterhuisje in Zaandam.
De seriematige productie van de Zaanse klok op het platteland
Binnen dit innovatieve en sociale netwerk van ondernemers, molenaars, smeden en technici kon de antieke klokkenmakerij floreren en uitgroeien tot een groot commercieel succes. Tussen 1680 en 1750 onderscheidde de regio langs de Zaan zich door een slimme, vroege seriematige productiewijze op het platteland.
Opvallend genoeg kwam dit initiatief niet van traditionele, individuele klokkenmakers. De echte drijvende kracht achter deze vroege industrie bestond uit kapitaalkrachtige ondernemers met belangen in de lokale papierindustrie, houtzaagmolens of de walvisvaart. Zij zagen een perfect gat in de markt en hanteerden een revolutionaire strategie:
- Productie buiten de gilden: Door doelbewust op het platteland te produceren, omzeilden deze Zaanse ondernemers de strenge, dure regelgeving van de stedelijke gilden.
- Lagere productiekosten: Het slimme gebruik van lokale arbeidskrachten en goedkopere grondstoffen drukte de productiekosten flink.
- Betaalbare topkwaliteit: Ondanks de lagere consumentenprijs liepen de klokken mechanisch gezien net zo nauwkeurig als de dure uurwerken uit de grote steden.
De impact van de klokkenmakersfamilie Volger uit Wormerveer
Lokale pioniers, zoals de bekende klokkenmakersfamilie Volger uit Wormerveer, wisten deze industriële infrastructuur optimaal te benutten. Een vroeg meesterwerk van Kornelis Michielsz Volger toont aan hoe snel en vakkundig de Zaanse makers de nieuwe slingertechniek in de vingers kregen.
(Lees ook ons uitgebreide artikel over Kornelis Volger en zijn revolutionaire Zaanse zaagklok uit 1678).
Wist u dat een Zaanse klokkenmaker eigenlijk de 'architect' van het uurwerk was?
Voor de zware ijzeren achterplaten, de dragende pilaren en de gegoten messing klokken waren de makers volledig afhankelijk van de lokale zware industrie langs de Zaan. Een klokkenmaker smeedde dit zware ijzerwerk namelijk zelden zelf.
In de eeuwenoude kasboeken van de vroege meesters zijn talloze betalingen terug te vinden aan lokale grofsmeden en geelgieters. Zonder deze bloeiende, Zaanse metaalindustrie had de verfijnde klokkenmaker zijn antieke meesterwerk dus nooit kunnen realiseren!
De Zaanse klok verovert Amsterdam en Alkmaar
Door de seriematige productie op het platteland ontstond er al snel een enorme vraag naar deze uurwerken in omliggende steden zoals Amsterdam en Alkmaar. Met name Alkmaar was in de zeventiende en achttiende eeuw een buitengewoon welvarende marktstad met een bloeiende handelselite. Voor de gegoede Alkmaarse burgers en handelaren was het bezit van een klok dé ultieme manier om hun nieuwe status en welstand aan gasten te tonen.
Vroege regiomarketing met het Alkmaarse stadswapen
De Zaanse klokkenmakers speelden hier opvallend slim op in met een vroege vorm van regiomarketing. Zij goten het officiële stadswapen van Alkmaar — de herkenbare burcht — rechtstreeks in de messing belhekken van de klok. Zo kochten de inwoners van de kaasstad niet alleen een uurwerk met de destijds ongekende precisie van Christiaan Huygens’ slingertechniek, maar toonden zij aan de muur ook met gepaste trots hun politieke en economische loyaliteit.
In onze restauratiewerkplaats in Alkmaar zien wij deze historische, eeuwenoude verbinding tussen de Zaanstreek en Noord-Holland nog altijd terug wanneer ik een antieke ‘Zaanlander’ ter restauratie op de werkbank krijg aangeboden.
💡 Wist u dat de Zaanse klok ook een politieke bondgenoot aan de muur was?
Aan de weerszijden van de messing belhekken staan vaak twee klimmende leeuwen gegoten. Wie heel goed kijkt, ziet dat zij naast het Alkmaarse burchtwapen ook het bekende wapenschild van Amsterdam met de drie Andreaskruisen vasthouden.
De vroege Zaanse klokkenmakers goten deze specifieke stadswapens heel bewust in het messing om de rijke burgers en de handelselite uit beide steden te verleiden.
Als ultieme finishing touch voegden ze de iconische spreuk ‘Nu Elck Syn Sin’ toe: een destijds gedurfd statement dat herinnert aan de religieuze tolerantie en de individuele, ondernemende vrijheid in de regio.
Het mechanische geheim: Het Zaanse strippenuurwerk
Wie een authentieke Zaanse klok uit de bloeiperiode (1675–1750) van dichtbij bekijkt, ontdekt dat het ware meesterschap aan de binnenzijde zit. Waar moderne uurwerken compact zijn opgebouwd tussen twee massieve, dichte messing platen, herken je een echte antieke ‘Zaanlander’ aan zijn iconische strippenuurwerk. Deze constructie dankt haar naam aan de opvallende, verticale platinestrips.
Waarom Zaanse makers kozen voor smalle platines
In plaats van de raderen op te sluiten achter massieve platen, kozen de Zaanse klokkenmakers voor smalle, verticale messing of ijzeren strips — de zogenaamde platines — om het uurwerk te dragen. Dit was destijds een technisch hoogstandje. Het bespaarde niet alleen kostbaar metaal, maar zorgde er ook voor dat de klokkenmaker elk individueel rad heel eenvoudig kon demonteren voor onderhoud of restauratie. Het hele uurwerk hoefde hierdoor nooit volledig uit elkaar.
Dit open frame is een verfijnde evolutie van de vroege, loodzware kooiconstructie. De Zaanse pioniers smeedden, vijlden en verbonden deze metalen balken handmatig met spieën, klinknagels en handgedraaide schroeven tot een stabiel frame dat vrijwel de gehele houten klokkast opvult.
De kenmerkende spillegang in het open frame
Omdat deze constructie volledig open is liggen de grote, breed gespaakte tandwielen prachtig in het zicht. Technische verfijning ontmoet hier puur ambacht: de raderen drijven het mechanisme aan dat zonder uitzondering is uitgerust met een horizontale spillegang. Hierbij beweegt de slinger vloeiend heen en weer binnen de kenmerkende peervormige uitsparing van de zware houten achterplank.
Dit authentieke strippenuurwerk is vandaag de dag het ultieme kenmerk waarmee wij in onze werkplaats in Alkmaar een zeldzaam, handgemaakt achttiende-eeuws topstuk direct kunnen onderscheiden van de naoorlogse, machinaal geproduceerde stijlklokken (zoals de bekende Nu Elck Syn Sin-reproducties van Warmink/WUBA uit de jaren ’60 en ’70).
💡 Wist u dat het Zaanse strippenuurwerk een internationaal familiegezicht heeft?
Hoewel het open frame hét ultieme kenmerk is van de antieke Zaanse klok, was deze constructie een beproefde en succesvolle methode in de Europese klokkenhistorie.
Je vindt vergelijkbare frames van ijzeren of messing strippen namelijk ook terug in de vroege Friese stoelklokken en de beroemde Franse Comtoise-klokken. Deze slimme bouwwijze stamt rechtstreeks af van de oeroude, zeventiende-eeuwse lantaarnklokken.
De Zaanse klokkenmakers perfectioneerden dit open geraamte. Hierdoor werden hun uurwerken oerdegelijk en zijn ze tot op de dag van vandaag, na ruim drie eeuwen, in de restauratiewerkplaats nog altijd perfect te onderhouden en te reviseren.
De Zaanse 'armeluisklok' is nu een absolute zeldzaamheid
Wanneer we van het uurwerk naar de buitenkant van de antieke klok kijken, stuiten we in de literatuur vaak op het onderscheid tussen ‘rijkeluisklokken’ en ‘armeluisklokken’ rond het jaar 1700. Dit is historisch gezien een misleidende term. In die tijd was werkelijk elke Zaanse klok een uiterst kostbaar bezit waarvoor de eigenaar diep in de buidel moest tasten; een écht goedkope variant bestond simpelweg niet.
Gradaties in luxe: Van eikenhout tot ebbenhoutfineer
Wel bestonden er duidelijke gradaties in luxe. De meest exclusieve varianten van legendarische meesters zoals Dirck Volger onderscheidden zich door het gebruik van edele houtsoorten zoals wortelnoten- of ebbenhoutfineer, in plaats van het lokale eikenhout. Ook het gegoten messing, de rijkbewerkte belhekken en de verfijnde gravures waren bij deze dure modellen beduidend beter afgewerkt.
Deze pronkstukken, zoals de befaamde ‘Rijkeluisklok’ uit 1687, dienden als pure statussymbolen voor de rijke handelselite, de kooplieden en de reders langs de Zaan. Omdat ze zo kostbaar waren werd er generaties lang uiterst zuinig op gepast in de grote Zaanse herenhuizen. Bij erfenissen bleven ze dan ook altijd bewaard.
De meer basale, eikenhouten uitvoeringen waren daarentegen bedoeld voor de opkomende Nederlandse middenklasse, die welgesteld maar net iets prijsbewuster was.
Waarom de eenvoudige Zaanse klok een felbegeerd collectors item werd
Daarnaast bestond er een nog eenvoudigere categorie die in de volksmond de ‘armeluisklok’ werd genoemd. Deze kenmerkte zich door een simpele, beschilderde houten klokkast, loden ornamenten en soms een eendaags spilleganguurwerk. Ze waren voornamelijk bedoeld voor ambachtslieden en molenaars.
Wanneer zo’n klok na decennia intensief gebruik kapotging, werd hij destijds simpelweg weggegooid. Men zag het destijds immers niet als waardevol antiek. Terwijl deze eenvoudige materialen door slijtage en omsmelting grotendeels verloren gingen, zorgde deze historische schifting voor een verrassende tegenstrijdigheid op de huidige markt voor antieke klokken.
Van de luxe messing klokken zijn er relatief veel bewaard gebleven. Van de houten armeluisuitvoeringen uit de late zeventiende eeuw zijn er wereldwijd echter nog maar een handjevol over. Juist door die extreme zeldzaamheid is de ‘armeluisklok’ tegenwoordig veranderd in een uniek en felbegeerd collectors item.
💡 Wist u dat het opengewerkte messing gietwerk op een Zaanse klok vol verborgen symbolen zit?
Het rijkversierde, opengewerkte messing gietwerk — in het klokkenmakersambacht beter bekend als de fretten of belhekken — is veel meer dan alleen decoratie. Achter dit glanzende metaal schuilt een fascinerende zeventiende-eeuwse betekenis vol symboliek:
- Geloof, Hoop & Liefde: De drie gegoten vrouwenfiguren op het voorste belhek beelden deze klassieke christelijke deugden uit. Let hierbij eens op het scheepsanker bij het figuurtje van ‘Hoop’ – dit is een directe en trotse knipoog naar de destijds bloeiende Zaanse zeevaart en scheepsbouw!
- De Hollandse Leeuwen: De steigerende leeuwen aan de weerszijden van de klok stonden in de Gouden Eeuw symbool voor de kracht, trots en onafhankelijkheid van de jonge Nederlandse Republiek.
- Vadertje Tijd: Het vliegende engeltje of figuurtje met een zandloper of zeis (Chronos) herinnerde de eigenaar in zijn huiskamer er subtiel aan dat de tijd onverbiddelijk voorbijvliegt (Memento Mori).
Checklist: De kenmerken van een echte antieke Zaanse klok
Een originele antieke Zaanse stoelklok, gebouwd tijdens de absolute bloeiperiode tussen 1675 en 1750, is aan een aantal specifieke uiterlijke en technische kenmerken te herkennen. Gebruik deze vakkundige checklist om een zeldzaam zeventiende- of achttiende-eeuws exemplaar direct te onderscheiden van latere stijlklokken:
1. De houten behuizing en de wandplank
- Totale hoogte: Authentieke exemplaren hebben een totale hoogte van minimaal 70 centimeter.
- De achterplank: Kenmerkend is de eikenhouten, vaasvormige of peervormige wandplank. Aan de achterzijde is deze plank hol uitgevoerd en voorzien van een typische uitsparing waar de slinger vrij in kan bewegen.
- De pilaren: De dragende zuilen aan weerszijden van de houten klokkast zijn vrijwel altijd van hout gemaakt en niet van metaal.
2. De wijzerplaat en de cijferring
- De basis: De wijzerplaat is altijd strak rechthoekig van vorm.
- De bekleding: Bij de allervroegste modellen was de plaat beschilderd. Dit werd al snel opgevolgd door een wijzerplaat bekleed met kwalitatief fluweel (meestal in dieprood of zwart) waarop een gegoten messing cijferring is aangebracht.
- De wijzers: Vaak zie je een gecombineerde minuten- en urenwijzer, al komen vroege exemplaren met een enkele urenwijzer of een aparte sub-wijzerplaat voor de minuten ook voor.
3. Symboliek en het messing gietwerk
- De belhekken: De bovenzijde van de kast wordt gesierd door rijkgegoten messing belhekken (fretten). Aan de voorzijde tonen deze de christelijke deugden ‘Geloof, Hoop en Liefde’.
- De bekroning: De iconische bekroning bovenop de kap is het karakteristieke beeld van Atlas die het hemelgewelf op zijn schouders draagt, geflankeerd door vazen of schildhoudende Hollandse leeuwen.
4. Het strippenuurwerk en de spaken
- De constructie: Het binnenwerk is zonder uitzondering een authentiek strippenuurwerk met een horizontale spillegang.
- De raderen: Een cruciaal detail uit de bloeiperiode zijn de tandwielen met de handvijlde, hartvormige of gevorkte spaken. Dit is in de klokkenmakerij het ultieme bewijs van een vroeg-antiek, handgemaakt exemplaar.
5. Koorden en peervormige gewichten
- Geen kettingen: Een echte oude ‘Zaanlander’ loopt altijd op koorden (vaak van hennep of darm) die met katrollen over de raderen lopen. Voor het loop- en slagwerk werden in deze periode nooit metalen kettingen gebruikt.
- De vorm: De loden of messing gewichten zijn direct herkenbaar aan hun karakteristieke peervorm.
6. Het slag- en wekkerwerk
- Sluitschijf: Het slagwerk wordt aan de binnenzijde mechanisch geregeld door een sluitschijf.
- De bellen: De klok slaat de hele uren voluit op een grote bel en de halve uren (en soms de kwartieren via de Hollandse slag) op een kleinere bel.
- Wekkerfunctie: Vrijwel elke originele klok beschikt over een ingebouwd wekkerwerk dat wordt aangedreven door eigen, kleinere peergewichtjes.
💡 Wist u dat er ook een uiterst zeldzame Zaanse schoolbordklok bestaat?
Tijdens de absolute productietop van de Zaanse klokkenmakerij (tussen 1680 en 1730) maakten meesters een heel exclusieve en strakke variant: de schoolbordklok (of ‘schoolbord-Zaan’). Die strakke, rechthoekige houten achterplank van dit model dankt haar naam aan de houten boekentassen die zeventiende-eeuwse schoolkinderen destijds als schrijfplank op schoot gebruikten.
Technisch gezien had deze zeldzame klok sterke wortels in de bouw van grote torenuurwerken. Dat zie je vandaag de dag nog altijd terug aan de karakteristieke gevorkte of handgevijlde spaken in de raderen.
Grote meesters zoals Jan Coogies en Cornelis van Rossen blonken uit in het maken van deze mechanische kunstwerkjes. Enkele van deze topstukken zijn nog altijd te bewonderen in het Museum Zaanse Tijd. Door de zeer beperkte oplage van destijds is deze specifieke variant tegenwoordig een uiterst kostbaar en gezocht verzamelobject onder kenners.
In een deel van onze nieuwe serie: ‘De geschiedenis van de Zaanse klokkenmakers’ komen we hier binnenkort op terug.
Het einde van de productie en de 19e-eeuwse heropleving van de Zaanse klok
Rond het midden van de achttiende eeuw verschoof de markt in Nederland en namen Friese klokkenmakers de leidende positie over (lees hier alles over in onze uitgebreide serie over de Friese klok). Hoewel vaak wordt gedacht dat de Friese stoelklok rechtstreeks is voortgekomen uit de Zaanse klokkenmakerij, is dit historisch gezien zeer twijfelachtig. In Friesland waren immers in de vijftiende eeuw al zelfstandige klokkenmakers actief. De originele, handgemaakte Zaanse productie viel in deze periode helaas volledig stil.
De Romantiek en de opkomst van 'nieuw gemaakt antiek'
Tegen het einde van de negentiende eeuw, ruim een eeuw na het stilvallen van de werkplaatsen, steeg de belangstelling voor dit nostalgische Zaanse verleden weer explosief. Onder invloed van de Romantiek ontstond er een enorme run op antiek, waardoor de originele, achttiende-eeuwse Zaanse klokken voor de gewone burger onbetaalbaar werden.
Dit schiep een perfecte markt voor ‘nieuw gemaakt antiek’. Ambachtslieden begonnen in deze periode opnieuw Zaanse klokken te vervaardigen naar het oude voorbeeld. Deze klokkasten waren vaak wat groter en grover uitgevoerd dan de zeventiende-eeuwse originelen, maar ze leken voor het ongeoefende oog sprekend op het echte werk.
De introductie van het naoorlogse 'puntdakje'
Hierbij introduceerden deze negentiende-eeuwse makers een cruciaal uiterlijk detail: ze voegden een driehoekig topje — het bekende puntdakje — toe aan de houten klokkast.
Hoewel we dit specifieke dakelement bij de échte, oude exemplaren uit de bloeitijd (1675–1750) bijna nooit tegenkomen, zou dit type dakje in de twintigste eeuw ironisch genoeg de absolute standaard worden voor het Zaanse model. Vandaag de dag herkent het grote publiek de klok hier zelfs aan.
💡 Wist u dat de peervormige gewichten van de Zaanse klok een rechtstreekse erfenis zijn uit de scheepsbouw?
De Zaanstreek was in de zeventiende eeuw wereldberoemd om haar scheepswerven. De vroege klokkenmakers maakten voor hun gietwerk dankbaar gebruik van de lokale gieterijen die normaal gesproken zware loden ballastgewichten en contragewichten voor de tuilage van grote zeilschepen goten.
De peervorm (of klokvorm) was destijds de meest efficiënte en compacte vorm om vloeibaar lood of messing stabiel te gieten zonder dat er gevaarlijke luchtbellen in het metaal kwamen. De herkenbare peertjes aan een Zaanse klok herinneren ons dus elke dag aan de oude Zaanse maritieme industrie en de hoogtijdagen van de scheepsbouw!
De geschiedenis van de naoorlogse Zaanse klok: De grote stijlklokken-rage
In Nederland hoort de Zaanse klok onlosmakelijk bij onze collectieve herinnering aan het interieur van onze grootouders. In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw sloeg deze nostalgie om in een ware rage. De naoorlogse stijlklokken waren destijds niet aan te slepen; er werden er in deze periode honderdduizenden van geproduceerd.
In die tijd kostte een dergelijke wandklok gemiddeld tussen de 100 en 200 gulden — destijds een serieuze investering die gelijkstond aan een flink weekloon. Om aan deze gigantische vraag te voldoen, was moderne, industriële massaproductie noodzakelijk. De klokkasten werden in Nederland gemaakt van gefineerd plaatmateriaal, standaard voorzien van het inmiddels ingeburgerde puntdakje. De metalen ornamenten waren meestal grof machinaal gegoten en de uurwerken werden massaal geïmporteerd uit Duitsland.
De wederopstanding door Warmink en De Jonge
De twintigste-eeuwse wederopstanding van het bekende Zaanse model was grotendeels te danken aan de marketing van twee specifieke Nederlandse bedrijven, die elk hun eigen commerciële succesverhaal schreven:
- Stijlklokkenfabriek K.H. de Jonge (Schoonhoven): Dit bedrijf zette de Zaanse klok op de kaart als het ultieme vaderlandse sieraad voor aan de muur. Zij combineerden de expertise van de Schoonhovense zilverstad met een grote eigen klokkenfabriek aan de Oude Haven. Via omvangrijke advertentiecampagnes en nauwe samenwerking met lokale juweliers overtuigden zij de Nederlandse consument dat een klok de ultieme verrijking was voor een smaakvol interieur.
- Klokkenfabriek Warmink (Almelo): Dit bedrijf ontpopte zich onder de bekende merknaam WUBA tot de absolute marktleider van de naoorlogse productie. Hun fabriek liet de nostalgische imitaties bij honderdduizenden tegelijk van de lopende band rollen. Warmink speelde in advertenties meesterlijk in op sentimenten zoals “Hollands vakmanschap” en “eeuwenoude traditie”.
Het onmisbare statussymbool met de spreuk 'Nu Elck Syn Sin'
De populaire WUBA-klokken werden vrijwel allemaal uitgerust met de bekende tekst “Nu Elck Syn Sin” en voorzien van moderne kettingaandrijvingen. Ze werden gepromoot als een onmisbaar statussymbool dat warmte en ouderwetse gezelligheid in de huiskamer bracht. Mede door deze agressieve marketing hing er in de jaren ’70 in vrijwel elk Nederlands huishouden exact dezelfde Zaanse stijlklok boven de bank.
Hoewel deze miljoenen stijlklokken in eerste instantie puur voor de Nederlandse huiskamers waren bedoeld, groeide het model al snel uit tot een groot exportproduct. Vandaag de dag is er wereldwijd een levendige handel in deze inmiddels zestig jaar oude Zaanse klokken. Van Amerika tot Japan: de oer-Zaanse stijl heeft overal ter wereld de harten van antiekliefhebbers veroverd.
Warmink (WUBA) of K.H. de Jonge? Zo herkent u het verschil
Wanneer u een twintigste-eeuwse Zaanse stijlklok van dichterbij bekijkt, ziet u pas hoe subtiel de verschillen zijn tussen de twee grote marktleiders van weleer. Beide merken hebben specifieke, uiterlijke en technische kenmerken waaraan u ze direct kunt identificeren.
Kenmerken van een echte Warmink (WUBA) stijlklok
Wie een originele Warmink-klok uit Almelo in handen heeft, herkent deze direct aan de specifieke details op de wijzerplaat, zoals de merknaam zelf, of het herkenbare logo van een gekroond schild met drie ruiten.
- Het houtwerk: De rimpelloze meubelafwerking valt direct op. Naast het traditionele eikenhout gebruikte de fabriek voor haar luxere modellen een diep glanzend wortelnoten- of palissanderfineer.
- Het binnenwerk: Werpt u een blik op het messing raderwerk, dan ontdekt u daar vaak een fabrieksstempel met de letters WUBA of J.A.W.. De latere modellen zijn uitgerust met betrouwbare uurwerken van Duitse topmerken zoals Hermle of Urgos.
- Het messing gietwerk: De belhekken (fretten) en de Atlas-figuur betrok Warmink uit grote serie-smelterijen, waardoor de achterzijde van deze ornamenten soms wat ruwer of onafgewerkt aanvoelt.
Kenmerken van een K.H. de Jonge (KHDJ) stijlklok
De Firma K.H. de Jonge uit Schoonhoven pakte het op haar beurt net even anders aan. Hier vindt u geen ruiten, maar een eigen beeldmerk in de vorm van een wapenschild met een gestileerde jonge vogel, of simpelweg de letters KHDJ.
- Het houtwerk: Het eikenhout van De Jonge is vaak iets lichter van kleur en de gefreesde randen van de kap voelen net wat strakker en hoekiger aan dan bij de concurrent uit Almelo.
- Het mechanische hart: De Schoonhovense fabriek maakte veelvuldig gebruik van uurwerken van SBS Feintechnik (herkenbaar aan een logo met een dennenboom) of van specifieke, halfronde platines die ze in eigen beheer assembleerden.
- Het metaalwerk: Dit was het absolute paradepaardje van De Jonge. Dankzij hun rijke achtergrond in de Schoonhovense zilverstad is het gegoten messing gietwerk op deze klokken opvallend scherp, fijn en uiterst gedetailleerd afgewerkt.
💡 Wist u dat het bekende ‘ruitertje te paard’ op de slinger een iconisch Zaanse klok detail is?
Wie aan een Zaanse klok denkt, ziet vaak meteen de slinger met de herkenbare ruiter voor zich. Hoewel dit ruitertje te paard op vrijwel alle twintigste-eeuwse stijlklokken van Warmink en De Jonge schittert, kwam dit element op de echte antieke klokken uit de zeventiende en achttiende eeuw niet veel voor.
De originele oude meesters uit de Gouden Eeuw gebruikten destijds meestal een eenvoudige, strakke ronde slingerlens van massief messing of lood. Het iconische ruitertje is later een nostalgische toevoeging uit de twintigste-eeuwse fabrieken om de klok een extra historisch uiterlijk te geven!
De bekende Albert Heijn-jubileumklok uit 1962
De definitieve kroon op de twintigste-eeuwse revival van de streekklok werd in 1962 gezet. Ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van supermarktketen Albert Heijn wilde de directie — onder leiding van de gebroeders Jan en Gerrit Heijn — al hun 5.000 medewerkers een blijvend en waardevol geschenk geven.
Ze besloten een replica te laten maken van een antieke Jan Coogies-klok die destijds in hun ouderlijk huis hing. De prestigieuze koninklijke zilverfabrikant Van Kempen & Begeer uit Voorschoten kreeg de prestigieuze opdracht om deze 5.000 zogeheten ‘AH-klokken’ onder hoogspanning binnen slechts zeven maanden te produceren.
Het origineel van Jan Coogies uit Wormerveer
Het model waar de broers Heijn zo aan gehecht waren, was een originele Zaanse stoelklok gebouwd door Jan Coogies (in de literatuur ook wel geschreven als Jan Koogjes) uit Wormerveer, een prominente klokkenmaker die actief was rond het jaar 1700. Meer over deze klokkenmaker is binnenkort te vinden in een deel van onze serie: ‘De geschiedenis van de Zaanse klokkenmakers’.
Het ouderlijk huis van de familie Heijn stond midden in de Zaanstreek, waardoor de keuze voor een ‘Zaanlander’ als jubileumgeschenk een prachtig en betekenisvol eerbetoon was aan de wortels van het bekende familiebedrijf.
Een logistieke prestatie onder hoogspanning
Het bleek een gigantische uitdaging om binnen zeven maanden 5.000 identieke klokken grotendeels met de hand te assembleren. Van Kempen & Begeer was gespecialiseerd in hoogwaardige zilver- en metaalbewerking, waardoor het gietwerk van de messing ornamenten van ongekende, scherpe kwaliteit werd.
Omdat de zilverfabriek in Voorschoten zelf geen klokkenuurwerken produceerde, werd er een grote partij kwalitatieve, mechanische uurwerken geïmporteerd uit Duitsland (onder andere van Hermle).
Unieke details van de 'Albert Heijn-klok'
Als klokkenmaker herken ik een authentieke Albert Heijn-jubileumklok direct aan een aantal unieke, subtiele details in het gegoten messing die op geen enkele andere Zaanse stijlklok voorkomen:
- Het AH-logo: Midden in het rijkgegoten belhek (fret) aan de voorzijde ziet u direct boven de cijferring subtiel het destijds gloednieuwe, gekrulde Albert Heijn-logo verwerkt.
- Het Hofleveranciers-logo: Vlak boven het AH-logo is in miniatuur het wapen van de koninklijke hofleverancier meegegoten. Albert Heijn had dit predicaat destijds in 1927 ontvangen bij het 40-jarige jubileum.
- Het slagwerk en de wijzerplaat: Net als het achttiende-eeuwse origineel van Jan Coogies werd deze replica uitgerust met een fluwelen wijzerplaat en de kenmerkende peervormige gewichten langs hennepkoorden.
Vandaag de dag is deze jubileumklok uit 1962 een geliefd verzamelobject onder liefhebbers van antieke en vintage klokken. In mijn restauratiewerkplaats in Alkmaar zien wij ze nog regelmatig langskomen voor een vakkundige onderhoudsbeurt of revisie.
Onderhoud en restauratie van uw Zaanse klok
Tikken de raderen van uw Zaanse klok nog naar wens? Of u nu een originele achttiende-eeuwse Zaanse stoelklok, een naoorlogse Warmink (WUBA) of zo’n bijzondere Albert Heijn-jubileumklok uit 1962 aan de wand heeft hangen: elk uurwerk verdient het om met liefde en expertise te worden onderhouden.
Loopt uw klok achter, slaat het slagwerk niet meer synchroon, of wilt u een deskundige echtheidscheck laten uitvoeren? Laat de geschiedenis aan uw muur niet stilvallen!
Wat wilt u nu doen?
- 🛠️ Bezoek onze werkplaats in Alkmaar:
Neem uw klok gerust mee naar onze winkel aan de Koningsstraat 17 in Alkmaar voor een vakkundige inspectie en een vrijblijvende prijsopgave. U kunt ons binnen de openingstijden bellen op 072-5122101, maar voor advies op maat willen we uw klok in onze winkel/werkplaats bekijken. (Bekijk hier onze pagina over Zaanse klok onderhoudsbeurt & reparatie). - 📖 Duik dieper in de techniek:
Bent u gefascineerd door de zeldzame techniek van de zaagklok en wilt u exact weten hoe die Zwitserse kennis in de Zaanstreek terechtkwam? Ontdek hier het complete, diepgaande verhaal achter de legendarische mollengang → - 🕰️ Maak kennis met de eerste meester:
Ontdek het complete, avontuurlijke levensverhaal van Kornelis Volger. Lees hoe hij windmolens inzette om zijn klokken te bouwen en de regio veroverde. Lees hier ons uitgebreide blog over klokkenmaker Kornelis Volger →
Museum Zaanse Tijd is uw bezoek meer dan waard
Bij Museum Zaanse Tijd te Zaandam worden steeds wisselende, prachtige tentoonstellingen gehouden, die zeker de moeite waard zijn om te bekijken.
Bovendien kunt u de klokken – die hier alleen op onze foto’s te zien zijn – in het echt bewonderen. Een bezoek aan Museum Zaanse Tijd, waar de meeste van deze foto’s zijn genomen, kunnen wij u dan ook van harte aanbevelen.
De website van het museum staat vol informatie, kijk daar ook eens rustig rond. Het is leuk als u een bezoek brengt aan het museum en al wat voorkennis heeft.
Het Museum Zaanse Tijd bevindt zich op de Zaanse Schans, waar de 18e en 19e eeuw herleven. Ideaal voor een dagje uit en leuk te combineren met een bezoek aan Alkmaar, de prachtige stad waar onze winkel is gevestigd.



