Het mysterie van de Langestraat: Wat ik ontdekte bij de restauratie van een echte David Carré klok
Wie vandaag de dag door de Langestraat in Alkmaar wandelt, passeert gezellige boetieks en historische gevels. Maar als we driehonderd jaar teruggaan in de tijd, naar mei 1727, stapte hier een man rond die de Alkmaarse klokkenwereld voorgoed zou veranderen: David Carré. Deze Franse meester-uurwerkmaker bracht de absolute top van de Europese horologie rechtstreeks naar het hart van onze stad.
Zijn klokken waren destijds de ultieme statussymbolen voor de Alkmaarse elite. Veel van zijn werk is verloren gegaan, maar in 2018 kreeg ik in mijn werkplaats een zeldzaam voorrecht: ik mocht een origineel Amsterdams staand horloge, gemaakt én gesigneerd door David Carré in Alkmaar, volledig restaureren. Toen ik aan de verfijnde raderen werkte, besefte ik nog niet dat achter dit perfect tikkende meesterwerk een diep tragisch menselijk verhaal schuilging.
Pas onlangs kwam ik achter dit drama. Aan de buitenkant was er het absolute succes van een meester-uurwerkmaker wiens klokken in de mooiste herenhuizen stonden te pronken. Achter de voordeur heerste er echter diepe tragiek en liep zijn privéleven volledig uit de maat.
Dit bizarste verhaal uit de Alkmaarse horlogerie speelt zich af hemelsbreed nog geen driehonderd meter bij mijn winkel vandaan: op Langestraat 40.
Een erfenis van Franse meesters
Dat David Carré dit niveau van vakmanschap zo meesterlijk beheerste was geen toeval. Hij stamde uit een gerespecteerde Franse horlogemakersdynastie uit Dieppe (Normandië). In dit Franse ambachtscentrum werd de geheime kennis van raderwerken, fijne gravures en echappementen van generatie op generatie binnen de familie overgedragen. Terwijl David zijn geluk in Alkmaar beproefde, bleef zijn familie in Frankrijk horloges van koninklijke kwaliteit produceren voor de adel, daarover straks meer.
Het verhaal in Alkmaar vangt aan in mei 1727. Na een kort verblijf in Hoorn vestigt David Carré zich in de kaasstad. Carré was een hugenoot—een Franse protestant—en was via de gevaarlijke vluchtroute over zee zijn geboortestad Dieppe ontvlucht. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 werden protestanten in het katholieke Frankrijk immers genadeloos vervolgd. Hierdoor ontstond een enorme braindrain; topambachtslieden vluchtten massaal en namen hun kostbare expertise mee naar de tolerante Nederlandse Republiek.
Een Franse topklokkenmaker aan de Langestraat 40
Destijds vormde de Langestraat dé absolute toplocatie voor luxeambachten in Alkmaar. Het was de plek waar de welgestelde burgerij haar zilver, goud en uurwerken inkocht. Carré vestigde zijn meester-atelier in het prestigieuze pand aan de noordzijde van de straat op nummer 40. Dat hij zich op deze toplocatie kon inkopen bewijst direct hoe extreem succesvol hij destijds al was als jonge meester-klokkenmaker.
In dit pand bouwde hij in recordtijd een fabelachtige reputatie op. Hij signeerde zijn meesterwerken steevast met “Davit Carré Alkmaar”. Wat wij nu een ‘staande klok’ of ‘grootvaders klok’ noemen, werd in de 18e-eeuwse Alkmaarse akten steevast omschreven met de destijds heel normale term ‘staand horloge’.
Uit zijn handen rollen ragfijn bewerkte zilveren zakhorloges en monumentale, houten Amsterdamse staande horloges. Zijn gecompliceerde raderwerken tonen niet alleen de tijd, maar herbergen wekkerfuncties, jaargetijden en de exacte getijden en hoogwaterstanden. Dit laatste was cruciaal voor de destijds bloeiende Noord-Hollandse scheepvaart. Carré gold ongetwijfeld als een van de absolute grootmeesters van de achttiende-eeuwse horlogerie.
Overspel in de horlogewerkplaats (1737)
In juli 1729 bezegelt David zijn geluk door in het huwelijk te treden met de Rotterdamse Hester Aúbrey. Samen krijgen ze vijf kinderen in het pand aan de Langestraat, waarvan helaas alleen de jongste de eerste jaren overleeft. Tot zover lijkt het een succesvol, zij het zwaar ondernemerssprookje. Totdat in 1737 het noodlot toeslaat en de Alkmaarse binnenstad op zijn grondvesten trilt door een gigantisch schandaal.
Hester raakt zwanger. Niet van haar hardwerkende echtgenoot David, maar van hun eigen huisknecht Willem, die dagelijks in de horlogewerkplaats over de vloer komt! Het schandaal is compleet wanneer Hester er vervolgens met de knecht vandoor gaat. Op 12 augustus 1737 krijgen de twee hiervoor een officiële berisping van de kerk. De lokale predikant verzoekt de diep gekwetste David Carré zelfs om tijdelijk niet naar het heilige Avondmaal te komen om de rust in de gemeenschap te bewaren.
David pikt dit niet en dient bij de Alkmaarse schepenen een verzoek in tot echtscheiding. Dit was een procedure die in de achttiende eeuw uiterst zeldzaam, duur en ingewikkeld was. Normaal gesproken kwamen echtscheidingen destijds bijna nooit voor, omdat er zowel goedkeuring van de wet (de Schepenen) als de kerk nodig was. Het overspel van Hester met de huisknecht was echter zo zonneklaar dat de scheiding binnen een paar maanden rond was—een unicum voor die tijd. Op 21 december 1737 wordt het huwelijk officieel ontbonden. Hester wordt zwaar gestraft voor haar ontrouw en moet alle proceskosten betalen.
Het Franse familienetwerk en de 'schijnbekeerlingen'
David probeert zijn leven weer op te pakken en trouwt op 6 december 1739 met zijn trouwe dienstmaagd, Anna Elisabeth Heijns. In 1741 schenkt zij hem een gezonde zoon. De rust lijkt teruggekeerd, tot het jaar 1745. David vertrekt plotseling halsoverkop naar Frankrijk om een omvangrijke familie-erfenis op te eisen.
Hier kruist zijn pad met de Parijse tak van de familie. Terwijl David destijds koos voor zijn geloof en vluchtte, bleven andere familieleden in Frankrijk. Om daar te mogen overleven en te werken binnen het streng katholiek gecontroleerde gilde, bekeerden zij zich puur ‘voor de vorm’ tot het katholicisme. Zij stonden bekend als de zogenaamde Nouveaux Convertis (schijnbekeerlingen). Deze Franse tak deed het financieel fantastisch. Davids familielid, Louis-David Carré, stootte in Parijs door tot de absolute top. Hij ging in de leer bij de legendarische koninklijke horlogemaker Julien Le Roy en maakte exclusieve pendules die vandaag de dag in het British Museum staan.
Ondanks de landsgrenzen en religieuze spanningen hield deze gepassioneerde klokkenmakersfamilie ondergronds contact over het beheer van het familiekapitaal. Wanneer er in Frankrijk een grote erfenis vrijkomt—een atelier met kostbare gereedschappen en unieke ontwerpen?—reist de Alkmaarse David af om zijn deel op te eisen.
De fatale reis en het trieste einde van Anna
David neemt teder afscheid van zijn hoogzwangere vrouw Anna en belooft haar plechtig dat hij in het voorjaar van 1746 weer terug zal zijn in Alkmaar. Maar David keert nooit meer terug. In de Alkmaarse archieven wordt vanaf dat moment nooit meer één spoor van hem vernomen. Hij verdween spoorloos tijdens zijn reis. Is hij onderweg in de bossen overvallen door struikrovers? Kreeg hij een dodelijk ongeluk, of koos hij er bewust voor om nooit meer terug te keren naar de plek van zijn Alkmaarse familietrauma?
Franse notariële gilde-archieven (Minutier Central) en de toenmalige wetgeving (Lois sur les biens des religionnaires fugitifs) werpen een ander, dwingend licht op dit mysterie. Onder de Franse wet werden bezittingen van gevluchte protestanten direct door de staat geconfisqueerd. Een gevluchte hugenoot kon zijn erfdeel alleen fysiek opeisen als hij naar Frankrijk reisde, zich meldde bij een notaris en officieel zwoer “terug te keren tot de schoot van de Katholieke Kerk”.
David Carré werd in Frankrijk voor een onmogelijk blok gezet. Waarschijnlijk dwong de Franse wet—of zijn invloedrijke Parijse familie—hem te kiezen: zijn protestantse geloof opgeven en in Frankrijk blijven met zijn herwonnen status en fortuin, óf met lege handen terugkeren naar Alkmaar. Gezien zijn definitieve verdwijning uit de Nederlandse registers heeft hij hoogstwaarschijnlijk gekozen voor het geld en zijn Franse familie.
Voor Anna waren de gevolgen hartverscheurend. Zonder de inkomsten van de meester-klokkenmaker stortte haar wereld in. Ze bleef in diepe armoede achter in het grote, lege pand aan de Langestraat en moest vechten om te overleven. Uiteindelijk, berooid en eenzaam, overleed Anna in 1769 in het lutherse armenhuis. Een gitzwart einde voor de vrouw van de man die ooit de rijkste burgers van de stad van hun kostbaarste bezittingen voorzag.
Het tikkende testament in Alkmaarse musea
Wat David Carré wél achterliet, is zijn fantastische werk. Dat overleefde alle stormen. Wie zijn vakmanschap in Alkmaar met eigen ogen wil bewonderen, kan op twee heel bijzondere plekken terecht. In het Stedelijk Museum Alkmaar is een prachtig en uiterst verfijnd zilveren zakhorloge van zijn hand te vinden.
Maar het grote, monumentale werk—zijn unieke Amsterdamse staande klok met wortelnotenkast uit circa 1735—staat in het prachtige Museum Huys Auerhaen aan de Wilhelminalaan. Het is de klok die ik met veel trots en passie in mijn werkplaats volledig heb mogen restaureren. De officiële opening van dit historische museumhuis werd destijds zelfs feestelijk ingeluid met de slingerslag van dít specifieke meesterwerk! Als je die klok nu hoort tikken, hoor je niet alleen de tijd, maar ook de echo van een bewogen Alkmaars leven.
Heeft u zelf een antieke klok of staand horloge dat restauratie nodig heeft?
Met dezelfde passie en precisie waarmee ik het uurwerk van David Carré heb hersteld, werk ik ook graag aan uw antieke klok. Neem vandaag nog vrijblijvend contact met mij op om de mogelijkheden voor uw uurwerk te bespreken.